quote:
Denkertje schreef op 20 mei 2010 om 22:19:Ik heb eerst geen belijdenis gedaan, omdat ik niet met volle overtuiging 'ja' zou kunnen zeggen op het belijdenisformulier.
Ik was er niet zeker van of de kinderen ook gedoopt moesten worden. Hier heb ik altijd al mee gezeten.
Ondertussen heb ik een vriend.
Hij is baptist. Waarom Heer? Waarom? -heb ik vaak gebeden.
Mijn keuze voor God heb ik al lang gemaakt. Dit voelde meer als een keuze voor de kerk. Mijn jawoord voor God is met mijn gevoel en mijn verstand. Mijn jawoord voor de gkv lijkt meer met mijn verstand gemaakt te zijn. Ik weet niet of dit klopt wat ik nu schrijf, ik ben er nog niet uit..
Ik heb gebeden. God, ik denk dat dit de beste keuze is die ik nu kan maken. Vergeef het mij als dat niet zo is.
Dit weet ik wel: die psalm, ik dorst naar God die leeft...(psalm 42)
Ik heb dorst. Ik weet nu wat het betekent.
Als God voor ons is, wie is er dan tegen ons?! God leidt wie dorst naar God naar grazige weiden..
Bespreek eens met je vriend de kern van het verbond en de kern van het geloof. Je zult ontdekken dat hij ook het verbond erkent als onmisbaar element van ons geloof.
Bespreek eens met je vriend de kern van het geloof. Hij zal ontdekken dat jij ook het persoonlijk geloof erkent als onmisbaar element van het geloof.
Waarom kunnen baptisten niet gewoon gereformeerd blijven? Omdat de baptist het persoonlijk geloof van gelovige kinderen niet wil koppelen aan het verbond met de ouders.
Ik beschijf nu de wijze waarop de baptist principieel denkt. Dat is dat wij alleen Abrahams zaad zijn, door één te worden met Christus, Christus is uit Abraham, en wij zijn dat uitsluitend als wij het geloof in Christus aannemen. Onze kinderen zijn dus vanzelfsprekend geen kinderen of nageslacht van Abraham, en dienen op hun beurt ook weer een te worden met Christus alvorens zij het verbond van Abraham met God deelachtig worden.
Maar dan valt het volgende op: het volk Israël was in het verbond en zij kende ook het geloof. Ezau was geboren in het verbond en had als eerstgeborene ook een hogere positie voor God dan Jacob. Toch werd Jacob geliefd en Ezau gehaat. Maar Ezau was wel een verbondskind. Het verbond vindt zijn beslotenheid in de besnijdenis; eenmaal besneden kun je later nooit meer zeggen: de besnijdenis is weer weggenomen. het is zo en het blijft zo en juist doordat je in het verbond bent zul je ook gevolgd en gestraft worden als je je in leer en leven misgaat.
De baptist gelooft dus dat sinds Christus komst er geen verbond meer is dat loopt via de geslachten en via een "volk". Dat is eigenlijk bijzonder merkwaardig omdat God de wijze van het volk definiëren, dan dus gewoon gewijzigd heeft. Eigenlijk heeft hij de definitie van menszijn gewijzigd, want in Adam en Eva zijn ook de kinderen besloten. In het verbond met een lid van het volk worden automatisch de kinderen besloten. In de zonde worden automatisch de kinderen geconfronteerd met de zonde van de ouders (tot in het derde en vierde geslacht). In de zegen worden automatisch de kinderen besloten (tot in het duizendste geslacht) Maar volgens de baptisten eindigt het verbond bij het individu. Bij Adam, als God toen verlossing had gegeven.
De Doop bij de baptisten is gekoppeld aan het aannemen van het evangelie en het belijden van het persoonlijk geloof. Het verbond heeft een ondergeschikte plaats.
Ik beschrijf nu de wijze waarop de gereformeerde principieel denktWie gelooft of tot geloof komt wordt opgenomen in het volk Israël. Niet alleen overdrachtelijk in het avondmaal, maar letterlijk doordat hij als persoon toegevoegd wordt aan de erfenis van het volk van Israël. God heeft het verbond bevestigd en bekrachtigd en daarom worden kinderen van gelovigen automatisch als verbondskinderen erkend en aangenomen.
Maar omdat er ook een persoonlijk geloof nodig is, moet er te eniger tijd een antwoord komen, een belijdenis, waarin ook zichtbaar wordt dat het kind ook zelf zich onderwerpt aan het gezag van God als zijn schepper, zijn verlosser, en zijn heerser. Maar omdat het teken en zegel als verbondskind reeds is afgegeven is het kind dus reeds van God en is het erkennen van God dus niet een wezenlijke nieuwe stap, maar een bevestiging en erkenning van het werk dat God heeft gedaan met onze ouders. Principieel is een verbondskind van God en principieel is het antwoorden ook niet een nieuwe of kenmerkende zaak. Bekering is uitdrukkelijk niet aan de orde voor kinderen van gelovige ouders! Het kenmerkende nieuwe ontstaat alleen als een kind het verbond dat het via de ouders heeft gekregen,
verwerpt. Was er niet een beschermingsdoctrine voor het heilig houden van het avondmaal, dan kan principieel een gedoopt kind dat kennis van onderscheid heeft ook niet worden afgehouden van deelname aan het andere verbondssacrament, het avondmaal.
