Doet me denken aan een verhaal van een koppensnellers stam in latijnsamerika. Deze indianen geloofden in de motto: "dood met de speer, anders wordt je gedood met de speer." Ze geloofden in de grote Geest van de Boa, dat was een rivier bij hen waar je als je stierf over heen moest springen om in het paradijs te komen. Maar wanneer je niet sterk genoeg was om over de Boa heen te springen, dan belande je niet in het paradijs en verander je na de dood in een insekt. En dat is een hel volgens hen. Er kwamen evangelisten die hen het evangelie brachten namens de Geest van de Boa, namelijk dat Hij zijn Zoon gestuurd had en die dode anderen niet met de speer, maar bracht de boodschap aan de mensen dat de Geest van de Boa wilde dat ze anderen niet meer zouden doden met de speer. En de mensen hebben de Zoon van de Geest van de Boa wel doorboord met een speer, maar de Zoon van de Geest van Boa deed niets terug en sprong over de Boa. Iedereen die de Zoon geloofd zal door Hem over de Boa kunnen springen.
Er kwam een beweging opgang van vredelievende indianen, maar uiteindelijk is er onrust in de kamp ontstaan. Verontruste roddels en werden de zendelingen allemaal gedood. Maar de stamhoofd die erg veel verdriet al had omdat een krokodil zijn dochtertje van een jaar of 4 a 6 dood beet en vreesde dat ze niet over de Boa had kunnen springen en een insekt is geworden was overrompeld door wat hij zag toen de evangelisten gedood werden. Hij zag hoe ze over de rivier de Boa sprongen en naar het paradijs gingen. De vrouwen van de evangelisten zijn later met een stamgenoot die al jaren niet meer bij hen was naar ze toe gegaan, om het evangelie voort te zetten, ondanks wat er gebeurd is. Deze stamhoofd heeft aan een kind van één van de vrouwen die inmiddels volwassen geworden is gesmeekt hem te doden, want hij barste in tranen uit over hoe ze deze mensen die over de Boa gesprongen waren gedood hadden, want ze hebben toch hele goede mensen gedood, anders waren ze niet in het paradijs gekomen. Maar deze jongen zei onder de tranen terug dat de Zoon van de Geest van de Boa dat niet wilde, maar het hen vergaf en met hen een nieuwe start wilde maken en zo leerde deze stam de God van Israël kennen en zijn Zoon die door speren doorboord is en hun redder is van deze kwaad.