De verkondiging van de doninee heb ik van hem over de mail gekregen.
Dat is het volgende:
Tijdens de dienst:
Bijbellezing: Luk.9:57-62
Bijbellezing: Filippenzen 3:10-14
De verkondiging van ds. J.J. Van Dijken.
Bijbellezing: Luk.9:57-62 zondagavond Het Centrum 22-7-12
Bijbellezing: Filippenzen 3:10-14
Gemeente van Jezus Christus
Wie Jezus wil volgen kiest niet voor de makkelijkste weg.
Dat geeft Jezus meteen ook wel aan – wie Mij wil volgen heeft geen nest, geen thuis, geen veilig plekje, wie Mij volgt die moet de doden maar aan de doden overlaten, die moet het afscheid maar aan anderen gunnen, en die moet niet achterom kijken.
Eigenlijk klonk dat heel sneu voor de man bij wie Gods liefde landde en die toen heel enthousiast zei dat ie dag en nacht bij Jezus wilde zijn. Geweldig, zou je zeggen, fijn kerel, welkom!!
Maar Jezus waarschuwt alleen: denk nou niet dat je’t paradijs gevonden hebt, denk nou niet dat je ‘er bent’, maar weet waar je aan begint!
Want wie Jezus achterna gaat, die neemt geen standpunt in, maar die komt in beweging; bij Jezus sta je niet stil maar Jezus volg je. En dus ga je altijd ergens naar toe, ben je altijd onderweg. Wie Jezus volgt is als Abraham; die ging een stem achterna, een stuk vertrouwen, zonder precies te weten wat er komen zou of waar hij heen ging. Als je Jezus volgt dan ligt er niet veel meer vast. En dat is soms knap lastig.
Want niet precies weten waar je aan toe bent, maakt onzeker, en daar hebben we een hekel aan – en dus hebben we die onzekerheden veranderd in zekere, duidelijke dingen – want als je maar geloofde wat we altijd geloofden, dan zat je goed, en als je elke zondag maar braaf in de kerk zat, dan liep je zo de hemel in, en wie dat dus niet deed, ja die ging de andere kant op.
Zo maakten we het geloof zeker – door de regels er om heen.
Maar dat is geen thuis zegt Jezus, dat is niet het nest dat je zoekt.
Want de zekerheid van het geloof zit ‘m niet in de vorm, niet in de regel, en zelfs niet in het gebouw van de Heer, maar in de Heer zelf.
Van alles kan veranderen: regels, vormen, de kerk – maar niet de Heer.
Wie niet flexibel is, kan Jezus maar moeilijk volgen, die blijft hangen in “zo is het altijd geweest”, die vind standpunten innemen belangrijker dan ze om Jezus’ wil loslaten.
Jezus waarschuwt, want bij Jezus zijn, is heerlijk maar zet ook veel op losse schroeven. Want vanzelfsprekende dingen zijn opeens niet meer zo belangrijk. Ik bedoel maar - je vader begraven – dat is toch normaal; en Jezus kan kletsen wat ie wil maar ik zou ook gewoon mijn vader begraven.
Maar blijkbaar hoorde Jezus in die opmerking van de man ook iets anders. Want zoiets als het sterven van dierbaren, dat grijpt heel diep in, en soms ook zo diep dat mensen vastzitten aan wat was, en aan wat dood ging, en dus helemaal niet meer toekomen aan de toekomst. Je kunt zo verlamd zijn door verlies en gemis, dat je de dag van morgen helemaal niet merkt. Je kunt zo in de ban zijn van de eindigheid dat je Pasen vergeet. En je kunt zo’n slaaf van de pijn worden dat je niet meer weet hoe opgewekt je was.
Laten de dode mensen, de mensen waar geen leven, geen toekomst meer in zit, laten die zich maar met de doden bezig houden – jullie kunnen beter het lied van de Opgestane zingen, dan blijven hangen in de weeklacht.
Jezus volgen is mooi – want dat leven is niet stuk te krijgen, maar het is soms verdraaid lastig om er voor te blijven kiezen.
Want even verder zegt Jezus dat een volgeling niet eens afscheid van zijn huisgenoten mag nemen – ja kom nou zeg, denk je dan. Wanneer je net als de discipelen, achter Jezus aan gaat, dan is het voor de thuisblijvers wel zo netjes dat ze weten dat je weg bent.
Nou overkwam dat Elisa trouwens ook. Toen Elia hem achter de ploeg vandaan riep, om als profeet van God hem op te volgen, toen zei Elisa ook: mag ik eerst nog even mijn vader en moeder dag-kussen.
Maar dat mocht niet; voortaan had Elisa meer met God dan met zijn ouders. En voortaan leefde hij dichter bij het Vaderhuis dan bij de moederschoot.
Als je dit zo leest dan is het haast stuitend en gewoon onfatsoenlijk, dat doe je niet, zomaar weglopen, weet je wel wat dat voor angst en zorg betekent!!
Maar dat weglopen bedoelt Jezus hier niet.
Want je kunt ook half om half met Jezus meegaan.
