Geloven vandaag > Levensbeschouwing
IK BEN de naam die God Zichzelf geeft
Qohelet:
Een andere verklaring is een religieus gebruik in op de grens van het oude India en China, waar men langgerekte klanken Jaa-Hoe-Haa slaakte, wat zou kunnen wijzen op de naam YaHoeWHaa.
* in die cultus is een godennaam shaddi te vinden, wat mooi past bij de moeilijk te interpreteren naam Shaddai ("Eeuwige" ?) in bijv. Job 1
* onder die interpretatie van YHWH blijkt Psalm 113 de frequentie van alle Hebreeuwse klinkers gelijk te zijn, wat een buitengewoon merkwaardige situatie is
gideon:
met grote belangstelling deze discussie gelezen.
In Exodus 3 wordt de vierletterige naam geopenbaard aan Mozes.
De vorm van het ww zijn duidt in elk geval op betrouwbaar en betrokken: Ik ben erbij en : Ik ben dezelfde.
Als dan verderop in vers 15 wordt gezegd Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob - dit moest Mozes toevoegen (!) tegenover het volk - dan is volgens mij hieraan af te lezen dat die eerste Naam verbonden kan worden /moet worden met die tweede.
Drie keer 'de God van van' en toch Dezelfde.
Zo als Hij was met Abraham, zo was Hij met Izak en zo was Hij met Jakob.
Door de genraties en de tijden heen, gisteren en heden, de alpha en de omega, de alef en de tav.
Vers 15: dit is mijn Naam voor eeuwig en ZO WIL IK aangeroepen worden.
Ik denk dat ieder die van JHWH iets abstracts maakt als 'de Zijnde' of zo - en dat is heel vaak gebeurd vanuit hellenistische denktrant - dat vervolg van vers 15 eenvoudig negeert. Ehdoch: daarmee wordt juist God concreet.
Chaveriem: in die werkwoordsvorm zit toch juist ook de geschiedenis, de generaties, al het gebeuren, besloten. Geen ontologie in de bijbel, maar openbaring en ge-schiedenis.
Qohelet:
Over de werkwoordsvorm van YHWH is discussie mogelijk; het is geen normale werkwoordsvorm in het Bijbels Hebreeuws. Ik laat het Theologisch Woordenboek van het Oude Testament aan het woord:quote:The question is whether or not it is the verb "to be" in the Qal, "He is," or the Hiphil, "He causes to be," a view championed by W. F. Albright. The strongest objection to this latter interpretation is that it necessitates a correction in the reading of the key text in Exo 3:14; "I am that I am." Most likely the name should be translated something like "I am he who is," or "I am he who exists" as reflected by the LXX's ego eimi ho ôn. The echo of this is found surely in the NT, Rev 1:8. More than anything perhaps, the "is-ness" of God is expressive both of his presence and his existence. Neither concept can be said to be more important than the other.
--- Einde van citaat ---
Toelichting:
-- LXX = Septuagint, de traditionele Griekse vertaling van het OT.
-- De Griekse vertaling betekent letterlijk "Ik ben de Zijnde". In Rev (= Openb) 1,8 staat: ho ôn kai ho ên kai ho erchomenos, "... die is en die was en die komt ..."
gideon:
qohelet
dank voor je citaten, maar je reageert niet op mijn voorstel om de NAAM van vers 14 te verbinden met vers 15, op grond van de contekst.
Navigatie
[0] Berichtenindex
[*] Vorige pagina
Naar de volledige versie