12 - De gaven en vrucht van de Heilige Geest
Wij geloven dat de Heilige Geest de gelovige gaven kan geven. De gelovige dient geestelijke vruchten dragen als blijk van een geestvervuld leven.
1 Corintiërs 12: 1-11 Ten aanzien van de uitingen des geestes, broeders, wil ik u niet onkundig laten. Gij weet, dat gij, toen gij nog heidenen waart, u blindelings naar de stomme afgoden liet heendrijven. Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest. Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Here; en er is verscheidenheid in werken, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt. Meaar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; aan de een geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil.
Galaten 5: 22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
13 - Gematigdheid
Wij geloven dat de ervaring en het dagelijkse leven van de gelovige, hem nooit mogen leiden in extremiteiten of in fanatisme.
Fillipenzen 4: 5 ...Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend...
14 - Goddelijke genezing
Wij geloven dat Goddelijke genezing de kracht van Jezus is om zieken te genezen in antwoord op het gelovige gebed.
Jakobus 5: 14-16 Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt.
15 - De tweede komst van Christus
Wij geloven dat de tweede komst van Christus een persoonlijk wederkomen is en dat het komende is.
1 Tessalonizensen 4: 16-17 ...want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan;...
16 - De relatie tot de kerk/gemeente
Wij geloven dat het onze heilige plicht is om onszelf te identificeren met de zichtbare gemeente van Christus.
Handelingen 16: 5 De gemeenten dan werden bevestigd in het gloof en namen dagelijks in zielental toe.
Hebreeën 10: 25 Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naar mate gij de dag ziet naderen.
17 - De overheid
Wij geloven dat leiders ten alle tijden in ere gehouden moeten worden, tenzij hun leiderschap ingaat tegen de wil van God.
Romeinen 13: 1-5 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen. Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doo het goede; en gij zult lof van haar ontvangen. Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. Daarom is het nodig zich te onderwerpen, niet slechts om de toorn, maar ook om des gewetens wil.
18 - Het laatste oordeel
Wij geloven dat ieder mens eenmaal voor de rechterstoel van God zal staan, om in rechtvaardigheid geoordeeld te worden tot eeuwige heerlijkheid of eeuwige dood.
2 Corinthiërs 5: 10 Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
19 - De hemel
Wij geloven dat de hemel het eeuwige, glorieuze, thuis is voor de wedergeboren gelovigen.
Johannes 14: 1-3 Uw hart worde niet ontroerd, gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen - anders zou Ik het u gezegd hebben - want Ik ga heen om u plaats te bereiden, en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.
Openbaring 7: 15-17 Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij, die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
20 - De hel
Wij geloven dat de hel een plaats is van eeuwige kwelling, voor hen die Jezus Christus als redder hebben afgewezen.
Openbaring 20: 10 - 15 ...werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden. ...En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs
21 - Uitdragen van het geloof
Wij geloven dat het winnen van zielen de meest belangrijke verantwoordelijkheid is van de gemeente.
Jacobus 5: 20 ...weet dan, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden en tal van zonden bedekken.
22 - Tienden en offeranden
Wij geloven dat de door God opgedragen methode voor het ondersteunen van de verspreiding van het evangelie bestaat uit het geven van tienden en vrijwillige offers.
Maleachi 3: 10 Brengt de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Here der Heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.
2 Corinthiërs 9: 7 Een ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin, of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.