Dan loop je wel achter Jezus aan, maar eigenlijk ben je nog bezig met je gezin, je familie, je vrienden. Je had dit nog willen zeggen en dat nog willen doen…… Of ik wil wel volgen, Jezus, maar eerst moet ik nog even dit af maken, en eerst moet ik met die nog even bellen, en eerst moet ik daar nog naar toe, en dan…. Maar voor je er erg in hebt, is er dan al zoveel tussen gekomen wat eerst moet, dat komt er van het volgen niks meer.
Het lijkt dus heel streng en bijna onredelijk wat Jezus zegt – maar Hij legt wel de vinger precies bij de zere plek, want zo gaat het nog wel’s - dan zijn we zo bezig met ons verdriet dat we geen Jezus meer zien, of dan moeten we eerst dit nog en dat nog, en dan…. Als we rijk zijn dan…, als we getrouwd zijn dan… Maar zo komt er altijd wat tussen en is het nooit het goede moment.
Jezus vat alles eigenlijk samen met het verschil in kijken.
Of je kijkt achterom, of je kijkt vooruit.
En probeer maar eens te ploegen terwijl je constant achterom kijkt of je het wel goed doet, of zoals Paulus het later zegt, probeer maar eens een hardloop-wedstrijd te winnen, terwijl je steeds weer achterom kijkt.
Dat wordt niks – dus zegt Paulus: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt.
Dat klinkt heel logisch; wil je de wedstrijd winnen, dan moet je niet achterom kijken maar voor je uit, naar het doel waar je naar toe gaat.
En als je aan het ploegen bent dan moet je ook niet terugkijken of je het wel goed gedaan hebt, maar dan moet je voor je kijken om het goed te doen.
Dat klinkt allemaal heel logisch, en toch….
Wat kijken we vaak de verkeerde kant op – dan hebben we het bijvoorbeeld over die goeie ouwe tijd, oftewel dan kijken we terug naar hoe het was: volle kerken, veel gelovigen – maar wat we dan doen is elkaar depri maken, omdat het nu niet meer zo is.
Of dan worden ruzies altijd bevestigd met wat er vroeger gebeurde; je wilt niet weten hoe vaak de ouwe koeien uit de sloot worden gehaald voor het gelijk van nu.
Of we zijn zo bezig met de vraag of we het allemaal wel goed gedaan hebben, dat we helemaal niet toekomen aan de vragen van nu.
Terug kijken maakt mensen nog wel ’s verdrietig en somber, om wat was, om wie we missen, om die goeie ouwe tijd…
En dat terwijl we zoveel moois voor ogen hebben – het koninkrijk dat wacht, het mooiste pensioen wat je maar kunt bedenken, waardevast en vol leven.
Wie alleen maar achterom kijkt, leeft in het verleden, en voelt niks voor de toekomst.
Nou moet dat ook leren hoor – ik bedoel, Paulus had ook een verleden, hij was een fanatiekeling, hij joeg achter christenen aan, en dacht dat ie God daarmee een groot plezier deed; God zal wel heel trots op mij zijn…
Nou nee, en daar kwam Paulus hardhandig achter; hij liep Jezus tegen het lijf, viel van zijn hoge paard en werd nog blind ook, oftewel zo goed zag hij het dus niet. Maar daar bleef het niet bij, want ipv hem af te schrijven, werd Paulus in dienst genomen, en Paulus werd een grote zendeling.
Maar….. hij had een verleden, en dat kreeg hij zo nu en dan ook weer voor de voeten gegooid, vooral als hij de mensen het vuur na aan de schenen legde, dan sloegen ze terug met zinspelingen op zijn verleden: hou jij je nou maar stil, zo’n brave was jij nou ook weer niet…
Paulus had zelf misschien nog wel het meeste last van dat verleden – maar ja, wat was, is geweest en dat kun je niet meer veranderen. En dat was blijkbaar voor God ook niet zo belangrijk, want God wou niet zonder hem, God wou hem niet kwijt, God had hem nodig voor de bouw van zijn Koninkrijk – dus het gaat niet om de fouten die gemaakt zijn, het gaat er om dat het goed kwam, en het gaat niet om hoe goed of slecht je vroeger was, het gaat er om dat je Thuis komt.
Laat de zwarte bladzijden uit je leven maar bij God liggen, die kent ze wel, en die heeft je ondanks alles lief.
Kijk jij nou maar voor je, maar het Koninkrijk dat komt, naar het hemelThuis dat wacht, hou maar voor ogen waar je naar toe loopt, dan hou je de moed er ook in en voel je je een opgewekt mens.
Wie alleen maar terug kijkt, wint nooit, en is een ploeger van niks.
Wie alleen maar leeft met vroeger, met wie was, die is levend dood, en vergeet wie nu nog is. Maar wie Jezus volgt, voelt zich veilig, en wie het Koninkrijk voor ogen houdt, leeft als een opgewekt mens.
Sjouw niet teveel met je mee aan verleden, fouten en zorgen; dan kom je niet vooruit.
Hou de finish voor ogen, hou voor ogen op wie je echt aan kan – de Heer die opstandig is en leeft, dan is het goed leven, eeuwig zelfs.
Amen