quote:
op 13 Jul 2003 18:23:46 schreef Mientje:
[...]
Deze tekst bewijst toch alles :
....wordt vervuld met den Geest, en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt den Here van harte, dankt te allen tijde in den naam van onzen Here Jezus Christus God, den Vader, voor alles, en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.
Nee Mientje. Deze tekst bewijst waarschijnlijk nog eerder dat we psalmen en psalmen en psalmen moeten zingen. De reden is de volgende.
"Psalm" =
psalmos "harplied" =
mizmor "gezang, loflied" staat boven de psalmen 3, 4, 5, 6, 8, 9, 12, 13, 15, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 29, 30, 31, 38, 39, 40, 41, 47, 48, 49, 50, 51, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 73, 75, 76, 77, 79, 80, 82, 83, 84, 85, 87, 77, 92, 98, 100, 101, 108, 109, 110, 139, 140, 141, 143.
"Lofzang" =
hymnos "feestlied" =
tehillah "loflied". Dit woord wordt gebruikt in Neh 12, 46 in een klaarblijkelijke verwijzing naar de psalmen:
Want in de dagen van David en Asaf, in de tijd van weleer, ligt de oorsprong van de zangers, van het loflied en de lofzangen aan God. Opvallend is ook, dat de Hebreeuwse bijbel het meervoud
tehilim gebruikt als aanduiding van het hele boek van de psalmen.
"Lied" =
ôidê "lied" =
sjir "lied". Dit staat als opschrift boven de psalmen 30, 45, 46, 48, 65, 66, 67, 68, 75, 76, 83, 87, 88, 89, 92, 96, 98, 101, 104, 105, 106, 108, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 137.