Jezus leerde ons bidden: "vergeef ons onze schulden" wat toch een vrij loze bede wordt als we amper tot geen besef van onze schulden zouden hebben, en wat vrij inconsequent zou worden als het de bedoeling is dat we ons niet zouden beseffen dat we schuldig zijn!
Lukas 17:
3 Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. 4 En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven.
Openbaring 3 (de brief aan Laodicea)
19 Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u.
Romeinen 7
14 Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde. 15 Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. 16 Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is. 17 Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 18 Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. 19 Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik. 20 Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ík het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 21 Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; 22 want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, 23 maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. 24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 25 Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here!
2 Korinte 12
20 Want ik vrees, dat ik misschien bij mijn komst u niet zó zal vinden, als ik wens, en zelf door u zó zal gevonden worden, als gij niet wenst. Ik vrees voor twist, naijver, opwellingen van toorn, van zelfzucht, voor laster, oorblazerij, verwatenheid en ongeregeldheden. 21 Ik vrees, dat, als ik weer kom, mijn God mij bij u verootmoedigen zal en dat ik zal hebben te treuren om velen van hen, die vroeger in de zonde geleefd hebben en nog niet tot berouw zijn gekomen over de onreinheid, hoererij en ontucht, die zij gepleegd hebben.
Paulus noemt zichzelf "ellendig mens" en spreekt over een afkeer, etc. en in de 2e brief aan de korintiers schrijft hij dat hij bij zijn komst --zo vreest hij-- velen zal vinden die geen berouw hebben over hun zonden in het verleden (voor ze tot geloof kwamen?).
Jezus spreekt over broeders en zusters die zonde begaan hebben en die berouw hebben en zelfs (aan Laodicea) over tuchtigen en bestraffen (vanwege hun lauwheid).
Het lijkt mij duidelijk dat Paulus "schuldbesef" vertoont in Rom.7 en ook dat besef en berouw verwacht van de korintiers, zelfs over dingen die al heel lang geleden waren toen ze wellicht nog niet eens christen waren. Het lijkt me dat Jezus aan "berouw" en "straf" en "bekering" ook een focus legt bij schuldbesef. Het is niet zomaar allemaal automatisch vergeven omdat we nu eenmaal christen zijn, er wordt op z'n minst verwacht dat we ermee naar de Vader gaan ("vergeef ons onze schulden") en dat we ons van onze zonden bekeren (alhoewel dat ongetwijfeld niet betekent dat we ons hele leven met een diep schuldgevoel en minderwaardigheidsgevoel moeten rondlopen).