Recent heb ik o.a. de overweging (zeg maar, een korte preek) mogen verzorgen bij de doop van de dochter van goede vrienden. Zij hadden gekozen voor de tekst uit Johannes over de wedergeboorte:
quote:
Er was onder de Farizeeën iemand die Nikodemus heette. Hij behoorde tot de voornaamste van de Joden. Eens kwam deze in de nacht bij Jezus en zei: “Rabbi, wij weten dat Gij van Godswege als leraar gekomen zijt, want niemand kan die tekenen doen die Gij verricht als God niet met hem is.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet wedergeboren wordt kan hij het Rijk Gods niet zien.” Nikodemus zei tot Hem: “Hoe kan een mens geboren worden als hij al oud is? Kan hij soms in de schoot van zijn moeder terugkeren en opnieuw geboren worden?” Jezus antwoordde: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet geboren wordt uit water en geest kan hij het Rijk Gods niet binnengaan. Wat geboren is uit het vlees is vlees en wat geboren is uit de Geest is geest.”
Ik heb de meer persoonlijke zaken er uit gehaald, en ben benieuwd wat jullie visies zijn op de Evangelietekst en jullie (bij voorkeur afwijkende, daar leer ik van

) reacties op mijn overweging:
“Als iemand niet wedergeboren wordt kan hij het Rijk Gods niet zien” zegt Jezus, “als iemand niet geboren wordt uit water en geest kan hij het Rijk Gods niet binnengaan.”
Wat is die wedergeboorte waarover Jezus spreekt? De heilige apostel Paulus schrijft aan de christenen van Rome: “Gij weet toch, dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden.”
In de doop delen we in de dood van Christus en in Zijn verrijzenis en eeuwig leven, aldus Paulus. Maar Jezus spreekt tegen Nikodemus niet over het eeuwig leven maar over het Rijk Gods. Is dat dan hetzelfde? Is het Rijk Gods iets waarnaar we als christenen mogen uitzien, waarop we mogen hopen, maar waaraan wij nu nog geen deel hebben?
De volheid van het Rijk Gods zal pas op het einde der tijden bereikt worden. Maar in Jezus Christus is het Rijk Gods ons al zeer nabij. Dit koninkrijk van waarheid, recht en gerechtigheid, dit koninkrijk van vrede, ligt binnen handbereik. “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de blijde boodschap” zegt Jezus volgens Marcus. Het is Gods wil, zo leert de Kerk, dat door de liefde hier op aarde reeds enigszins het Rijk Gods zal oplichten als een voorafschaduwing van het eeuwige Rijk Gods.
Als ouders vragen jullie voor XXX dat zij door de doop mag toetreden tot de Kerk, die het Lichaam van Christus is, om zo te delen in Zijn dood en verrijzenis, in Zijn eeuwig leven, maar vóór alles, in Zijn liefde. Jullie zijn je er bewust van, dat jullie hierbij een verantwoordelijkheid op je nemen om XXX op te voeden in geloof. Dat is geen gemakkelijke verantwoordelijkheid, al was het maar omdat het ook voor jezelf soms zo moeilijk kan zijn te geloven. Hoezeer de Kerk ook een gemeenschap van liefde wil zijn, soms is het moeilijk die liefde te zien, in plaats van een stel dorre regels. Hoezeer God ook Zijn kinderen lief heeft en gelukkig wil laten zijn, soms ervaar je angst, verdriet en lijden zo diep dat het moeilijk voorstelbaar is dat God het kan toelaten. In die momenten is het niet makkelijk om je dochter in geloof op te voeden. Het is juist dáárom dat de opvoeding geen taak is voor de ouders alleen. De gehele Kerk en in het bijzonder peter en meter, nemen de taak op zich jullie daarin te helpen.
Vertellen over Jezus, XXX meenemen naar de Mis en zo vertrouwd maken met de viering van de Eucharistie is belangrijk. Maar nog veel belangrijker is XXX een gelovig leven van liefde vóór te leven. Een gelovig leven is een leven uit liefde, en dat uit zich op vele manieren.
[... persoonlijke zaken ...]
In de doop wordt XXX wedergeboren, uit water en geest. En in de liefde van haar ouders, haar peter en meter en van allen die zich om haar heen verzamelen, mag ze iets ervaren van het Rijk Gods, dat ons in Jezus Christus zo nabij is.