Paulus
Paulus spreekt zichzelf tegen op dit punt.
Aan de ene kant trekt hij fel van leer tegen bijv de besnijdenis, aan de andere kant besnijdt hij zelf ook. Aan de ene kant doet hij niet moeilijk over het eten van aan de afgoden geofferd vlees (1 korinthe 8 ), aan de andere kant moet men zich onthouden van 'wat door de afgodendienst bezoedeld is' (hand 20 15).
Volens mij kun je naar aanleiding daarvan verschillende conclusies trekken:
1 Paulus had last van voortschreidend inzicht en dus kun je niet met zekerheid stellen welk woord/gebod van God is, en welk van hem is
2 voor verschillende groepen gelovigen gelden verschillende geboden, afhankelijk van (bijv) sociaal/culturele contekst
3 hij heeft zijn regels nooit bedoeld als keiharde geboden
Ik ga voor het laatste, mede gezien wat Jezus zegt.
Jezus
Jezus geeft imho maar weinig geboden, en wat Hij geeft, is niet altijd eenduidig.
Gebod tot herdenken van Zijn dood in het avondmaal lijkt me een van de meer helder omschreven geboden. Da's anders in Joh 13: Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. 'Liefhebben' is weinig concreet.
Jezus fulmineert dikwijls tegen de geboden der farizeeen en schriftgeleerden. Hij hamert steeds weer op dat Gods wil bestaat uit zorgen voor elkaar met je hart, dat Zijn wil niet is: een stel suffe regels navolgen.
de wet
Paulus geeft aan dat de OT wet slechts diende om ons te ontdekken aan onze zonde, en dat Christus de vervulling der wet is. In romeinen 8 geeft Paulus aan dat de Geest ons nu tot wet is. Romeinen 10: Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft. In galaten 3 haalt Paulus uit naar hen die opnieuw wetticistisch handelen. Ook in kolossenzen 2:2 tref je dat aan: 20 Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen.
gevolg
In ultima leidt dat tot de conclusie in 1 johannes 5: Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem.
Hoe zit dat dan? 2 Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. 3 Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, 4 want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.
'Liefhebben' = 'geboden doen'. Hoe dan? Door te geloven.
Dus nee, ik geloof niet dat geboden als wetten verkondigd mogen worden aan hen die in Christus zijn. De enige zonde is die tegen de Heilige Geest. Wie de Geest heeft doet de wil van God.
Joh 3: Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Het tegenovergestelde van 'In de Zoon geloven' is 'ongehoorzaam zijn'.
probleem
Even goed leidt dat tot problemen met het christen zijn in de dagelijkse praktijk. De theorie is mooi, maar in de praktijk ben ik soms erg ontevreden met mijn levenswandel. Die is doorgaans niet in overeenstemming met wat ik van Gods wil verwacht.
Dat betekent alleen niet dat de theorie/het NT fout is. Dat betekent hooguit dat mijn kennen/begrip onvolmaakt is. En dat ik in de praktijk wel degelijk houvast heb aan regels. Zolang die regels maar niet als 'zaligmakend' verkondigd worden, dat doet namelijk af aan de genade in Christus.