Gelaten 5
v.a. vs 18: "18 Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.
19 De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid,
20 Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen,
21 Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven. "
Zo wat lees ik hier hier iedere keer als we tegen elkaar zijn aan het zeuren zijn we niet met God bezig, maar met onze eigen eer...toch??? Ik bedoel: twist, tweedracht...
Maar gelukkig gaat deze tekst ook nog verder:
v.a. vs 22: "22 Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
23 Tegen de zodanigen is de wet niet. 24 Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. 25 Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.
26 Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende."
Wie de Geest heeft krijgt de vruchten van de Geest, en aan de vruchten kun je de boom herkennen, waarom denk je dat het de vruchten van de Geest zijn en Jezus eerder zei: "aan de vruchten ken je de boom"...als iemand de Geest heeft is het herkenbaar, zeker voor iemand die de Geest ook heeft, daar is de gave van onderscheid van geesten ook voor.
Mensen die door de Geest leven zul je herkennen, hebben de volgende vruchten: liefde, blijdschap, vrede, langmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
Hierna wordt ons duidelijk de opdracht meegegeven "Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.", dus laat de Geest door je hele leven werken in alle facetten en alle aspecten. We moeten met de Geest wandelen, en als je met iemand wandelt doe je samen dingen, zo ook met de Geest, het gaan niet om spektakel, maar om de wandel.
Daarna nog een opdracht: "Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende.", moet ik hier nog veel over zeggen??? Volgens mij is deze toch ook zeer duidelijk. We moeten niet tegenelkaar opstaan en hierarchisch denken, verder ook niet jaloers zijn op wat anderen hebben, en ook niet elkaar tergen.
Ik denk trouwens dat er een hele goede reden is waarom vers 26 juist in het verband van de Geest voorkomt. En dat is juist omdat er over de Geest zo verschillend gedacht wordt, en mensen graag snel hun eigen waarde oordeel vellen over de Geest, de één met het gevoel: "onbekend is onbemind", en de ander met het idee dat ze de Heilige Geest bij de ander naar binnen moeten krijgen. Beide lijken mij niet zo goed. Dan blijft er nog maar één optie over en dat is openminded met elkaar praten over de Heilige Geest en erachter komen wie Hij is en wat Hij voor je doet, en wat voor een uitwerking Zijn vruchten zullen hebben in je kerkelijk, maar vooral ook in je dagelijks leven.