Ik ben zo vrij geweest onderstaande bijdrage vanuit het topic
Impact van de recente Vrijmaking, hier even te quoten.
Hier is het wel relevant. Heb je gelijk een concreet voorbeeld.
op 19 Oct 2003 20:43:57 schreef apperloo:Lied 335. Het dooplied. Dit lied is niet meer plenair besproken. De
synodecommissies hadden geen bezwaren. Er is verder niet over gestemd. Maar de
bezwaren logen er niet om.
Markus 10:14. Daar lezen we: Laat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet;
want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods. Voorwaar Ik zeg u: Wie het Koninkrijk
Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan. De kern van dit
onderwijs van de Here is: want voor zodanigen. Het koninkrijk Gods ontvangen als
een kind. Maar dit lied predikt de alverzoening. Laat de kinderen tot Mij komen,
zingen we in het eerste vers, want húnner is het koninkrijk. De boodschap is anders
in Gods Woord, en ook in ons doopsformulier. De verbondskinderen behóren
gedoopt te zijn. Bij de gronden van de kinderdoop staat geschreven: Daarom heeft
God onder het oude verbond bevolen de kinderen te besnijden; deze besnijdenis
was een zegel van het verbond en van de gerechtigheid van het geloóf. En Christus
zelf heeft kinderen omhelsd, de handen opgelegd en gezegend. Argumenten voor
kinderdoop als vervolg op de eertijds ingestelde besnijdenis. Verbondskinderen
behoren gedoopt te zijn. Daarom krijgen de doopouders te horen: U hebt gehoord
dat de doop door God is ingesteld om aan ons en onze kinderen zijn verbond te
verzegelen. Daarom moeten wij dit sacrament met dat doel en niet uit gewoonte of
bijgeloof gebruiken. Maar wat zingen we in Liedboeklied 335? We komen met het
jonge leven, het moet God dankend worden weergegeven. Gij komt ons vriend’lijk
tegen, Uw liefde vindt ons langs verborgen wegen. Geef ons uw naam. Gij spreekt
het aan, het heeft een naam gekregen. Uw teken spreekt. Het is gedoopt, begraven
en herrezen. Kind’ren die we U wijden. Er is gedoopt! Wij allen zijn verbonden.
Dat het een verbondskind wás vóór de doop, is weggevallen.
De doop wordt iets bijzonders, een wijding, een naam, een teken. Rooms.
Het kind is gedoopt, begraven en herrezen.
Maar Romeinen 6 zegt ons: Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de
dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders,
zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Er is een voortdurende
maning om de zonde niet langer als koning te laten heersen. Het is geen voltooide
zaak. We moeten er ons hele leven wat mee doen.
De woorden in het Liedboeklied staan ver af van de Schrift en de Gereformeerde
belijdenis: De HC zondag 27, zegt: Daarom moeten zij door de doop, als teken van
het verbond, bij de christelijke kerk ingelijfd en va n de kinderen van de ongelovigen
onderscheiden worden.
Maar het Liedboeklied brengt magie aan: verborgen wegen, uw naam, sprekend
teken, gewijde kinderen.