Het ontstaan van de canon van het Oude TestamentEeuwen lang heeft men gedacht dat de bijbelboeken reeds tijdens het leven van de schrijvers, of anders spoedig daarna, gezag kregen en dat in de tijd van Ezra de canon gesloten werd.
Door het historisch-kritisch onderzoek in de 19e eeuw ging men veel boeken aanzienlijk later dateren. Wanneer veel geschriften pas in of na de tijd van de Babylonische ballingschap zouden zijn ontstaan, dan kan de canon nooit in de tijd van Ezra afgesloten zijn.
In 1871 bracht H. Graetz de theorie naar voren dat de synode van Jamnia, gehouden omstreeks 90 na Chr., belangrijke beslissingen heeft genomen om te komen tot de afsluiting van de Joodse canon. Deze afsluiting zou hebben plaatsgevonden na de opkomst van het christendom.
Vervolgens kwam in wetenschappelijke kring de theorie op, dat de canon in drie stadia voor canoniek verklaard zou zijn (H.E. Ryle).
De Pentateuch zou dan in de 5e eeuw v.Chr. erkend zijn, de groep profetische geschriften in de 3e eeuw tot stand gekomen zijn en de derde groep 'Geschriften' zou dan pas in Jamnia canoniek verklaard zijn.
Deze theorie is lang gemeengoed geweest, al is die van orthodoxe zijde steeds tegengesproken, maar pas in de jaren zeventig en tachtig van de afgelopen eeuw kwam er van veel kanten kritiek op.
In 1985 verscheen het standaardwerk van R.T. Beckwith, The Old Testament of the New Testament Church ( ISBN 0-8028-3617-8) [
Note Titaan: dat boek is niet meer nieuw te verkijgen maar ik heb het nog wel in m’n kast staan]
Hij geeft veel argumenten dat de vorming van de canon in de tweede eeuw voor.Chr. voltooid moet zijn Tijdens het hogepriesterschap van Jonathan de Makkabeër (152-142 v.Chr.) zijn de Farizeeën, Sadduceeën en Essenen als groepen uit elkaar gegaan.
De omvang van het Oude Testament moet toen vastgestaan hebben, want de onderlinge rivaliteit verhinderde dat er later nog geschriften aan werden toegevoegd (vgl. 2Makk.2:13-14).
Tijdens de bijeenkomst in Jamnia zijn wel gesprekken gevoerd over enige bijbelboeken, maar die discussie ging over de inhoud van de bijbelboeken, niet over de vraag of ze canoniek verklaard zouden worden. [want daar was alreeds een consensus over].
Er zijn ook pseudepigrafische en apocriefe geschriften die gelezen werden in de kringen van Essenen, Farizeeën, hellenistische joden en de vroegste christenen.
Deze geschriften werden echter nooit gelijkgesteld met de Heilige Schrift, ondanks de bewering van het tegenovergestelde door talrijke geleerden.
H.J. Koorevaar gaat in een recent artikel nog verder terug dan Beckwith, en bepleit dat het boek Kronieken geschreven is als afsluiting van de canon.
Hij keert terug naar het oude joodse en christelijke standpunt dat Ezra en Nehemia in de 5e eeuw v.c. verantwoordelijk zijn voor die afronding. [bron: dit artikel heeft in het verleden
hier gestaan, maar nu niet meer]