quote:
Nunc schreef op 06 december 2005 om 14:24:[...]
Nee.
[...]
Werkterrein/taakverdeling.
[...]
Nee.
Paulus was woedend omdat dategene wat de binnengedrongen Joden leerden, 'het aanstotelijke van het kruis van kracht beroofd' had (galaten 5:11-12).
[...]
Nee, de besnijdenis op zichzelf niet.
Als Paulus het in hoofdstuk 5 over 'besnijdenis' heeft, dan gaat het niet alleen om de fysieke handeling (de besnijdenis 'op zichzelf'), maar om het willen leven naar de Wet en het door de Wet gerechtigheid verwachten (vers 3-4: "Gij zijt los van Christus als gij door de wet gerechtigheid verwacht"). Paulus gebruikt een 'pars pro totem' in vers 11 want de term 'besnijdenis' staat bij hem duidelijk voor 'door de Wet gerechtigheid verwachten'.
De fysieke handeling van besnijdenis hier fungeert hetzelfde als de fysieke handeling van een handtekening onder een contract zetten. De handeling an sich is niet verkeerd, maar waar de handeling voor staat, en de afspraak die de handeling bezegelt wel.
En dáár is Paulus woedend op: de terugval van de galaten op de Wet, en het verlaten van het Kruis.
Nunc,
Je geeft hier zelf feilloos aan, dat het twee VERSCHILLENDE evangelien zijn.
1) Het evangelie der besnijdenis: Door de Wet gerechtigheid verwachten.
2) Dat der voorhuid: Door het geloof.
Wat zitten we dan toch te ielen, Nunc? Mogen wij dan niet spreken over TWEE WEL TE ONDERSCHEIDEN boodschappen in de bijbel? Ik vind dit bepaald onredelijk!
Waarom WILLEN jullie dat niet? Dat is voor mij een compleet raadsel. De Galatenbrief wordt GEKENMERKT door het vermengen van deze TWEE evangelien, die ik zojuist noemde.
Ook vind ik, dat je een absoluut ONREDELIJKE verklaring geeft van de afspraak tussen Petrus en Paulus, terwijl ik aangetoond heb, dat de grondtekst zegt:
1) Het evangelie DER besnijdenis
2) Het evangelie DER voorhuid
De verdeling heeft NERGENS ander betrekking op, dan op de INHOUD van de resp. evangelien. Dat is toch zo logisch, als het maar zijn kan?
Waarom ontken je dat?Of liever, je reageert er helemaal NIET op! Je stelt domweg, dat het een gewone werkterreinverdeling is.
Die twee evangelien hebben voor ons natuurlijk alleen betrekking op het BESTUDEREN van de bijbel: Wat is voor ONS bestemd? En wat geldt voor de besnedenen?
Ook bazel je wat over en wel of niet funcioneren van de besnijdenis. Dat doet HELEMAAL niet ter zake. Het gaat er ALLEEN om, dat de besnijdenis ( die op ZICHZELF niet verkeerd was, mits hij toegepast werd op het volk der besnijdenis) opgedrongen wordt aan de verkeerde groep mensen, namelijk aan de ONBESNEDENEN.
Laat ik nog eens aangeven, wat de juiste vertaling is van Galaten 1.6 en 7
'....overgaat tot een ander (heteros) evangelie, hetwelk geen ander (allos) is. Dus niet eenvoudig een ander van dezelfde soort, namelijk het evangelie der besnijdenis ALS ZODANIG), maar VERSCHILLEND t.o.v. de TOEPASSING. Want dan is het geen geen GOEDE boodschap meer!
En, zoals ik je schreef (maar je reageerde er glad niet op), Paulus bedoelde NIET, dat de Galaten los zouden zijn van Jezus, maar van de Christus als Gods Geest. In 5.6 en 7 identificeert hij de Christus immers met de Geest. Trouwens in 2.3 schreef hij al:
'Zijt gij zo onverstandig? Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees?
Daar ging het over in de Galatenbrief.
De dwaling waarover Paulus in de Galatenbrief schreef, is nooit overwonnen. Men steunt allerwege nog steeds op het evangelie der BESNIJDENIS en vergeet, dat het Paulus is geweest, die het Woord Gods tot VOLHEID heeft doen komen (Kol.1.25)
Dat er in de evangelie- en Handelingentijd nog geen sprake was van EEN (1) evangelie, blijkt uit Paulus' woorden in Efeze 3, waar hij schreef:
' Gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade aan mij met het oog op u gegeven: Dat mij door openbaring (apokalupsus= af-dekking, openbaring) het GEHEIMENIS bekend gemaakt is, gelijk ik boven in het kort schreef. Daarnaar kunt gij u een begrip vormen van mijn inzicht in het GEHEIMENIS van Christus, dat ten tijde van de vroegere geslachten (ook nog gedurende de evangelie- en Handelingentijd) niet zo bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en proften. Dit geheimenis, dat de HEIDENEN mede-erfgenamen zijn van de belofte in Christus Jezus door het evangelie'
Paulus schreef zijn Galatenbrief GEDURENDE de Handelingentijd. Maar zijn gevangenisbrieven, waaronder de brief aan Efeze, schreef hij NA de Handelingentijd.
Zo kon Paulus utiroepen in 3.8:
'Mij, verreweg de minste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de HEIDENEN de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen'
Die rijkdom is dat ENE evangelie, dat ALLE, maar dan ook alle mensen, in die ENE GEEST toegang hebben tot de Vader. Wat 'bazelen' wij wat DIT betreft, nog over Jezus, een Dienaar van BESNEDENEN?