quote:
Ozombi schreef op 19 april 2010 om 23:07:Gelooft u mij toch! Ik begrijp exact wat de ander bedoelt. Ik sta naast u !
Nooit boven u of in de schaduw. Ik begrijp dat u God zoekt. Vind u God buiten uzelf? Is hij ergens anders ? Of is hij overal? Als u God ziet in alles om u heen dan ziet u God in mij als ik voor u sta. En ik zal God zien in U als u voor mij staat.
Dat ... geen prietpraat van een filosofisch doorgeslagen atheist.
God is een beginsel dat in u in uzelf moet zoeken. En dan zult u Christus(bewustzijn) vinden, en vervolgens zult u God in alles en iedereen zien.
1 joh.4:1 > hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God.
quote:
Wilt u dat ik mij in levende lijve aan u toon, opdat u in mijn ogen kunt kijken?
Opdat u in mijn ziel en hart kan zien?
Opdat u inziet dat ik geen angst ken en u zie als mijn broeder?
Want al wat in de wereld is, zoals de begeerlijkheid van de ogen, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
Christus kwam in de wereld en verscheen aan de mensen, maar wij hebben hem niet erkend en hebben Hem veracht en verworpen. Alleen diegenen geloven in Hem die God roept. Dat verschijnt inderdaad als iets Goddelijks in onszelf. Maar als het ons niet tot God brengt is het niet uit God maar uit de duivel. Dan is het een boze geest. En dat is geen bangmakerij maar kennisoverdracht. Want het is beter een bekendgemaakte en overwinbare vijand te bevechten dan in onwetendheid te dwalen.
Laat mij iets toevoegen over de kennis van liefde en de kennis van angst. Moeilijk te lezen, maar gelukkig ook gemakkelijk over te slaan
Het leven als kinderen van GodJohannes leert ons hoe de liefde en de emotie en de geboden samenhangen. Hij spreekt erover dat iedereen zondigt, maar ook dat wie in de liefde is niet kan zondigen. Hij spreekt over de volmaakte liefde, maar ook over de onbereikbaarheid daarvan voor mensen. Maar hij geeft de 'oplossing', hoe wij het een kunnen zijn en het ander ook. Dat heeft niet te maken met onze graad van volmaaktheid, en onze mate waarin wij de geboden naleven, maar dat heeft te maken met onze gezindheid om het van harte goed te willen doen - ook al stranden wij - en met onze overtuiging en ons geloof dat het Jezus Christus is, de Zoon van God in wie wij geloven, waarin wij blijven en op wie wij onze hoop vestigen.
Wij zijn gered, maar toch wordt er gesproken van hoop. Dan moet er wel iets zijn dat er nog niet is. Wij zijn in de liefde en daarom zondigen wij niet, maar toch kunnen wij niet stoppen met zondigen. Wij hebben kennis van God's liefde en almacht en onze verlossing en de verzoening tussen onze vervallen staat en God's heerlijkheid, maar toch slagen wij er niet in ons gemoed zuiver tot volledige onderwerping aan God's wil te bestemmen. En al konden wij ons volledig onderwerpen naar ons vermogen, dan nog hebben we de kern van Prediker gemist: weest niet al te rechtvaardig want de rechtvaardigheid
kunnen wij niet opbrengen en verwoesting zal dan zeker ons deel worden.
Johannes houdt het niet bij een theoretisch verhaal maar blijft schrijven: waaraan kennen wij de liefde? Hoe weten wij dat wij God liefhebben als wij God nooit gezien hebben? En hij brengt ons praktische handvatten: God meet onze liefde voor Hem af aan hoe liefdevol wij zijn met onze broeders. En wie God's geboden bewaart is in Christus.
En wie gelooft dat Jezus Christus de zoon van God is, die heeft zich van God's aandacht en aanwezigheid verzekerd. Wij worden kinderen van God genoemd!! Dus doen wij geen zonde en geen onrechtvaardigheid, maar blijven wij in God. Dat is geen feitelijkheid maar een opdracht. Want in de feitelijkheid schieten wij tekort. Steeds gaat Johannes van de kant van het geloof en emotie, naar de kant van het verstand en richtlijnen. Alsof zij de keerzijde vormen van dezelfde medaille. En hij zegt dat ook waar hij spreekt van het oude gebod dat blijft staan, en het nieuwe gebod dat uitgaat van de vernieuwdheid van het hart en ons gekruisigd lichaam.
