
Eer zij de heerlijkheid Gods,
Vader, Zoon en Heilige Geest
Zoals het was in de beginne
zo zij het thans en voor immer
tot in de eeuwen der eeuwen.
Amen
Het 'klein' gloria, dat ik zojuist op een cd-opname van een getijdedienst uit een klooster hoorde. Het deed me denken aan een bezoek dat ik een paar jaar geleden aan een klooster bracht.
Wie temidden van onze jachtige maatschappij op zoek is naar rust, heeft zichzelf niet voor een eenvoudige opgave gesteld. Het lijkt wel alsof je steeds verder van het bedrijvige leven in de steden en dorpen vandaan moet om voldoende los te komen van de stroom gebeurtenissen die ons dagelijks onontkoombaar meevoert. Voor de echte rustzoeker bestaan er gelukkig oorden waar hij kan aankloppen. Verspreid over ons land vinden we een aantal kloosters, die hun deuren open hebben staan voor vermoeide reizigers, die zich voor enige tijd willen losmaken uit hun dagelijkse sleur om zich aan te sluiten bij het leefritme van de monniken. Eén van deze kloosters is de
Achelse Kluis, ongeveer tien kilometer ten zuiden van Valkenswaard.
De Achelse Kluis is een trappistenklooster. Hiermee staat deze monnikengemeenschap in de traditie die in de achttiende eeuw begonnen is in het klooster van La Trappe. De toenmalige abt De Rancé zorgde in La Trappe voor een zeer strenge hervorming. Wie de geschiedenis van het kloosterleven bestudeert, ziet een voortdurend weerkerend patroon van verval en hervorming. Het gebeurt steeds weer opnieuw dat de leefregel die in de zesde eeuw door Benedictus is opgesteld minder nauwkeurig wordt nageleefd, waarna er steevast een hervormingsbeweging op gang komt waarin men de zaken weer eens goed op een rijtje wil zetten. De hervorming van De Rancé was zo radicaal dat de gemiddelde leeftijd van de kloosterlingen onder zijn bewind daalde. Deze zeer strenge tijden zijn echter voorbij. Ook in de Achelse Kluis. Waar het vroeger bijvoorbeeld verboden was om te spreken, mogen de monniken heden ten dage de nodige woorden met elkaar wisselen. Toch behoort de trappistenorde nog steeds tot een van de strengste.
Als je aanklopt bij de poort van de Achelse Kluis, gaat een klein luikje in de zware houten deur open, waarachter het hoofd van broeder Jo verschijnt. Na duidelijk gemaakt te hebben dat je als gast komt, kun je naar binnen. Direct achter de poort bevindt zich het gastengedeelte van het klooster. Een vierkante tuin, met rechts de ingang naar de kerk, links een doorgang naar het toeristengedeelte, waar een herberg en twee winkels te vinden zijn, en recht
tegenover de poort het gastenverblijf. Hier zwaait broeder Joris de scepter. Hij wijst je een kamer waar je de komende dagen mag doorbrengen. De kamers, die zich op de eerste verdieping van het gastenverblijf bevinden, zijn zeer sober ingericht. Veel meer dan een bed, een tafel met een stoel en een wastafel is er niet te vinden. Wie komt voor luxe is aan het verkeerde adres. Onder de kamers, op de begane grond, zijn de eetzaal en de keuken te vinden.
De dag van een monnik is gevuld met bidden en werken. Er zijn een zevental vaste momenten op de dag waarop de monniken in de kerk bijeenkomen voor gebed. Dit getijdengebed begint al om half vijf 's ochtends als broeder Joris de klok luidt voor het nachtofficie. De laatste gebedsdienst is om half negen 's avonds. Deze getijdendiensten zien er allemaal ongeveer hetzelfde uit. Een korte lezing uit de Bijbel, gebeden en vooral psalmen. Deze worden gereciteerd op een zeer sobere melodie. Geen uitbundigheid, geen franje en opsmuk, alleen het meest essentiële. En alles gebeurt zonder dat er ook maar één woord teveel gesproken wordt. De monniken komen zwijgend de kerk in, buigen voor het altaar en nemen hun plaats in de koorbanken in. Dan is het stil, totdat de voorzanger inzet: "God, kom mij te hulp". Daarna worden de gebeden en de psalmen gezongen. En zo zeven maal per dag. De laatste gebedsdienst, de completen, is een ervaring op zich. Aan het einde worden de lichten gedoofd, behalve één lamp, die vanuit de nok van de kerk op het mariabeeld schijnt dat hoog in het koor geplaatst is. De monniken verlaten de koorbanken en zingen knielend met hun gezicht naar het beeld gericht het
Salve Regina. Daarna wordt ook het laatste licht gedoofd, waarna de stilte voor de nachtrust intreedt.
