Op "buiten de legerplaats" zou ik nog eens goed studeren.
* In Ex 29 gebiedt God om de resten van het zondoffer buiten de legerplaats te verbranden. In Lev 4 wordt dat herhaald, en in Lev 8 wordt iets dergelijks voorgeschreven voor het brandoffer. Zo ook in Lev 16 met het offer op Grote Verzoendag.
* Melaatsen leefden buiten de legerplaats, Lev 13; 14 en Num 12.
* Steniging vond plaats buiten de legerplaats, Lev 15.
* Onreinen (door oorlog, of door vloeiing) moesten tijdelijk buiten de legerplaats blijven, Num 12; 31; Deut 23.
* De zoons van Aäron die vreemd vuur brachten en stierven, werden daarheen gebracht, Lev 10, 4: "van het heiligdom weg naar buiten de legerplaats"!
* Rachab, de hoer, woonde buiten de legerplaats (Joz 6).
Stond de "tent van de samenkomst" dan niet buiten de legerplaats? Jawel, maar dat was een strafmaatregel na de zonde met het gouden kalf! Lees mee in Ex 33:
quote:
En de HERE sprak tot Mozes: "Ga, trek vanhier op, gij en het volk dat gij uit het land Egypte hebt gevoerd, naar het land, waarvan Ik Abraham, Isaak en Jakob gezworen heb: aan uw nakomelingschap zal Ik het geven - Ik zal een engel voor uw aangezicht zenden en verdrijven de Kanaäniet, de Amoriet, de Hethiet, de Perizziet, de Chiwwiet en de Jebusiet - , naar een land, vloeiende van melk en honig. Want Ik zal in uw midden niet optrekken, daar gij een hardnekkig volk zijt, opdat Ik u niet onderweg vertere."
Toen het volk dit kwade woord hoorde, treurde het en niemand deed zijn sieraad aan.
De HERE nu zeide tot Mozes: "Zeg tot de Israëlieten: gij zijt een hardnekkig volk. Indien Ik ook maar één ogenblik in uw midden zou optrekken, zou Ik u vernietigen. Nu dan, doe uw sieraad af, dan zal Ik zien, wat Ik u doen zal." En de Israëlieten onthielden zich van sieraad, van de berg Horeb af.
Mozes nu nam een tent en spande haar voor zich uit buiten de legerplaats, ver van de legerplaats, en noemde haar: tent der samenkomst. Ieder, die de HERE zocht, ging uit naar de tent der samenkomst, die buiten de legerplaats was. Wanneer Mozes uitging naar de tent, stond het gehele volk op en ging staan, ieder aan de ingang van zijn tent, en zij zagen Mozes na, totdat hij de tent was binnengegaan. Zodra Mozes in de tent kwam, daalde de wolkkolom neer en bleef staan aan de ingang van de tent, en Hij sprak met Mozes. Wanneer het gehele volk de wolkkolom zag staan aan de ingang van de tent, stond het op en boog zich neder, ieder aan de ingang van zijn tent. En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend; dan keerde hij terug naar de legerplaats. Maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jonge man, week niet uit de tent.
Merk op dat veelvuldig herhaald wordt, dat de tent
buiten de legerplaats is!
Het volk grijpt zich aan deze "verre" ontmoeting vast als aan een laatste strohalm, wetende dat ze het goed verknald hebben. Mozes is niet tevreden met de situatie.
quote:
Toen zeide Mozes tot de HERE: "Zie, Gij zegt tot mij: doe dit volk optrekken, maar Gij hebt mij niet doen weten, wie Gij met mij zult zenden, terwijl Gij toch gezegd hebt: Ik ken u bij name en ook hebt gij genade gevonden in mijn ogen. Nu dan, indien ik genade in uw ogen gevonden heb, maak mij toch uw wegen bekend, zodat ik U ken; opdat ik genade vinde in uw ogen. Bedenk toch, dat deze natie uw volk is." Toen zeide Hij: "Moet Ik zelf medegaan om u gerust te stellen?" ...
Lezen we in Hebreeën 13 niet, dat we naar buiten de legerplaats moeten?
quote:
Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten. Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand. Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden. Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen.
Het punt van vergelijking is, dat we de
smadelijke stukken van het Offerlam buiten de poort vinden. In álles mogen we nu delen met Christus, terwijl de priesters niet konden met de onheilige resten. Jezus lichaam hing te schande in de plaats voor melaatsen en ander uitschot. Wat dat betreft: wij hoeven niet vies te zijn van dat vuil, want Jezus was ook daar.
Maar als het gaat om eredienst, lijkt me veel meer van toepassing wat we een hoofdstuk eerder lezen.
quote:
Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.
Tenslotte de praktische toepassing, ook uit Heb 13:
quote:
Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u (aan hen), want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen.