quote:
slumber schreef op 27 augustus 2007 om 07:45:[...]
Heiden(en)
Hoe zit het nou precies met de term Heiden? In het Oude Testament is het woord "heiden" vertaalt van het hebreeuwse woord Goiy (soms gespeld als goy en goyim in meervoud). In Genesis wordt dit woord steeds gebruikt als God praat tegen Abraham, Izak en Jakob met betrekking tot het worden van een volk, een groep, een menigte van naties/heidenen, etc.
In het Nieuwe Testament is "heiden(en)" vertaald van het griekse woord ethnos (ethne; meervoud) en ook de woorden natie(s), geslacht(en) en volk(en). Dit woord, zoals gebruikt in het Nieuwe Testament, moet altijd in de juiste context geinterpreteerd worden. De meeste lezers van het Nieuwe Testament denken dat de term "heiden" exclusief gebruikt wordt voor niet-Israelieten. Hoe dan ook, die opvatting is niet accuraat. Zoals aangetoond is met de volgende verzen, moet het altijd geinterpreteerd worden in de context van het stuk waar het in gevonden is. In 1 Peter 4,3 wordt het gebruikt om te refereren naar niet-Israelieten. In 1 Cor 12,2 is het vertaalt naar "heidenen" en verwijst naar degenen die niet in God geloven, ongeacht het ras. In Handelingen 17,26 is het vertaald naar "geslacht" en een verwijzing naar een grote groep mensen. In deze specifieke verwijzing, vewijst het naar het gehele menselijke ras of de gehele mensheid.
Het is, desondanks, duidelijk op te maken uit alle onbegrip over dit onderwerp dat heel veel mensen hun huiswerk niet gedaan hebben. Zoals we zullen zien als wij vervolgen, wordt het woord ethnos 4 keer gebruikt om naar Joden te verwijzen in Johannes 11,48-52, Kajafas' statement dat Hij sterve voor het volk, de kinderen Gods die verstrooit waren.
(Dit is een duidelijke verwijzing naar het verstrooide noordelijke koningkrijk, het huis van Israel)
Je ctaat klopt niet helemaal. Er staat niet in Johannes 11: dat Hij sterve voor het volk, de kinderen Gods die verstrooit waren, dan zou de conclusie kunnen kloppen: het volk
= de kinderen Gods die verstrooid waren.
Er staat in Johannes 11 wat anders:
quote:
Johannes 11
49 Maar één van hen, Kajafas, de hogepriester van dat jaar, zeide tot hen: Gij weet niets, 50 en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat. 51 Doch dit zeide hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk, 52 en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen.
Dat zijn dus twee verschillende dingen: om het volk, En om de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen.
Bekeerde Joden en bekeerde heidenen (uit alle volken) vormen samen de ene gemeente van Christus.Hierbij kun je ook nemen: Efeze 2 - de twee zijn een gemaakt en Johannes
10 vers 14 Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, 15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. 16
Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder.De stal waar Jezus eerst voor kwam is Israel (in de ruimste zin van het woord

) en de andere schapen zijn m.i. de heidenen die er na het kruis ook bij mogen horen en samen de gemeente vormen.
quote:
en in Romeinen 9,24 is ethne vertaald naar heidenen en verwijst naar de gescheiden Israelieten, dat zijn de nakomelingen van de noordelijke stammen, verstrooit onder de volken.
Er wordt volgens jou verwezen naar Israelieten.
Maar dat het op de noordelijke stammen wijst geloof ik niets van.
Dat is weer een te snelle conclusie.
In Ezra bijvoorbeelkd hst 6: 21 zie je nl heel duidelijk dat de teruggekeerde stammen uit Babylon (die behoorden tot het koninkrijk Juda - het tweestammenrijk, toch heel gewoon genoemd wordt:
Israel.
Zie:
quote:
Ezra 6
19 En op de veertiende van de eerste maand vierden zij die in de ballingschap geweest waren, het Pascha. 20 Want de priesters en de Levieten hadden zich gereinigd als één man; zij allen waren rein; zo slachtten zij het Pascha voor allen die in de ballingschap geweest waren, en voor hun broeders, de priesters, en voor zichzelf. 21 De Israëlieten, die uit de ballingschap waren teruggekeerd, aten het, en tevens ieder die zich van de onreinheid van de heidenen des lands afgescheiden en zich bij hen gevoegd had, om de HERE, de God van Israël, te zoeken. 22 Ook vierden zij het feest der ongezuurde broden met vreugde, gedurende zeven dagen, want de HERE had hen verblijd; Hij had het hart van de koning van Assur tot hen gewend om hen te steunen bij de arbeid aan het huis van God, de God van Israël.