Als de broeders niet bidden, dan werken ze. De Achelse Kluis moet, net als ieder ander klooster, zichzelf bedruipen. De meeste inkomsten komen van de vele toeristen die langskomen. Direct naast het klooster bevindt zich een herberg waar men gezellig een potje bier kan drinken. Abdijbier wel te verstaan. Sinds enkele jaren heeft de Achelse Kluis weer een brouwerij, waar onvervalst trappistenbier gebrouwen wordt. Wie nog wat voor thuis mee wil nemen kan terecht in de abdijwinkel. Naast vele soorten bier zijn daar nog andere levensmiddelen en abdijprodukten te verkrijgen. Ook is er nog een winkeltje met allerlei religieuze artikelen. Boeken, kruisjes en beeldjes, wierook en wijwater. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is er te krijgen. Deze handel is erg belangrijk voor het voortbestaan van de Kluis. Naast het werk in de winkels hebben de monniken nog vele andere bezigheden. In de tuin, de bibliotheek, de keuken of de schrijnwerkerij, vinden ze hun levensvervulling.
Voor de kloosterlingen geldt dat ze zonder toestemming van de abt de abdij niet mogen verlaten. De trappistenorde is een contemplatieve orde. Er wordt niet op uit getrokken om bijvoorbeeld zieken te verzorgen of onderwijs te geven. Alles speelt zich binnen de muren van het klooster af.
De gasten zijn natuurlijk wel vrij om te gaan waar ze willen. De Achelse Kluis ligt in een mooie omgeving. Tussen de getijdendiensten door is het dus de moeite waard om een wandeling te maken. Maar je kunt er natuurlijk ook voor kiezen je op je kamer terug te trekken voor studie of rust, of voor een gesprek met een van de monniken.
Naast de gebeden vormen de maaltijden vaste punten in het dagschema. De gasten eten niet gezamenlijk met de monniken, maar in een aparte gastenruimte. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat er gepraat wordt tijdens de maaltijd. Op de tafel staan bordjes die dat duidelijk maken. Behalve het gefluister waarmee men elkaar vraagt de hagelslag door te geven, het getik van het bestek en de rustige achtergrondmuziek is er niets te horen. Het is dus goed mogelijk om gedurende je hele verblijf met niemand een woord te wisselen. Dat kan eenzaam lijken, maar temidden van al het gepraat in de wereld om ons heen kan het ook een verademing zijn.
Een veelgehoorde uitspraak van de monniken van de Achelse Kluis is: "Eerst kom je in de stilte, daarna kan de stilte in jou ontstaan". Hiervoor is een verblijf van enkele dagen waarschijnlijk niet genoeg. Het duurt erg lang voor alle rumoer van ons dagelijks leven verstomd is. Maar toch kan het een verrijkende ervaring zijn om voor een korte tijd mee te gaan in het ritme van de monniken. De structuur van het kloosterleven is zo eenduidig dat het mogelijk is om je eraan over te geven. Maar toch zullen de meesten van ons na verloop van tijd waarschijnlijk terug gaan verlangen naar de bedrijvigheid van het leven buiten de kloostermuren. Weer tussen de mensen in de tram zitten of even gezellig bijpraten met de buurvrouw. Het is dan juist door de afstand die je tijdens het verblijf in een klooster van je dagelijks leven neemt, dat deze gewone dingen extra glans krijgen.