Als het over Christus gaat, gaat het altijd over iemand wiens identiteit een geheim is, omdat hij de mensgeworden wijsheid / het mensgeworden woord van God is.
Verder gaat het over iemand met een verhaal:
- hij komt uit de heerlijkheid van God, die hij van voor de schepping had (joh 17,5.24)
- hij wordt mens door de Geest
- hij groeit op als kind
- hij wordt officieel aangesteld en gezalfd met de Heilige Geest op het moment dat hij gedoopt wordt en een stem klinkt: dit is mijn zoon
- als gezalfde vertegenwoordigt hij Israel. Bijv: Israel wordt in het OT Gods zoon genoemd, Jezus is
de zoon van God; Israel wordt in het OT Gods wijnstok genoemd, Jezus is
de ware wijnstok etc.
- als gezalfde vertegenwoordigt hij ook God. Bijv: God komt als een herder zijn volk wijden (Ez 34), Jezus is de goede herder
- als gezalfde heeft hij dus een dubbelrol: naar God toe vertegenwoordigt hij Gods volk, naar Gods volk toe vertegenwoordigt hij God
- hij lijdt
- hij sterft voor onze zonden
- hij staat op uit de dood in een nieuw lichaam
- als beloning krijgt hij de naam boven alle naam (Fil 2), maar ook gaat hij weer terug naar de goddelijke heerlijkheid die hij had van voor de schepping (joh 17)
Als de vraag gesteld wordt: is Christus ondergeschikt aan God, over welke Christus gaat het dan?
- over Christus die Gods volk vertegenwoordigt
- over Christus die de menswording is van Gods wijsheid / Gods woord, die van voor de schepping door de Vader geliefd wordt en in zijn heerlijkheid deelt? En die zelf de eeuwige God is?
Zie overigens ook
Niceaquote:
En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader; door Hem zijn alle dingen geworden.