Maar het beginsel is dat al wat uit God geboren is, de wereld overwint, dat is ons geloof dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren. En wie Christus liefheeft die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is, dat zijn alle wedergeboren Christenen. Maar direct daarop springt Johannes terug naar het praktische handvat en vervolgt dat we kunnen herkennen wanneer wij de christenen liefhebben, namelijk als wij God liefhebben en Zijn geboden bewaren. Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en zijn geboden zijn niet zwaar. En opnieuw een bemoediging, namelijk dat wij mogen bidden en God zal verhoren als het is tot het volgen van het geloof in Christus.
Cirkelredenering?Als je oplet zie je bij Johannes haast een cirkelredenering: de liefde vervangt de geboden en je kunt de liefde merken aan het houden van de geboden. Niet iedereen kan dat vatten net zomin als iedereen begrijpt het spanningsveld dat wordt opgeroepen tussen "in Christus zijn" en tegelijk niet kunnen stoppen met zondigen. Maar dat wordt ook niet van iedereen gevraagd; gemeenschap oefenen gaat verder dan het allemaal begrijpen en eens worden over de grootste gemene deler. Het gaat over het maximaal geven van een ieder, naar zijn eigen gaven.
Johannes schreef deze dingen aan de christenen opdat zij zouden weten dat zij het eeuwige leven hebben, en opdat zij ook van harte geloven in de Zoon van God. Daar begint het mee en daar eindigt het mee.
En daarmee doen wij niets af aan de wetenschap dat wie uit God geboren is, niet zondigt; en dat wie uit God geboren is, zichzelf bewaart, en dat de boze op hem geen vat heeft. Waar staat: "zichzelf bewaart" wordt er geen nuchter feit gebracht maar een morele opdracht. De wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet blijft in der eeuwigheid.
En dan rest de vraag: geloven wij in Jezus Christus de zoon van God. Is dat zo, dan is er geen twijfel en geen angst
die ons van Hem kan scheiden. Onze liefde voor God kennen wij daaruit dat God eerst ons heeft liefgehad.
Komen we dan weer uit op de liefde versus de vreze des Heren en onze onmogelijkheid daar vat op te krijgen? Het lijkt erop. Misschien is het een levensvraag, want het zou wel eens kunnen zijn dat wie het begrijpt daarmee ook de dood overwonnen heeft. Maar hetzij angst hetzij liefde, alles wat ons tot God drijft redt. En alles wat afstand schept met God brengt oordeel.
Twijfel en angst en geloofszekerheidNu kun je bij jezelf soms iets missen van
- een levend geloof in Christus,
- of het vertrouwen in God,
- of een goed geweten voor God,
- of het leven met een geloof als van een kind,
- of het roemen in God door Christus,
Maar dat is géén reden om jezelf te laten ontmoedigen of om te twijfelen of God je zal aannemen of niet.
Integendeel, God roept zelf op om te volharden in het geloof en trouw te blijven en te verlangen naar betere geloofstijden en God's genade daarin te verwachten. Want wie ernaar verlangt om zich tot God te blijven keren, en om Hem te behagen, die hoeft volstrekt niet bang te zijn voor de verwerping door God. Want God heeft beloofd dat Hij de walmende vlaspit niet zal uitdoven en het geknakte riet niet zal verbreken. En ook Jezus deed veel zaligsprekingen over wie door God worden gezien als verdrukten van hart of van geest.
Maar er is wel degelijk angst weggelegd, bedoeld voor hen die de gezindheid verliezen om zich tot God te blijven bekeren. Ja, het gaat verder dan angst, want het is het oordeel.
Angst is een emotie die wordt overwonnen door een versterkt gemoed. Maar het oordeel is geen emotie maar een aangekondigd eindstation dat aanklampt op zwakke momenten en te langen leste ook de grond onder het sterkste moment wegneemt. En daaraan kennen wij het oordeel, dat eenieder die zich van God heeft afgekeerd zeker zal sterven, en elke glimp die bij leven wordt verkregen van de heerlijkheid en almacht van God - zich uitende in velerlei vorm en op velerlei wijze in de schepping van God - wordt hem definitief afgenomen en elke volheid van het kwaad dat hij bij leven zoveel zag wordt voor eeuwig zijn deel. BOEH !
@boeh: ach, schrok je maar... De liefde van God uit zich soms niet in zalvende woorden maar in (kon het zijn: rechte) messteken. Maar voor wie God zoekt en Zijn Woord bewaart is het oordeel reeds weggenomen en is er een onuitputtelijk vat van troost en genade.