quote:
Knee schreef op 07 oktober 2004 om 12:22:De BruidDe belangrijkste teksten in het OT die erop (zouden kunnen) wijzen dat Israel de Bruid is, staan in Hosea:
Hos 2
18 Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming;
19 Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de HERE kennen.Nemen we Hosea letterlijk dan gaat het hier over Israel, en dat is denk ook wel juist. Ik ben namelijk van mening dat we profetieën in ieder geval ook letterlijk moeten nemen. Daarnaast kunnen ze ook in geestelijke zin worden uitgelegd zoals Paulus doet als hij verwijst naar Hos 1 in Rom 9:
Rom 9
22 En als God nu, zijn toorn willende tonen en zijn kracht bekend maken, de voorwerpen des toorns, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft – 23 juist om de rijkdom zijner heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid?
24 En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen, 25 gelijk Hij ook bij Hosea zegt: Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn-volk, en de niet-geliefde: geliefde.
26 En het zal geschieden ter plaatse, waar [tot hen] gezegd was: gij zijt mijn volk niet,
daar zullen zij genoemd worden: zonen van de levende God. Vers 25 verwijst naar Hos 2:22
22 Dan zal Ik haar voor Mij zaaien in het land, en Mij ontfermen over Lo-Ruchama, en tot Lo-Ammi zeggen: Gij zijt mijn volk. En hij zal zeggen: Mijn God!Vers 26 verwijst naar Hos 1:10
10 Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet – zullen zij genoemd worden kinderen van de levende God. Hier legt Paulus uit wie het niet-mijn-volk is uit Hos 1 en 2: de voorwerpen van ontferming (vers 23). Dat zijn de geroepenen, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen (vers 24).
Als het dus gaat over de bruid uit Hos 2:18 en 19 dan gaat het in de eerste plaats om Israel, maar Paulus neemt de vrijheid om daar (ook?) de Gemeente te zien.
Misschien is er juist verborgen geprofeteerd over de Gemeente. Paulus haalt het zo aan.
Israel wordt hier dan bruid genoemd in een bepaald beeld om aan tegeven hoe ontrouw ze geweest zijn, en toch weer aangenomen worden. XZoals Hosea ook die hoer moest trouwen om eenbepaalde waarheid duidelijk te maken.
quote:
13 Daarom zie, Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart. 14 Ik zal haar aldaar haar wijngaarden geven, en het dal Achor maken tot een deur der hoop. Dan zal zij daar zingen als in de dagen van haar jeugd, als ten dage toen zij trok uit Egypte.
15 En het zal te dien dage geschieden, luidt het woord des HEREN, dat gij Mij noemen zult: mijn man, en niet meer: mijn Baäl.
Als contrast met dat Israel eerst de Baals achternaliep. (Baal betekent Heer.)
quote:
De enige teksten in het NT waar het woord bruid voorkomt zijn:
Joh 3
29 Die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld.
Hier wordt niet echt uitgelegd wie de bruid is. Maar je zou kunnen concluderen uit de context dat het om de discipelen van Jezus gaat die ook gedoopt werden (Joh 3:26).
Jh 3:29: Het getuigenis van Johannes de Doper
Die de bruid heeft, is de bruidegom,
maar de vriend van de bruidegom, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem van de bruidegom. Zo is dan deze mijn blijd-schap vervuld geworden.
Johannes - behorend tot het oude verbond - is slechts de VRIEND van de Bruidegom. Hij behoort niet tot de Bruid.
Dit komt ook overeen met het volgende:
Mt 9:14-17 (en Mk 2:19; Lk 5:34-35): Over het vasten
Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farizeeën veel, en Uw discipelen vasten niet? 15 En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de
bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen,
wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten. 16 Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want zijn aangezette lap scheurt af van het kleed, en er wordt een ergere scheur. 17 Noch doet men nieuwe wijn in oude [leren] zakken; anders zo bersten de [leren] zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de [leren] zakken verderven, maar men doet nieuwe wijn in nieuwe [leren] zakken, en beide te zamen worden behouden.
