Ok dan! Zo zou ik me kunnen voorstellen dat het zou kunnen zijn m.b.t. de gelijkenis met het mosterdzaadje en de gelijkenis met het zuurdeeg.
Maar bij nader inzien...
quote:
kunnen gaitema en Divinespark toch wel eens gewoon gelijk hebben...
en dat de illustratie van het mosterdzaadje (zie ook Markus 4) twee dingen beklemtoond:
De verbazingwekkende groei van de Koninkrijksboodschap en de groei van de christelijke gemeente vanaf Pinksteren 33, én: de bescherming die degenen krijgen die de boodschap aanvaarden.
De vogels des hemels, die in de schaduw van dit Koninkrijk kunnen neerstrijken, beelden in dit geval geen vijanden van het ware Koninkrijk af die proberen de goede zaden op te eten, zoals de vogels in de illustratie van de man die zaad op verschillende soorten grond uitsrooide (Mark 4:4). Ze beelden in dit geval rechtgeaarde mensen af die bescherming zoeken binnen de grenzen van de christelijke gemeente.
Interessant is dat God het Messiaanse koninkrijk eveneens vergeleek met een boom en profetisch verklaarde:
"Op de berg van de hoogte van Israël zal ik hem overplanten, en hij zal stellig grote takken dragen en vrucht voortbrengen en een majestueuze ceder worden. En daaronder zullen werkelijk alle vogels van allerlei vleugel verblijf houden; in de schaduw van zijn loof zullen ze verblijf houden." - Ezechiël 17:23
Ja, is dit geen zeer toepasselijke tekst, die heel wat duidelijk maakt in dit verband?!!
En dan de gelijkenis met het zuurdeeg.
quote:
Divinespark schreef op 19 mei 2008 om 18:04:Het verwachtingspatroon van een paar mensen hier, is dat zuurdesem en vogels VASTE SYMBOLEN zijn. En ook dat ze altijd positief en negatief zouden zijn. Wat evenmin het geval is, is bij zwaarden.
In de Bijbel wordt zuurdeeg vaak gebruikt om zonde af te beelden. Maar ik moet Divinespark gelijk geven. Want:
1) Tijdens het pashafeest stond God geen zuurdeeg toe, maar bij offers op andere gelegenheden wel. Zuurdeeg werd gebruikt in verband met drankoffers/gemeenschapsoffers, waarbij de offeraar vrijwillig zijn offer aanbood uit dankbaarheid voor ontvangen zegeningen. Het was een vreugdevolle maaltijd (Lev. 7:11-15).
2) Zoals Divinespark terecht opmerkte: in de Bijbel kan iets de ene keer een negatieve betekenis hebben, en bij een andere gelegenheid kan datzelfde iets een afbeelding van iets postiefs zijn. B.v. een leeuw. 1 Petrus 5:8 vergelijkt Satan met een leeuw om zijn gevaarlijke, gemenene aard uit te laten komen. Maar in Openbaring 5:5 wordt Jezus met een leeuw vergekeken: "de Leeuw die uit de stam Juda is". In dit geval is de leeuw een symbool van moedige rechtvaardigheid.
3) In Jezus gelijkenis met het zuurdeeg was het niet zo dat de hele massa bedorven of onbruikbaar geworden was. Jezus doelde blijkbaar veel eerder op de normale gang van zaken bij het maken van brood. Door het weloverwogen toevoegen van zuurdeeg waren de resultaten positief.
Ook werd het zuurdeeg verborgen in de meelmassa. Misschien zien we de groei aanvankelijk niet, maar uiteindelijk worden de resultaten ervan merkbaar. Die groei vind overal plaats. De Koninkrijksboodschap heeft zich eveneens
"tot de verst verwijderde streek der aarde" uitgebreid (Hand. 1:8, Mat. 24:14).
Niets kan de uitbreiding van Gods werk tegenhouden (Jes. 54:17)...