De doop bij de gereformeerden is gekoppeld aan het verbond, dat is aan het werk van God. Het ook een persoonlijk aannemen van het evangelie en ook een persoonlijk belijden van het geloof heeft een minder kenmerkende plaats omdat het kind reeds van God is, en reeds opgevoed is als kind van God. Bekering is dus niet aan de orde.
Bijzonderheden:- Ook de Baptisten erkennen in het gesprek dat het kind van gelovige ouders een andere principiële positie heeft dan kinderen van ongelovige ouders.
- Het hechten aan onderdompelen boven besprenkeling, hoeft geen principiële discussie te zijn.
- In een tijd dat er meer gezag is, is er ook meer sprake van het kunnen opvoeden in het geloof. "Ik en mijn huis wij zullen de Here dienen!" en ook: "En hij en zijn hele huis werden gedoopt." Je merkt dat in de oudste tijd van het volk Israël en ook in de moderne tijd van de eerste gemeente er gezag was. Een gezag dat wij niet meer kennen dan alleen uit verhalen. Namelijk dat als de gezaghebber iets voor jou beslist dat je niet alleen gehoorzaamt, maar ook nog je hart hartelijk onderwerpt en hartelijk het gezag volgt. Dat kunnen wij ons niet voorstellen omdat wij scheiding maken tussen fysiek onderwerpen en geestelijk onderwerpen. Maar Als we ons dit nu eens gingen voorstellen en Als we ons nu eens gingen realiseren wat dat betekent, DAN kunnen we inzien dat kinderen helemaal niet kunnen afwijken van het geloof dat hun ouders hun bijbracht, TENZIJ dat ze breken met het gezag van de ouders. Kinderen zijn een met de ouders. En dan is natuurlijk de vraag hoe oprecht de ouders zelf geloven en hoe sterk het gezag van God voor de ouders geldt. Want het kind is wie de ouders zijn. In bijbelse termen uitgedrukt: als wij God's wet vergeten zal God onze kinderen vergeten.
Daarom:Het verschil tussen baptisten en gereformeerden was niet dramatisch geweest als de baptisten zich niet uit "gehoorzaamheid aan God" hadden afgescheiden van de gereformeerden. Fantaserend kun je je voorstellen dat de baptisten het verbond hadden erkend en daarmee de doop door besprenkeling als teken van het verbond ook. En dat de gereformeerden hadden aanvaard dat er een moment in je leven is dat je ook persoonlijk het kruis opneemt en uitspreekt Abba, Vader, en dat de doop door onderdompeling wordt bewaard tot dat moment. Niet als zegel van het verbond, want die heb je bij geboorte gekregen, maar als teken dat God die ons eerst de zonden heeft afgewassen, ook in ons zichtbaar wordt in het teken dat wij ons hebben bekeerd en daarom de zonden graag (opnieuw) afgewassen krijgen. Want hoewel een gelovige niet bekeerd hoeft te worden, is het juist ook de gereformeerde leer en praktijk dat wij ons steeds weer dienen te bekeren. De optische verschillen bestaan bij gratie van het conserveren van het eigen gelijk en het afzetten tegen het ongelijk van de ander. Maar we hebben het over uiterlijke tekenen die in de eenheid van het geloof niet tot andere gelovigen hoeft te leiden.
Dus:In de eerste gemeente kwam het ook voor de gelovigen zich (onnodig) lieten besnijden uit liefde voor de ander. Hoewel het erg principieel wordt gevoerd en hoewel er belangrijke inzichten verschillen, is het kenmerkende verschil niet zozeer het inhoudelijke verschil van geloof, maar de door mensen opgeworpen koppelingen tussen hoe geloof neerslaat in de leer en kerkelijke praktijk.
ONDERSCHEIDEND, is daarom, denk ik, niet het oppervlakkig erg onderscheidende verbond, dopen, en belijdenis doen. Maar onderscheidend is de gezindheid om God in alles te willen dienen. En dan zijn er zoveel zaken van wereld, en verleiding, en onderlinge spanningen, dat je de handen vol kunt hebben om op het goede spoor te blijven. Maar als je je geheel verliest in de discussie over de door de mensen geschapen oppervlakte, dan kun je gemakkelijk verstrikt raken in ongemerkte verschillen die zowel bij de baptisten als bij de gereformeerden de geesten scheiden.
Revenons a nos moutons:En ik denk daarom dat je gevoel van vertwijfeling hij het belijdenis doen, en de onzekerheid op dit specifieke punt, ergens iets zuivers is dat van binnen een weg zoekt, maar niet de wegen volgt die ons zijn geleerd. Het verstand leidt ons, en het hart raakt ons, en de Geest werkt het geloof in ons. En zolang als wij leven zullen we merken dat wat in de praktijk op ons afkomt niet automatisch goed is, maar ook de beproeving der geesten behoeft, en de loutering door het gelovig gebed, en het zoeken naar de harmonie met God: onderwerping aan de Schrift, in nuchterheid en in waakzaamheid, en strijdende de goede strijd. Opdat het hart gevoed blijft en gesterkt wordt in de liefde. Niet de liefde van mensen, maar de liefde die uit God is. En omdat ik hiervoor mening, en leer, en interpretatie, vermengde: laat dit laatste het meeste zijn van wat je meeneemt van mijn woorden.