Minstens eenmaal per jaar trekt een groep Vlaardingse orgelfanaten erop uit om van orgelpracht elders te genieten. Deze goede gewoonte bestaat al lange tijd en sinds een jaar of tien ben ik één van de vaste deelnemers. De anderen zijn ook allen vaste deelnemers, want het zijn altijd min of meer dezelfde mensen die meegaan. Het zijn ook de mensen die de vaste kern van het concertpubliek in de Vlaardingse Grote Kerk vormen. We kennen elkaar dus onderdehand aardig. Meestal zakken we af naar het zuiden. Het Belgenland kent een orgelrijkdom die het verkennen meer dan waard is.

Gisteravond hebben we de orgels in de kathedraal van Antwerpen bezocht. Vooraf zag ik enigszins op tegen de reis. Op vrijdagmiddag van Vlaardingen naar Antwerpen rijden is vragen om oponthoud. De reis verliep echter zeer voorspoedig. Om een uur of zes stonden we voor de kathedraal. Gelukkig vonden we al snel de rest van het gezelschap in een nabijgelegen Pizzeria. Dankzij de snelle bediening konden we nog een bord spaghetti naar binnen schuiven.
Er staan twee orgels in de kathedraal. Eén van de Brusselse orgelbouwer Pierre Schyven (1891) en één van de Zwitserse firma Metzler (1993). Hoewel het 'klassieke' orgel van Metzler zeer de moeite waard is, ging mijn belangstelling vooral uit naar het instrument van Schyven. Dergelijke orgels kennen we in Nederland amper.

Het is een orgeltype dat meestal met de term 'romantisch' wordt aangeduid. Hoewel het onmogelijk is om de indruk te omschrijven die een klank maakt, probeer ik toch maar een paar termen: omfloerst, wollig, geheimzinnig, impressionistisch... Je hebt altijd het idee dat de klank iets niet prijsgeeft. Wat dat is blijft in nevelen gehuld ('nevelig' is ook wel van toepassing als klankomschrijving), maar het maakt het zeer boeiend. Zeker als het buiten al donker is, en je in een schaars verlichte kerk speelt. De kank van het Noord-Duitse barokke orgeltype waar we in Nederland meer vertrouwd mee zijn, is eerder vastomlijnd, helder, duidelijk, etc.
De bediening van het Schyven-orgel is geen sinecure. Naast de vele registerknoppen is een groot aantal tredes aangebracht, zodat je met je voeten allerlei onderdelen van het orgel in en uit kunt schakelen. Het vereist een grote vaardigheid om hiermee soepel overweg te kunnen.

De vorige organist van de kathedraal, die reeds enkele jaren met pensioen is, zocht voor de gelegenheid het orgel nog eens op om het ons te demonsteren. We kenden hem en zijn vrouw al van concerten die hij in Vlaardingen gegeven heeft. Zeer aardige mensen. Hij toonde zich verheugd dat hij nu eens niet de toccata van Widor of de toccata en fuga van Bach hoefde te spelen. Wij waren meer geïnteresseerd in het serieuzere werk. Het werd het eerste koraal van César Franck en de Litanies van Jehan Alain. Muziek die uitstekend klinkt op dit instrument. Mooi om deze man bezig te zien op het orgel waar hij zo goed thuis is.
Hierna hebben enkele organisten uit ons gezelschap de toetsen nog beroerd. Vriend J. speelde
Le banquet céleste van Messiaen. Boven dit orgelwerk staat de tekst uit het Johannes-evangelie:
Celui qui mange ma chair et boit mon sang demeure en moi et moi en lui. Vanaf het eerste akkoord legde deze muziek een enorm beslag op de hele atmosfeer. Het stuk gaat zeer langzaam en de klank is zacht, maar heel dwingend. Toen we weer op aarde waren, wisten we waar we voor gekomen waren. De avond was vanaf dat moment sowieso geslaagd (als ie dat al niet was). Zelf had ik stukken van Andriessen en Guilmant uitgekozen, wat ook zeer goed uit de verf kwam.
Na het orgelfestijn hebben we nog een pint gepakt. Dat is ook vaste prik op de orgeltochten. En dat is tegelijk extra reden om Belgenland op te zoeken. Daar weten ze wat eten en drinken is

Op aanraden van onze gids zijn we naar 'Het elfde gebod' gegaan. Een etablissement dat zich pal naast de kathedraal bevindt. Het hele eethuis is volgestouwd met heiligenbeelden. Groot en klein, alles door elkaar. Een enorme verzameling. Na gezellige gesprekken onder het genot van één van Belgisch beste abdijbieren (een Rochefort) was het tijd om de terugreis te aanvaarden. Hoewel het zeer mistig was, waren we na ongeveer een uur weer in onze eigen haringstad. Nog even een kopje koffie naar binnen gegoten en toen onder de wol gekropen, want vanochtend moest ik weer paraat staan voor een rondje hardlopen met Pleuns broer W.