Een voorbeeld van een concrete verwachting:quote:
Deze wereld heeft nog maar een korte tijd te gaan. Niet omdat wij dat vinden in onze eigenwijsheid maar omdat gerenommeerde wetenschappers stellen dat de mens de aarde dusdanig vervuilt, dat grote rampen, overstromingen en verwoestingen niet te voorkomen zijn.
Deze sombere voorspellingen van experts brengen ons bij de vraag wanneer de wederkomst zal plaatsvinden. Niemand mag daarbij een jaartal of datum noemen. In de Bijbel staat dat niemand de tijd en de plaats weet, behalve God.
Wie het onderwerp heeft gevolgd weet ook dat de wetenschap als een belangrijk werktuig wordt gezien in handen van het kwaad. De wetenschap is de schijnkennis die de mens brengt tot een niveau gelijk aan, of boven God. Maar laten we niet oppervlakkig zijn. Hier gaat het niet om de wetenschap eer te bewijzen, maar om de wereld en alle horenden van de wetenschap het antwoord te geven op de vraag wat er gebeurt als de wereld eindigt. De wereld zelf komt met het einde, en het antwoord wordt gegeven door de gelovigen. Vergelijk deze situatie met Paulus die 1000 goden ziet en één onbekende God. Legitimeert hij met zijn ene onbekende God de 1000 andere goden? Nee, hij geeft het antwoord op de vraag waar de wereld mee worstelt: wij weten iets, maar we hebben niet het hele plaatje. Gaat het in dit theoretische voorbeeld om gelovigen die wroeten naar het einde van de wereld? Nee,
tot dusver gaat het om de wereld in te lichten over de realiteit van hun eigen leefwereld.
quote:
Stel dat ik verwacht dat ik, als ik gezond blijf, de wederkomst van Jezus Christus zal meemaken.
* Jezus noemt in Matth. 24 een reeks gebeurtenissen waar we onze aandacht op moeten richten: berichten over oorlogen en oorlogsdreiging;
* Vóór de wederkomst van Jezus Christus zal de hele schepping als in barensweeën zuchten en lijden;
* Een derde duidelijk teken voorafgaand aan de wederkomst van Jezus is de wereldwijde verbreiding van het evangelie. Zie Matth. 24:14;
* Een vierde niet mis te verstaan teken waar we aan kunnen hechten is de oprichting van de staat Israël. Vanaf 135 na Chr. zijn de Joden verdreven uit Israël: Israël had opgehouden te bestaan. Er zijn veel teksten in de Bijbel die voorspellen dat God de staat Israël zou herstellen en dat Hij de Israëlieten uit alle landen terug zou brengen naar het beloofde land.
* Wanneer vindt dit alles wat in Matt 24 staat vermeld, plaats? Vers 33 en 34 geven zelfs een tijdsaanduiding waarbinnen wij deze gebeurtenissen mogen verwachten: "dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt";
Het zijn tekenen dat het moment dichterbij komt dat iedereen van het goede nieuws gehoord kan hebben en het moment daar is dat Jezus terugkeert op aarde. ,,Deze generatie maakt de wederkomst mee"
Wij kunnen niet in iemands hart kijken, en van onszelf weten wij al dat het goede nog wel eens geneigd lijkt te zijn zich bescheiden op te stellen achter allerlei vormen van meer of minder kwaad. Maar we mogen met hen die één zijn in Christus uitgaan van de Geest die in de harten van de gelovigen hetzelfde wil bewerken. En vanuit dat startpunt, wat brengt ons dan de theoretische mening zoals hierboven geformuleerd? Ik verwijs naar de vet-markeringen die ik aanbracht.
Drie zaken vallen op. Ten eerste wordt nadrukkelijk een
Verwachting uitgesproken. Wij verwachten allemaal.
Ten tweede wordt er zeer precies gebouwd op bijbelteksten, en aan deze wordt niet toe of afgedaan – hoewel zij wel worden geïnterpreteerd.
