Het heeft geen enkele morele zin geld aan de kerk te geven als resultante van het meedoen aan een loterij.
Immers.
De gedachte van een afdracht aan de kerk is: God geeft me talenten. Die gebruik ik en daarenboven geeft God me alles wat ik nodig heb.
Dus: ik werk en verdien geld, of ik arbeid op het land en er is (overvloedig) oogst.
Van die opbrengst van het land (en wie deed dat ook al weer groeien?), zaken die de Here mij gaf en geeft, van die zaken geef ik als dank na gedane arbeid en verkregen zegen ook aan de Here terug. De tienden des lands. Zo ook, als de Here kinderzegen gaf (en geeft): in die tijd werd er gelost (vanaf het draagkrachtniveau duif tot lam als offer). Het was een belijdenis: van de Here ontvangen, zoals Hij beloofd heeft.
Als je God links laat liggen en je overgeeft aan kans-berekening. Waarom geven aan de Here? Had Hij belangstelling voor een ziek dier, of een lam dier? of iets dat je wel kon missen? Nee. Alles wat gegeven werd zonder werkelijk besef en geloof werd verworpen: brandoffers noch offers voor de schuld, voldeden aan uw eis.. Toen zei ik: zie ik kom, o Here. Abel's offer: ja, Kains offer: nee.
Het gaat niet om de waarde, de omvang, de hoogte of wat dan ook.
Het gaat om de bron van je offer.
Erkenning dat de Here het je geeft.
Wie wil erkennen dat de Here je de hoofdprijs uit de loterij geeft? Werkelijk?
Of strooi je je zand in de ogen en geef je de 10% als afkoopsom?
Tegen de rijke zei de Here: geef alles wat je bezit weg en volg mij.
Maar de rijke kon het niet.
Waarom doe je mee aan de loterij?
Om geld? Om bezit? Geef het gehele bedrag weg, niet 10%.
Sterker nog: geef alles wat je NU bezit weg. en volg Hem.
dat is een keuze maken.
Dat is je geheel en al toevertrouwen aan Hem !
En Hij zal je meer teruggeven dan je verwachten zou ...
Ergo: loterij = hebzucht = 10e gebod.
Loterij is het schrappen van je vertrouwen op Hem.
Loterij is eigen gekozen wegen gaan.
Elke keer als ik maar dénk aan meedoen aan de loterij.
En die gedachte heb ik best wel gehad, misschien in de toekomst nog wel eens.
Elke keer als ik dat denk, zullen de bovenstaande overwegingen er voor zorgen
dat ik het toch niet doe.
De Here! Dat is mijn lot.