Ik vind de tweedeling die je maakt: Israel is uitsluitend het tienstammenrijk, enigszins gekunsteld. Hier zie je dat het teruggekeerde 2-stammenrijk ook Israel wordt genoemd.
Hierdoor komt de rest van je betoog al op losse schroeven te staan.
Rom 9: 24 haal je zelf aan.
Hier staat:
24
En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen,
Hier zouden 'uit de heidenen' (uit de volken) het tienstammenrijk betekenen omdat ze verstrooid zijn en in de volken terecht zijn gekomen?
Waar haal je dan de christenen vandaan? Gelovigen uit de heidenen zijn dan nl de tien stammen. In principe zijn dan alle mensen die tot geloof komen Israelieten: 2 stammen of 10 stammen.
quote:
Uitzonderingen daargelaten, maar in deze betekenis wordt het door het Nieuwe Testament voornamelijk gebruikt. Hetgeen wil zeggen, voornamelijk gebruikt in het Nieuwe Testament en in vele stukken van het Oude Testament als verwijzing naar Israelieten, de nakomelingen van de Noordelijke stammen die in Assyrische gevangenschap verkeerden en van daaruit uiteindelijk verstrooit werden onder alle "volkeren" op aarde. Ik herhaal, de term "Heiden" wordt voornamelijk gebruikt om de Israelieten van het Noordelijke koningkrijk mee aan te duiden, welke gescheiden zijn van God en verbannen, verstrooit onder de volkeren en niet langer gekend als Israelieten, maar nu als heidenen, tot hun verlossing in Jezus Christus, de Messias van Israel. Welke volgens Paulus te herkennen zijn in rom 11,17 als takken van de wilde olijfboom. Een wilde olijfboom is een gecultiveerde olijfboom die wild geworden is.
Dus de wilde olijfboom is Israel.
Niet mee eens.
Hoe verklaar je dan:
quote:
Rom 11
24 Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden.
Als de wilde olijf de tien stammen zouden zijn, is dat
niet tegen hun natuur om teruggeplaatst te worden.
Ze komen dan eigenlijk waar ze thuis horen, weer samen met de twee stammen. Maar dat is hier niet het geval.
En het vreemde is dan dat de Joden Hem hebben verworpen en wegggebroken zijn en dan de tienstammen teruggeplaatst worden?
Het gaat hier over mensen die helemaal geen rechten hadden en van nature ' wild', waren.
En zo door God geroepen zijn.
Dat is een heel andere verhaal dan de tien stammen die nu pas uit hun verstrooing terugkomen en waarvan God zegt dat ze weer een eenheid zullen vormen met het tweestammmenrijk.
Lees hiervoor Ezechiel, waarbij de inwoners van Juda trouwens ook Israelieten worden genoemd:
quote:
Ezechiel 37
15 Het woord des HEREN kwam tot mij: 16 Gij mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef – het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort; 17 voeg ze dan aan elkander tot één stuk hout, zodat zij in uw hand tot één worden.
18 Wanneer nu uw volksgenoten u vragen: Wilt gij ons niet meedelen, wat gij daarmee bedoelt? 19 zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik neem het stuk hout van Jozef – dat aan Efraïm toebehoort – en van de stammen Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand.
20 Terwijl de stukken hout die gij beschreven hebt, voor hun ogen in uw hand zijn, 21 zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen. 22 En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen Israëls, en één koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken. 23 Niet langer zullen zij zich verontreinigen met hun afgoden, hun gruwelen en al hun overtredingen, maar Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid waarmee zij gezondigd hebben, en hen reinigen, zodat zij Mij tot een volk zullen zijn en Ik hun tot een God zal zijn.
24 En mijn knecht David zal koning over hen wezen; één herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn inzettingen onderhouden. 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb en waarin hun vaders gewoond hebben; ja, zij zullen daarin wonen, zij, hun kinderen en hun kindskinderen, tot in eeuwigheid, en mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn. 26 Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen. 27 Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 28 En de volken zullen weten, dat Ik, de HERE, het ben die Israël heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat.
Dit is nu aanstaande en m.i. niet al in de tijd van Jezus en de handelingen gebeurd.
In deze profetie staat ook dat zij samen in het land zullen wonen als 1 koninkrijk. Hoe zie jij dat dan in jouw visie van de wilde olijf is het tienstammenrijk?
Hoe zijn die nu geent dan op de olijfstam?