En ten derde wordt de opmerking dat "deze generatie de wederkomst meemaakt" gemaakt als bijbelse quote na de plaatsing van het moment dat Jezus terugkomt op aarde. Wordt hier nu een fout gemaakt? Dat is nog maar de vraag. Want dat hangt af van de bedoelde plaatsing van de formulering, en de mate waarin is geslaagd in een goede interpretatie, en de mate van eigen overtuiging, en ook niet te vergeten de mate waarin God het hart heeft gevuld, dan wel de overtuiging van het gelovig en vertrouwend hart wil bevestigen en schragen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Simeon met de openbaring dat hij de komst van de messias zou zien.
Wat wil dat allemaal zeggen? Dat is de vraag. Bij mij komt het binnen als een serieuze bespiegeling die oproept tot toetsing aan de tijd en aan het Woord van God. Dat wat juist opmerkelijk is, namelijk de verwachting van de wederkomst bij eigen leven, is een ogenschijnlijk puur persoonlijke verwachting. Maar wel een die ingebed is in een kennelijk zorgvuldig bijbels overwogen standpuntbepaling. De afsplitsing van het onderwerp naar Israël en Nova is daarbij een goede voortzetting. Waarbij dan wel de opmerking geplaatst wordt dat het niet gaat om allerlei bespiegelingen over de eindtijd, want dat leidt af van het doel van de tekenen van de eindtijd. Maar waar het om moet gaan is wat een gelovige met de kennis doet.
En dat is ook precies waar in de hierboven geventileerde opvatting de lijn éénduidig naar toe gaat: De wereld zegt dat wij vergaan zullen. Wij kennen de waarheid over de bestemming van de wereld. Vertel dan ook de mensen om je heen van God. Als we dat niet doen, en
de mensen een kans ontzeggen om bij Jezus te horen, zijn wij eigenlijk moordenaars.
De vraag is waar hier een misser gemaakt wordt.
1- Mag iemand naar de tijd en de tekenen en de geestelijke situatie van de wereld kijken?
Zo nee, waarom zijn er dan eindtijd-tekenen?
2- Mag iemand een concrete verwachting hebben?
Zo nee, waarom roept de bijbel dan op om
altijd de komst te verwachten?
3- Mag iemand praten een persoonlijke idee of verwachting afleiden uit de bijbel?
Zo nee, waarom roept de bijbel dan op om waakzaam te zijn en waarom zijn er dan tekenen?
4- Mag iemand anderen oproepen om ook een concrete verwachting te hebben?
Zo nee, mag hij dan wel oproepen om de komst van Christus altijd te verwachten?
Willen wij iets zinnigs brengen, dan moeten wij deze woorden toetsen aan de schrift en dan zijn de vragen bijvoorbeeld: Wordt er gesproken uit geloof? Wordt er gedwaald en is er iets onschriftuurlijks? Wordt er gebouwd op God’s Woord? Want God’s Woord is recht en waarheid en God is één. Een profetisch woord zal altijd in lijn moeten zijn met God’s Woord.
Zijn de antwoorden positief, dan moet een gelovige dit signaal als eindtijdsignaal meenemen. Als windvaantje van de Geest. Want de concrete opwachting die wordt gedemonstreerd, op de wijze zoals die wordt gedemonstreerd, is niets meer dan een toepassing van hetgeen wijzelf ook formeel belijden: Christus kan elk moment komen!
Maar ook al zouden de antwoorden eerder negatief worden ingevuld, gezien vanuit bepaalde perspectieven of inleggingen, dan is onmiddellijk een tweede onderwerp: wat is de aanleiding en wat is het doel? Dan is het antwoord: de
gebruikte aanleiding is de wetenschap die spreekt over het einde van de aarde; en het doel is om de huidige situatie te toetsen, en iedereen op te roepen tot bekering en het komen tot Christus.
En
als iemand met een eigen concrete verwachting wordt verworpen en veracht,
als hij de bijbel naspreekt in een legitieme eigen interpretatie, of in bewoordingen waaruit een geest spreekt die zich onomwonden en onbeperkt wil onderwerpen aan de Schrift, dan moeten we oppassen. Want als wij ongefundeerd breken wat God bewerkt dan treft ons een geestelijk verwijt en kunnen wij bovendien onverhoopt belangrijke informatie missen. De aarde kreunt van ellende, en kraakt in haar voegen. Want de strijd is hevig. Wie weet of over 25 jaar Noord-Nederland nog bestaat?
