Grompie, waarom lees jij de nootjes er niet bij als je de HC niet snapt?
1 Joh 2: 1 Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige
Dus zowel Paulus als Johannus hebben het over Jezus als voorspraak. Dat zijn 2 mensen om te negeren...
En Jezus' eigen woorden zijn vaag, getuige alle verschillende vertalingen. Maar ik zal wat meer contekst geven van Joh. 16..
22 Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap. 23 En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam. 24 Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij. (...)
26 Te dien dage zult gij in mijn naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, 27 want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij Mij hebt liefgehad en geloofd hebt, dat Ik van God ben uitgegaan. (...)
30 Nu weten wij, dat Gij alles weet en niet nodig hebt, dat iemand U vraagt; hierom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.
Dus:
1: het gaat over de tijd dat Christus ons weerziet
2: er is dan sprake van bidden tot de Vader
3: dat gaat om bidden 'in Christus naam', of zoals een andere vertaling zegt, 'met beroep op (het lijden en sterven) van Christus'
4: te dien dage gaat Christus niet voor ons bidden: dat kunnen we dan immers zelf...
5: vers 30: kennelijk wilden de discipelen dingen aan Christus vragen, die Christus dan weer aan zijn Vader voor zou moeten leggen. Volgens mij reageert Christus dus met 'Ja daaag, 'kben geen doorgeefluik. Je kunt het best zelf!'
De andere teksten gaan meer over Christus als voorspraak voor onze genade, vind ik. Dus is er sprake van 2 soorten vragen.
1: vraag om dagelijkse dingen (Joh. 16:23 ...Als gij de vader om iets vraagt, Hij zal het u geven)
2: vraag om verlossing (Rom 8:34, 1 Joh 2:1)
De HC, v&a 49, laat in het midden wat voor een voorspraak Christus is, wat hij bepleit. Als je de voetnoten leest, dan snap je hoe de HC het bedoelt. Echter, als je de contekst in de HC leest (apostolische geloofsbeleidenis), dan moet het wel over je verlossing gaan.
Maar ik ben het met je eens dat Joh 16 wel wat vaag overkomt. Gezien de hoeveelheid verschillende vertalingen/interpretaties, denk ik dat de grondtekst ook niet heel duidelijk is. Ik ken alleen te weinig grieks/aramees om die ernaast te leggen en de vertaalproblemen aan te geven.