Richteren 6:
25 In die nacht nu zeide de HERE tot hem: Neem een stier van uw vader, namelijk de tweede stier van zeven jaar, haal het altaar van Baäl, dat van uw vader is, omver en houw de gewijde paal om, die daarbij staat.
I Koningen 11:
Toen greep Achia [een Joodse profeet -- Marloes] de nieuwe mantel die hij droeg, en scheurde die in twaalf stukken; 31 hij zeide tot Jerobeam: Neem voor u tien stukken, want zo zegt de HERE, de God van Israël: zie, Ik ga het koninkrijk van Salomo afscheuren, en Ik geef u de tien stammen – 32 maar één stam zal voor hem zijn, ter wille van mijn knecht David en van Jeruzalem, de stad die Ik uit alle stammen van Israël verkoren heb –, 33 omdat hij Mij heeft verlaten, en zich neergebogen heeft voor Astarte, de godin der Sidoniërs, voor Kemos, de god van Moab, en voor Milkom, de god der Ammonieten,
Zowel God als zijn profeten spreken hier de namen van allerlei afgoden uit.
Waarom dan dat verbod? Omdat zij die afgoden niet mogen dienen.....