9 Ik, Johannes, ben uw broeder en deel in uw lijden terwille van het Koninkrijk van Yeshua
. Net als u blijf ik Hem trouw, dwars door alles heen! Ik was naar het eiland Patmos verbannen omdat ik de mensen op YHWH had gewezen en hun verteld had wat ik over Yeshua wist.
10 Door de Heilige Geest werd mijn geest meegenomen naar de dag van de Here.
Ik hoorde een luide stem, die klonk als een bazuin, achter mij zeggen:
11 "Schrijf alles wat u ziet in een boek en stuur dat naar de zeven christengemeenten: Efeze, Smyrna, Pergamum, Thyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea!"
12 Ik keerde mij om, want ik wilde zien wie dat zei en ik zag zeven gouden olielampen.
13 Tussen de lampen stond Iemand Die er uitzag als de Mensenzoon. Hij droeg een lang kleed, dat tot op Zijn voeten hing en had een gouden band om Zijn borst.
14 Zijn haar was zo wit als wol, zelfs zo wit als sneeuw en Zijn ogen schitterden als vuur.
15 Zijn voeten glansden als gesmolten brons en Hij had een stem als een donderende waterval.
De Dag des HEREN is géén zondag, maar de Dag des Oordeels.
Over het algemeel willen Christenen graag zien dat er met "Dag des Heren" de zondag wordt bedoeld, maar dat is dus niet zo.
De dag des HEREN, Maleachi: 4-6
1 Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken – zegt de HERE der heerscharen – welke hun wortel noch tak zal overlaten.
2 Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal.
3 Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de HERE der heerscharen.
4 Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël, inzettingen en verordeningen.
5 Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 6 Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.