De discipelen van Jezus horen bij het nieuwe verbond, de Gemeente.... Toen Jezus nog bij hen was, vastten zij niet... Dat zou pas komen als Jezus (de bruidegom) van hen weggenomen zou worden..... Zij zijn de Nieuwe wijn die noodzakelijker wij in Niieuwe zakken moet worden gedaan.....
De discipelen van Johannes (behorende bij het Oude verbond) vasten wel, en vragen Jezus naar dit verschil: Zij zijn de Oude wijn....
quote:
Op 18
23 En geen lamplicht zal meer in u schijnen, en geen stem van bruidegom en bruid zal meer in u gehoord worden, want uw kooplieden waren de machthebbers der aarde, want door uw toverij werden alle volken verleid;
Deze tekst gaat over Babylon en geeft geen uitleg over wie de bruid is.
Babylon is de grote hoer, de tegenhanger van het nieuwe jeruzalem. Dat is de bruid van het Lam.
In Babylon zal alles ophouden. De stem van bruid en bruidegom zegt iets over het 'valse getuigenis' dat zij geven over hun positie als 'bruid'. Dit zal ophouden want deze stad met de afvallige Chrsiten heid wordt geoordeeld.
quote:
Op 21
2 En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
Het nieuwe Jeruzalem wordt gezien als een bruid versierd voor haar man.
9 En er kwam een van de zeven engelen met de zeven schalen, die vol waren van de laatste zeven plagen, en hij sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams.
10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God;
Hier wordt duidelijk dat het nieuwe Jeruzalem de bruid, de vrouw des Lams IS.
Op 22
17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.
Blijft de vraag over: wie of wat is het nieuwe Jeruzalem?
Dan moet je verder denken waarom het Israel niet zou kunnen zijn. Dat staat namelijk in de aardse lijn met de aardse beloften. Zie hiervoor Galaten. Het Nieuwe Jezruzalem is vrij en dat is onze moeder. Het komt ook uit de hemel neerdalen, het heeft dus een hemelse positie. De bruid van het Lam is nergens aangeduid als Israel.
quote:
Het NT verwijst een aantal keren naar het hemelse Jeruzalem:
Gal 4
25 Het (woord) Hagar betekent de berg Sinai in Arabië. Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij.
26 Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder.
Heb 12
22 Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen,
Op 3
12 Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam.
Deze 3 teksten hebben volgens mij betrekking op de Gemeente. Op 2 en 3 worden doorgaans gezien als een beschrijving van de bedeling waar we nu in leven.
Hier zeg je toch ook hetzelfde.....
quote:
Maar laten we ook nog even kijken wat in Op 21 geschreven wordt over deze stad:
Het nieuwe Jeruzalem is opgebouwd uit allerlei 'bekende' dingen. Kijken we naar de muur dan valt het volgende op:
1. De muur heeft 12 fundamenten
2. De muur heeft 12 poorten
3. De muur is 144 el hoog
Ad 1.
- Op de 12 fundamenten staan de namen van de 12 apostelen.
- De fundamenten zijn met allerlei edelstenen versierd (vergelijk ook Ex 28:15-21)
Ad 2.
- Op de poorten staan staan de namen van de stammen van Israel.
- De poorten zijn 12 paarlen, elke poort afzonderlijk uit één parel.
Ad 3.
- 144 = 12 x 12 (12 stammen maal 12 apostelen)
De 12 apostelen (de fundamenten) wijzen naar het fundament van de Gemeente, waarvan Christus de hoeksteen is. Tegelijk zijn ze versierd met edelstenen die wijzen naar Israel (Ex 28).
De 12 stammen van Israel (de poorten) wijzen naar Israel zelf (als volk). Tegelijk zijn ze gemaakt uit parels. Een Parel is weer een beeld van de Gemeente (Matt. 13).
De poorten in Jeruzalem droegen de namen van de 'gebieden/steden' waar je naartoe ging als je die weg volgde vanuit die poort....Bijvoorbeeld de 'Damascuspoort".
