ss RotterdamToen ik vrijdagmorgen op het werk een kijkje nam op de site van het
Rotterdams Dagblad, had ik onmiddellijk een onderwerp voor m’n weblog bij de kladden: de aankoop door de RDM (Rotterdamse Droogdok Maatschappij) van het cruiseschip Rotterdam. De Rotterdam werd in 1958 door koningin Juliana gedoopt en is het grootste schip dat ooit in Nederland is gebouwd. Van 1959 tot 1971 was de Rotterdam het vlaggeschip van de
Holland-Amerika Lijn. Na die tijd deed de Rotterdam dienst als cruiseschip. In 1997 verkocht de HAL het majestueuze schip, dat niet voor niets ‘Grande Dame’ als bijnaam heeft, aan rederij Premier Lines. Die transactie werd de Rotterdam (inmiddels omgedoopt tot Rembrandt) bijna fataal: Premier Lines ging failliet en de Rotterdam werd gedumpt op de Bahama’s, waar het inmiddels 5 jaar aan de ketting ligt.

Juist op het moment dat het schip ten prooi dreigde te vallen aan de genadeloze slopershamer, stemde de gemeenteraad van Rotterdam in met een lening aan de RDM, die
de Rotterdam terughaalt naar de stad waar ze hoort. Een prima zet van de gemeente. De Rotterdam is van grote historische en monumentale waarde en kan een grote toeristische trekpleister worden. Er zijn plannen om in de voormalige oceaanstomer diverse activiteiten te ontplooien: horeca, congressen, een museum en wellicht ook een casino. Een ligplaats is nog niet vastgesteld, maar hopelijk wordt dat in de buurt van de Kop van Zuid.
Om een alinea in het artikel moest ik een beetje gniffelen. D66-raadslid J. Marapin heeft er voor gepleit om een deel van het cruiseschip te gebruiken als alternatief voor de prostitutie op de Keileweg. Ook wil Marapin af van het voorvoegsel ‘ss’. “Dat is iets dat in deze stad niet kan”, vindt hij. Politici blijven rare snuiters. ‘ss’ staat gewoon voor stoomschip en werd tientallen jaren als voorvoegsel gebruikt bij namen van dit soort schepen. Het zinspelen op eventuele gevoeligheden in verband met Hitler’s SS is spijkers op laag water zoeken. Heeft meneer Marapin niks beters te doen? En de hoertjes van de Keileweg biedt-ie maar onderdak bij hem thuis.

Mijn interesse in de Rotterdam komt niet uit de lucht vallen. Al van jongs af heb ik een fascinatie voor grote schepen. Op mooie zondagmiddagen nam m’n pa ons als kind vaak mee naar het
Vlaardingse Hoofd om bootjes te kijken. We deden dan een spelletje wie het eerst kon zien hoe een schip heette en waar het vandaan kwam. Vooral de grote containerschepen hadden onze interesse. Hoe groter hoe beter. Nog steeds gaat mijn belangstelling voornamelijk uit naar grote bootjes. Zoals de
Regina Maersk, een van de grootste containercarriers op aarde. Op de Regina kunnen 6000 containers een plekje vinden. Onlangs deed de reuzin Europoort aan. Ook mammoettankers vind ik tof. Die gevaartes hebben zo’n enorme diepgang dat ze in de Rotterdamse haven alleen terecht kunnen bij de Maasvlakte. De moderne scheepvaart heeft verder echter nauwelijks mijn interesse. In het verleden heb ik veel gelezen over de geschiedenis van de zeescheepvaart, scheepsrampen, oorlogsschepen en zeeslagen. Verder dan lezen over bootjes ben ik niet gekomen, ik ben een echte landrot. De enige keren dat ik mij op zee bevond, waren op de ferries naar Engeland en Corsica.
Hmz, ik heb gemerkt dat wanneer ik eenmaal begin te schrijven voor mijn weblog, het geheel zich vaak uitbreidt als een olievlek. In de bijlage ‘Mensen’ van het Reformatorisch Dagblad las ik gisteren een artikel dat een link heeft met het voorgaande. In Las Palmas aan de Wilhelminakade te Rotterdam (Kop van Zuid) is momenteel de tentoonstelling “Ellis Island, vier eeuwen landverhuizers in Rotterdam.” Voor de komst van het straalvliegtuig was Rotterdam vier eeuwen lang de grootste internationale doorvoerhaven voor emigranten naar Amerika. Het begon met de pilgrimfathers in 1620. Ze waren uit Engeland gevlucht omdat ze vervolgd werden om hun kritiek op de Church of England. De pilgrimfathers verzamelden zich in Rotterdam, hielden een laatste kerkdienst in de Oude Kerk van Delfshaven (sindsdien Pelgrimvaderskerk geheten) en waagden de oversteek naar de Nieuwe Wereld. Hierna volgden onder andere de hugenoten, wiens aanwezigheid in Frankrijk niet meer zo op prijs werd gesteld.
Ook een andere groep mensen die het in de loop der eeuwen zwaar te verduren heeft gehad, is massaal via Rotterdam in Amerika beland: de Joden. In 1873 werd de Nieuwe Waterweg geopend en kreeg de emigratiegolf een grote impuls door de oprichting van de Holland-Amerika Lijn. Een stroom van honderdduizenden Joden uit voornamelijk Oost-Europa trok naar Rotterdam om te ontsnappen aan de pogroms en het antisemitisme. Er was in die tijd een organisatie, Elim, die probeerde de Joden nog net voor hun vertrek naar Amerika ertoe te bewegen christen te worden.

De emigranten scheepten in bij het gebouw van de HAL aan de Wilhelminakade, dat tegenwoordig bekendheid geniet als Hotel New York (zie plaatje.) Bij aankomst in New York werden de gelukszoekers opgevangen op Ellis Island, tegenover Manhattan (zie plaatje.) De tentoonstelling die nu in Rotterdam te zien is, trok vorig jaar in New York 1,3 miljoen bezoekers. Veel Amerikanen hebben hun roots liggen op Ellis Island. De geschiedenis van de emigratie naar Amerika is erg boeiend, maar mijn weblog wordt nu wel erg lang. Ik kan niet stoppen met schrijven en lijk wel een op hol geslagen diesellocomotief. Snik.
Ellis Island in 1933BroertjeNog een puntje dan. Gisteren was m’n teerbeminde oudste broer jarig. Van mij heeft-ie een verzamel-cd van The Corrs gekregen, die geloof ik wel in goede aarde viel. Mooie vrouw trouwens, Andrea Corr, maar dit terzijde.
Eigenlijk valt er nog veel meer te schrijven. Over de cd’tjes die ik gisteren voor mezelf heb gekocht (o.a. van New Order, Radiohead en Faithless), over andere interessante artikelen die ik heb gelezen (o.a. over Irak, The Who en Led Zeppellin), over vriendschap (zit nog steeds in de koker), over schoonheid (zit ook nog steeds in de koker, hij raakt verstopt), over... aargh ik word gek.

P.S. Mooie foto’s Sander. Zullen we ook een keer wat kiekjes schieten van Vlaardingen?