Voor wie het leuk vindt om te lezen:
Lezen: 1e hoofdstuk van Samuel.
De jonge Samuël diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd.einde lezing.
overdenking
Vreemd is dat:
Een volk dat in licht heeft gewandeld kiest zijn eigen pad, trekt een plan en vergeet zijn maker, zijn God, zijn oorsprong. Het staat er zo statisch: “er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER”. Werd God niet meer gehoord? Waren er geen oren meer in het volk? Was God in slaap gevallen, klonken ze echt niet meer? Hoe dan de wonderen in de natuur, de kracht van de schepping? Was “de tale kanaäns verstomd in louter geleuter en formeel gebed? Of wilde men niet meer horen? Na de verhalen van de rechters zou dat het meest aannemelijk zijn. Israël was van God losgeraakt, niet van Godswege maar door eigen wil.
Het lijkt een interbellum te zijn: het volk leeft in een tussentijd. Niets is minder waar denk ik. Het volk mag dan God verlaten hebben en een eigen route volgen, God heeft hun niet verlaten. Ondanks de puinhopen in Zijn tent, het ongeloof van het volk is God nog wel maar luistert men niet.
Let maar eens op de reactie van Eli als Samuel hem midden in de nacht wakker maakt. Het duurt even voor het kwartje valt bij Eli. Meerdere malen moet Samuel hem uit de slaap halen voor Eli begrijpt wat er gaande is. Kennelijk was het luisteren naar God ook bij deze godsman uitgedoofd en op de achtergrond geraakt. En dat juist een kind als Samuel hem daarbij moet bepalen.
Ach, eeuwen later lezen we het ook: worden als een kind. Gevoelig worden voor de signalen van de Ene het leren negeren van de stem van ons ik.
Samuel diende de HEER. Dat deed hij ook als hij sliep, in het heiligdom bij een dovende godslamp.
“Welterusten Eli, ik ga naar bed. De zon is reeds onder en de nachten zijn kort. Morgen weer vroeg op. Moet ik U wakker maken?”
,,Ga maar, mijn zoon, ga maar en leg je te ruste. God zij met je, ook in deze nacht.”
En Samuel ging, sloeg zijn dek op, legde zich neer bij de heiligheid van God, bij de ark van God.
Al slapend moet Samuel zich gedragen weten van God: slaap kindje slaap.
Misschien heeft hij eerst nog gebeden, zijn kinderknieën op de grond , voorovergebogen als jong kind de grond aanraken om te aarden met God. Even samen zijn. Zou hij gebeden hebben voor de oude Eli? Zou hij gebeden hebben voor zijn vader en moeder? We weten het niet. Wat we wel weten is dat Samuel later die nacht sliep. Slapen bij God. In Zijn huis. Eeuwige rust bij de Eeuwige.
De Ene waakt…de ark is het bewijs….
Heb je er wel eens bij stilgestaan dat Samuel logeerde bij God? Dat hij kind aan huis was zogezegd? HIJ SLAAPT BIJ DE ENE, BIJ DE HEILIGE. Kind aan huis bij God, gast aan tafel bij de verbondsheer, in zijn pyama naast de ark.
Gezien de staat van het geloofsleven van het volk is het denkbaar dat de werkkleding van Samuel aan de vleugels van de cherubs hingen. Er was geen waarde meer gegund aan God. De uiterlijkheden werden voldaan, de rituelen gevolgd maar verder was er niets meer over van het oude en vertrouwde Godsvolk.
En Samuel slaapt bij een dovende godslamp.
Heel langzaam raakt de olie op en wordt het schemer in de kamer een donkerte in de kamer. Het licht verzwakt en de nacht neem zijn vorm in de ruimte.
Het goud van de cherub glinstert niet meer. Aarde donker zal het zijn over een tijdje. Vergeven van licht dat Samuel aanraakt. Het eerste licht zal het vage schijnsel van de opkomende zon zijn.
Maar nu: dreigende duisternis.
Als je dan bedenkt dat het volk Israel in die jaren ronddoolde en afdwaalde van God. We kennen de verhalen van de kinderen van Eli: opgegroeid in het huis van God en toch kiezend voor eigenbelang. Egoisme en eigen buik winnen het schijnbaar van God. Het volk wandelt in de schemer en het doven van de godslamp is nabij.
Niets menselijks is hen vreemd.
verwerking
En wij?
Slapen wij bij een dovende lamp?
Is ons geloof wel “in de olie” en “op peil”?
Wat doen wij met de dreigende duisternis om ons heen? Gaan wij slapen?
Denken wij dat de godslamp er morgen ook nog wel is?
Dat er tijd te over is om te kiezen, te vertellen en voor te leven?
terugblik
Als dat zo is lees dan eens verder in het verhaal van Samuël: Samuel hoort een stem, een stem die de lamp overschreeuwt, die meer is dan olie in het vat. De stem van de Ene die wil dat Samuel én olie én schijnsel wordt van de Ene.
Het verhaal gaat dat Samuel die nacht niet echt veel geslapen heeft. Dat God hem steeds weer bij de les riep. Misschien heeft Samuel in de tussentijden wel stiekem de godslamp gevuld, omdat het anders zo donker was...
onthouden
Laten we zijn zoals Samuel: waken bij een dovende godslamp, vragen om hulp zoals Samuel ook Eli vroeg wat hij met dit godswoord aan moest. Samen als oud en jong zoeken naar wat God van ons wil.
Spreek HEER, Uw dienaar luistert.