Het nieuwe Jeruzalem daalt neer op aarde en de stammen wonen rondom.
Zoals bijvoorbeeld het geval was in de woestijn waar de stammen gelegerd waren rondom de tabernakel...
Elk van de poorten van het nieuwe Jeruzalem dragen de namen van de stammen waar ze op uit komen....
En in de poorten daar wordt recht gesproken. Jezus regeert vanuit het Nieuwe Jeruzalem - de Gemeente die mee regeert. Door de poorten komt dit eerst tot het volk Israel wat rondom ligt.
quote:
Ik denk dat hierin de eenheid uit blijkt die er is tussen Israel en de Gemeente. Ze zijn verweven. Het nieuwe Jeruzalem is opgebouwd uit beiden.
Hoe kan Israel waarvan jij ook vindt dat het een aardse positie heeft, en een aards koninkrijk zal beerven nu 1 zijn met het
hemelse Jeruzalem, de Gemeente?Israel staat op 1 lijn met het tegenwoordige aardse Jeruzalem. Nu zijn ze nog in slavernij.....
De bruiloft van het Lam wordt gevierd in de hemel ten tijde dat op aarde Israel de Heer nog niet heeft aangenomen, en geoordeeld wordt met de oordelen die beschreven staan in Openbaringen. Zo beschouwd kan het dus niet ook tegelijk de bruiloft vieren en op aarde nog vervolgd worden. De gelovigen uit het OT zijn al wel in de hemel. Zij zijn opgenomen en vieren de bruiloft mee als de
bruiloftsgasten.
Vergelijk het getuigenis van Johannes over Jezus-hierboven.
quote:
Wat voor mij nog onduidelijk is, is dat de Gemeente ook het Lichaam van Christus wordt genoemd. Hij is het Hoofd. Zij zijn in dat opzicht 'één vlees'.
Niet zo moeilijk.

Vergelijk hiermee maar Efeze 5.
22 Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, 23
want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die
zijn lichaam in stand houdt. 24 Welnu,
gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles.
25 Mannen, hebt uw vrouw lief,
evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, 26 om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, 27 en zo zelf
de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet. 28 Zo zijn [ook] de mannen verplicht
hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; 29
want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het,
zoals Christus de gemeente, 30 omdat wij leden zijn van zijn lichaam. 31 Daarom zal een man [zijn] vader en [zijn] moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. 32
Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en [op] de gemeente. 33 Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zó liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.
Vers 27 kun je vergelijken met dit vers uit Openbaring 19
8 en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.Hier in Ef. 5 zie je ook het beeld van Adam en Eva. Door de 'slaap' van Adam., is de Gemeente ontstaan uit zijn zijde.
Het is vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente. Zoals hier letterlijk dezelfde woorden worden gebruikt om deze
afschaduwing van Christus en de Gemeente in het huwelijksleven duidelijk te maken. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en 'een lichaam' zijn met zijn vrouw.
quote:
Zo zou je tot de volgende (tegenstrijdige?) conclusies kunnen komen:
A. Christus als Hoofd samen met de Gemeente als Lichaam, zal Israel huwen.
B. Christus zal de Bruid die bestaat uit de Gemeente en Israel samen, huwen.
Israel heeft een aardse positie en is tijdens de bruiloft nog op aarde waar het nog niet eens de Heer heeft erkent als Messias. Dit is pas zo als Christus met zijn bruid op aarde terugkeert om het koninkrijk op te richten.
In Op. 19 zie je de Here Jezus oorlog voeren op een wit paard met een leger achter zich ook op witte paarden, met smetteloos fijn linnen gekleed. Niet zo moeilijk de gemeente te herkennen die mee oordeeld over de ongerechtigheid.....
En dat kan dus niet hetzelfde zijn als Idsrael die hier op aarde is en die door de Heer en de Gemeente. als een verenigd lichaam, bevrijd wordt van de legers die tegen hen oorlogvoeren.
Op 19
11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. 12 En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. 13 En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods.
14 En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen.