Ik heb gemeend te moeten proberen onderstaande naar vrijplaats in het ND te sturen. Kijken of het geplaatst wordt. Wil het julle in ieder gevakl niet onthouden:
Haggard
Satan valt de christengemeenschap in de volle breedte aan. Hij zal daar aanvallen waar de colonne het smalste of het zwakste lijkt.
Werd het volk Israël zo ook niet aangevallen door Amelek. Werd het volk niet op een bijzondere manier de overwinning gegeven.
Mozes met de geheven handen, zittende op een steen met Aäron en Chur aan zijn zijde. De slag met Amalek die het volk in de achterhoede aanviel en Gods belofte Amalek volledig te verdelgen.
Ik vindt het in dit kader een mooi beeld. In de overwinningmodus zolang de handen geheven bleven, in de verliesmodus als de handen zakken.
Er wordt nog twee keer terug verwezen naar deze gebeurtenis met de opdracht Amalek van de aardbodem te doen verdwijnen door het zwaard.
Later bleek Saul aan de opdracht van de Heere Amalek slechts ten dele aan gehoor te geven.
Het was een smoes van Saul Agag te sparen en Amaleks vee te gebruiken om God een slachtoffer te brengen.
De Heere wenste luisteren, boven het vette der rammen. Ondanks berouw ontnam De Heere Saul zijn koningschap en volvoerde zijn belofte tegen Amalek alsnog door Agag de koning aan stukken te houwen en er voor te zorgen dat de onder de vrouwen van Amalek de moeders kinderloos zouden worden.
Een aanval op Israel is voor deze tijd misschien wel de aanval van de satan op de achilleshiel van de christenen. Velen zijn verslaafd aan porno en verderf, daaronder valt ook homoseksualiteit. We dienen te strijden tegen de zonde en deze uit te roeien in ons leven.
Wanneer we niet aandachtig de bevelen van de Heere navolgen lijkt het dat we worden verslagen. Zeker als aan het licht komt dat het ook de leiders onder de christen betreft die fel van leer trekkend nog verborgen zonden hebben.
Dat is de achilleshiel. Niet de zonde, maar de verborgen zonde. Leiders hebben daarin een bijzondere verantwoordelijkheid. Berouw na de zonde is dan werkelijk te laat. Het koningschap, je geloofwaardigheid, wordt je afgenomen. Net als bij Saul.
Maar na die gevallen leider zal God weer andere leiders aanstellen. Om zijn bedoelingen met de wereld gestalte te kunnen geven, door het werk van die leiders en al die christenen heen.
In onze strijd tegen de zonde moeten we elkaar helpen de handen te heffen.
We moeten elkaar daarom de zonde openbaar maken en belijden, zodat berouw niet pas komt nadat de zonde ongewild aan het licht komt, maar dat de zonde vrijwillig onder belijdenis aan je broeder of zuster in het licht wordt gesteld.
Het verschil tussen deze zonde van Saul en Davids zonde betreffende Batseba is dat David geen smoesje verzond en onomwonden de zonde beleed maar Saul wel een smoesje verzond. David werd ook gestraft maar zijn koningschap werd hem niet ontnomen.
Ik vind het aan de orde stellen van de vraag of de wijze waarop kerken worden gemanaged en de manier van christelijk leiderschap met daaraan verbonden mogelijke nadelige gevolgen afleiden van waar het om gaat.
Wij zijn ELKAARS dienaren en moeten elkaar helpen de handen te blijven heffen.
Mozes was een leider tegen wil en dank. Maar hij was het wel en God gaf hem hulp.
In deze tijd zijn er ook leiders, laten we hen tot hulp zijn. Hen helpen de handen te heffen ook als de zondelast hen te zwaar wordt. Wij veronderstellen te eenvoudig dat dominee, ouderling, oudste maar ook vader of moeder als ons voorbeeld het wel redt. Maar wie van ons stelt aan hen wel eens de vraag "hoe gaat het geestelijk met je broeder, vader moeder, broer, zus. Mag ik je dienaar zijn" Misschien dat dit een aanzet of over de streep trekken is om die ene verborgen zonde te belijden aan jou als spreker namens God.
Zo maak je jezelf tot instrument om zonde in het licht te stellen. Daarmee doe je meer goed, dan ter discussie te stellen dat modern managen of christelijk leiderschap je diep kan laten vallen. Zorg dat je leider, predikant of oudste die per definitie een dienaar is niet kan vallen. Zet hem telkens terug op de steen die Jezus Christus heet, ondersteun zijn geheven handen. Samen in in de naam van Jezus en de overtuiging uitsprekend dat Christus onze banier is. Net als Aäron en Chur als dienaar, de leider Mozes ondersteunden in de overwinning.