Over de zonen Gods staat in het apocriefe Henoch het een en ander. Hieronder een link om het hele boek te lezen.
Zowel in 2 Petrus 2:4 als in Judas vers 6 en 7 is er sprake van 'foute' engelen. De gebeurtenis waar het hier om gaat wordt al eerder in de bijbel genoemd en wel in Genesis 6:1-4. De 'zonen van de goden' in vers 2 zijn engelen.
Over deze geschiedenis is veel meer geschreven in het Joodse boek Henoch. Dit boek Henoch was al bekend bij Judas want hij noemt het in vers 14 en 15 en deze verzen zijn een citaat uit Henoch 1:9. Het boek van Henoch had/heeft dus een zeker gezag bij Judas en in Hebreeen 11:5 wordt Henoch ook genoemd. Voor de apostelen en de 1e gemeenten was dit een geaccepteerd boek als canoniek werk. Het is een raadsel waarom dit boek niet in de bijbel is opgenomen toen het Concilie van Carthago in 397 nC een definitieve lijst van de Canon opstelde.
Het hele boek Henoch is razend interessant en fascinerend (zowel door de engelenstory maar ook over komende oordelen, de beschrijvig van hemel en dodenrijk). Het boek geeft weer wat bedoelt wordt met 'Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God' (NBV), want hij heeft bijzondere dingen mogen zien. Via onderstaande link kom je bij de hele tekst van Henoch op internet. Hieronder volsta ik met de passage die meer verteld over de geschiedenis genoemd in Genesis 6:1-4.
Snelkoppeling naar:
http://www1.tip.nl/~t961736/henoch.htm voor het hele boek van Henoch, te lezen op internet.
Over de reuzen, de Nefilim, de bastaardkinderen van de engelen en mensen, is ook veel te vertellen. Zie link naar:
http://www1.tip.nl/~t961736/nefilim.htmHieronder nog een paar citaten uit het boek Henoch:
Boeken van Henoch
Hoofdstuk 6
1 En het gebeurde dat toen de mensenkinderen talrijk geworden waren, dat er aan hen in die dagen 2 mooie en bevallige dochters geboren werden. En de engelen, de kinderen van de hemel, zagen hen, verlangden naar hen, en zeiden tegen elkaar: 'Kom, laat ons vrouwen kiezen vanuit de mensenkinderen 3 en nageslacht bij hen verwekken'. En Semjeza, die hun leider was, zei tegen hen: 'Ik ben bang dat gij niet 4 werkelijk met deze daad zult instemmen, en ik alleen de straf voor een grote zonde zal moeten dragen'. En zij allen antwoordden hem en zeiden: 'Laat ons allen met een eed zweren, en ons onder wederzijds toezicht allen aan elkaar binden 5 om dit plan niet te verlaten, maar het uit te voeren'. Toen zwoeren zij gezamenlijk en verbonden zich eraan 6 door er wederzijds op toe te zien. En het waren er allen tezamen een tweehonderd die in de dagen van Jered neerdaalden op de top van de berg Hermon, en zij noemden het de berg Hermon omdat zij gezworen hadden 7 en zich eraan verbonden hadden door er wederzijds op toe te zien. En dit zijn de namen van hun leiders: Semjeza, hun leider, Areklba, Rameël, Kokablel, Tamlel, Ramlel, Danel, Ezekweël, Barekwijal, 8 Azazel, Armaros, Baterel, Ananel, Zakwiël, Samzepeël, Saterel, Turel, Jomjael, Sariël. Dit zijn hun oversten van tien.
Hoofdstuk 7
1 En alle anderen met hen namen zichzelf vrouwen, en ieder koos er een voor zich, en zij begonnen in hen te gaan en zich met hen te verontreinigen, en zij leerden hen tovernarij 2 en banspreuken, en het insnijden van wortels, en maakten hen vertrouwd met kruiden. En zij 3 werden zwanger, en zij baarden grote reuzen, wier grootte drieduizend(?) el was; Dezen verorberden 4 alles wat de mensen voortbrachten. En toen de mensen ze niet langer konden onderhouden, keerden de reuzen zich tegen 5 hen en aten mensen op. En zij begonnen te zondigen tegen vogels, en dieren, en reptielen, en 6 vissen, en eenieder de ander zijn vlees te eten, en het bloed te drinken. Daarna klaagde de aarde de wettelozen aan...
Hoofdstuk 8
1 En Azazel leerde de mensen zwaarden te maken, en messen, en schilden, en borstplaten, en deed hen de metalen van de aarde kennen en de kunst om hen te bewerken, en armbanden en ornamenten, en het gebruik van antimoon, en het vervraaien van de oogleden, en allerlei soorten kostbare gesteenten, en elke 2 kleurvloeistof. En er kwam veel goddeloosheid op, en zij gaven zich over aan verkrachtingen, en zij 3 werden tot dwaling geleid, en werden verdorven in al hun wegen. Semjeza onderwees banspreuken en wortelinsnijdingen, Armaros het opheffen van banspreuken, Barakwijal (onderwees) astrologie, Kokabel de constellaties, Ezekweël de kennis van de wolken, Arakwiël de tekenen van de aarde, Samsiël de tekenen van de zon, en Sariël de baan van de maan. En naarmate de mensen wegkwijnden, schreeuwden zij het uit, en hun roep steeg op ten hemel...
Hoofdstuk 10
1 Daarna zei de Allerhoogste, de Heilige en Verhevene sprak, en zond Uriël naar de zoon van Lamech, 2 en zei tot hem: 'Ga naar Noach en zeg hem in mijn naam: "Verberg jezelf!" en openbaar hem het einde dat nadert, dat de gehele aarde vernietigd zal worden, en er een zondvloed gaat komen 3 over de gehele aarde, die alles wat op aarde is zal vernietigen. En geef hem dan aanwijzingen, zodat hij kan ontkomen 4 en zijn zaad gespaard mag blijven voor alle generaties van de wereld'.