God’s volk was ooit aanspreekbaar middels een enkele profeet. De tijd is voortgeschreden en er is iets nieuws: de wereld is als het volk Israël: een profeet kan door heel het volk worden gehoord. Er was een schaduwendienst voor het volk en wie op de stoel van Mozes zitten hadden het gezag en misbruikten het. En opnieuw kunnen schaduwendiensten komen voor het volk waarbij wie op de stoel van Mozes zitten het gezag misbruiken. God spreekt, en door de media kan heel het volk horen en het aannemen of verwerpen. En ook de verleider kan heel het volk in de greep krijgen. Dat gegeven maakt dat (naar de mens) zowel God als de satan aangrijpingspunten krijgen waarbij niemand meer vrijuit kan gaan, net als het volk als geheel destijds niet vrijuit ging. En evenzo maakt het dat wat vandaag vastigheid en eeuwen van zekerheid biedt, morgen wereldwijd kan worden gezien als chaos en los zand. En evenzo maakt het dat de tekenen van de tijd zichtbaarder worden. Maar de wereld, en de slapers van het eerste uur, zij relativeren en zoals de Joden ook niet met tekenen kunnen geloven wat Mozes en de profeten hebben voorgehouden, zo zullen de wereldburgers ook nog niet geloven dat de tekenen overal zijn, als zowel gisteren, en morgen, als vandaag, ermee gevuld is.
Verwerp daarom signalen
als die van Bottenbley niet, indien en voor zover zij schriftuurlijk zijn ! En als men ze verwerpt, gebruik de gelegenheidswaarschuwing en oordeel dan zélf wat de geestelijke stand van zaken is van de wereld !
Het land treurt, het verwelkt; het aardrijk kweelt, het verwelkt; de hoogsten van het volk des lands kwelen.
Want het land is bevlekt vanwege zijn inwoners; want zij overtreden de wetten, zij veranderen de inzetting, zij vernietigen het eeuwig verbond. Daarom verteert de vloek het land, en die daarin wonen, zullen verwoest worden; daarom zullen de inwoners des lands verbrand worden, en er zullen weinig mensen overblijven. De most treurt, de wijnstok kweelt, allen die blijhartig waren, zuchten. De vreugde der trommelen rust; het geluid der vrolijk huppelenden houdt op, de vreugde der harp rust. Zij zullen geen wijn drinken met gezang; de sterke drank zal bitter zijn dengenen, die hem drinken. De woeste stad is verbroken, al de huizen staan gesloten, dat er niemand inkomen kan. Er is een klagelijk geroep op de straten, om des wijns wil; alle blijdschap is verduisterd, de vreugde des lands is heengevaren. Verwoesting is in de stad overgebleven, en met gekraak wordt de poort in stukken verbroken. Want in het binnenste van het land, in het midden dezer volken, zal het alzo wezen,
gelijk de afschudding des olijfbooms, gelijk de nalezingen, wanneer de wijnoogst geëindigd is.
Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid des HEEREN zullen zij juichen van de zee af. Daarom eert den HEERE in de valleien, in de eilanden der zee den Naam des HEEREN, des Gods van Israël. Van het uiterste einde der aarde horen wij psalmen, tot verheerlijking des Rechtvaardigen. Doch nu zeg ik: Ik word mager, ik word mager, wee mij! de trouwelozen handelen trouwelooslijk, en met trouweloosheid handelen de trouwelozen trouwelooslijk.
Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij.
Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage. En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade. Wie weet, Hij mocht Zich wenden en berouw hebben; en Hij mocht een zegen achter Zich overlaten tot spijsoffer en drankoffer voor den HEERE, uw God.
Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit.
Verzamelt het volk, heiligt de gemeente, vergadert de oudsten, verzamelt de kinderkens, en die de borsten zuigen; de bruidegom ga uit zijn binnenkamer, en de bruid uit haar slaapkamer.
Laat de priesters, des HEEREN dienaars, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o HEERE! en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid, dat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hun God?