quote:
<font size=2>Kerkrecht als wurgkoord</font>
door adrian verbree
Het Gereformeerde kerkrecht is ontaard. Een op zichzelf goed doordacht systeem is verworden tot een speelbal in de handen van querulanten.
Vijf minuten voor half acht. Kweker Jansen stapt de kerkenraadkamer binnen, fris zij het ietwat haastig gewassen. Maar al had hij een half uur onder de douche gestaan, het tomatengroen laat zich deze weken niet honderd procent uit zijn werkhanden wegspoelen. In een plastic tas draagt hij de papieren voor de vergadering van vanavond. Het is een dun tasje en dat bevalt broeder Jansen uitstekend. Hij schudt handen en laat zich een lekker bakje inschenken door een van zijn mede-kerkenraadsleden. Hij heeft amper gezeten vandaag. Vandaag begon om 04.00 uur.
Om één minuut over half acht komt de scriba binnen, een stevig pak onder de arm. Terwijl de preses zijn papieren sorteert, ontdoet de scriba zich van zijn papieren last door voor elk van de aanwezige broeders een stuk van een halve centimeter dik neer te leggen.
Argwanend werpt broeder Jansen er een blik op: 'Vertrouwelijk'. Broeder Jansen is maar al te vertrouwd met dat kopje. Hij zucht en slaat het schutblad om: ja hoor, een schrijven van de broeders Kommer en Kwel.
Zij zijn het niet eens met de invoering van de door de laatste synode vrijgegeven liturgie van Bovenkarspel en bewijzen de juistheid van hun standpunt in een stuk van negentien pagina's vol subparagrafen, compleet met 31 noten en een bijlage met een hoog http:/-gehalte.
Vóór de preses de agenda van de avond ter hand neemt, vertelt hij de broeders dat er volgende week dinsdag een extra vergadering zal zijn ter bespreking van het zojuist rondgedeelde stuk.
Broeder Jansen zucht, maar - schrale troost - het is in elk geval niet vanavond. De tomaten kunnen geplukt. Terwijl de notulen van de vorige vergadering worden doorgenomen, mijmert broeder Jansen over de vraag waarom er in de hem zo dierbare kas van de kerk zoveel wurgplanten groeien.
Hoe het verder ging met het stuk van de broeders Kommer en Kwel? Wel, tegen de tijd dat in de kas van broeder Jansen de laatste komkommer werd gesneden, had een commissie er 45 manuren inzitten met als resultaat dat Kommer en Kwel nul op hun rekest kregen, zodat zij zich met frisse moed en een goed gesmeerde entertoets tot de classis wendden. Hun bezwaar was inmiddels uitgegroeid tot een bezwaarschrift.
En toen? De classis wijdde er twee zittingen aan, de hoogleraar kerkrecht gaf advies, de deputaten artikel 49 kwamen langs: 2 - 0 voor de kerkenraad. Gelukkig voor Kommer en Kwel was er na dit alles de Particuliere Synode en achter die PS lokte en wenkte reeds de besneeuwde top van het 'hoogste' adres: de Generale Synode.
Hoe staat het tegen die tijd met broeder Jansen? Die heeft last van zijn maag, voelt zich schuldig omdat hij door al dat 'gevergader' niet genoeg in zijn wijk komt en ziet wat op tegen de lezing van het laatste bezwaarschrift van zuster Naadje over de Adventskaars.
Querulanten
Het gereformeerde kerkrecht is ontaard. Een op zichzelf goed doordacht systeem is verworden tot een speelbal in de handen van querulanten. Eén dwarsligger kan een kerkenraad handenvol werk bezorgen. In de afgelopen jaren heb ik menig collega gesproken die met zijn kerkenraad gebukt gaat onder een stroom van bezwaarschriften.
Het internet is op dit punt voor kerkenraden een vloek gebleken. Gemeenteleden die eerder beslist niet in de pen zouden zijn geklommen, krijgen tegenwoordig lijvige kant-en-klare bezwaarschriften aangeboden: klik download en klaar is Kees.
Hier moet iets veranderen. Een mentaliteitsomslag is nodig. Ik herinner me dat een van mijn leraren in Kampen zei: ,,Mijne heren, zorg ervoor, wanneer u een querulant tegenkomt, dat u hem zo snel mogelijk zijn gelijk geeft, des te eerder bent u van hem af.''
Ik begreep en begrijp de wijsheid en de bedoeling van deze woorden: al heeft een bezwaarde volledig ongelijk, één technisch foutje en je zit jaren aan hem vast. Want reken maar dat er over dat minieme stukje 'onrecht' gaat worden gesteggeld.
Ik heb classes meegemaakt, waar we in zoveelste voortgezette zitting bijeen waren voor een zaak waarvan iedereen van meet aan wist, dat ze aan het rollen was gebracht door notoire dwarsliggers.
Tegenwoordig weet ik niet meer zo zeker of het woord van mijn leraar de laatste wijsheid op dit punt is. Bínnen het systeem zoals het onder ons functioneert vast. Maar misschien zit daar de fout: ín het systeem.
Een paar maanden terug was ik met een aantal vrienden en kennissen ergens waar we het over de bezwaarschriftenlawine kregen. Wij hadden elk zegge en schrijve één glaasje tapbier tot ons genomen, dus ons verstand was nog niet beneveld. Binnen vijf minuten hadden we het probleem opgelost. Alle kerkenraden krijgen van hun gemeenteleden een papierversnipperaar cadeau. Deze kostelijke machine wordt gemonteerd aan de achterkant van het postvakje van de kerkenraad. Verdachte pakketjes geeft de scriba in het vervolg een extra zetje en het bevrijdende: scrrt, pggg, krrrt, knpknpknp, frrrrts ... komt op gang.
Later die week komt de scriba dan ter vergadering, zijn handen tot een kommetje gevouwen. ,,Kijk'', zegt hij glimlachend boven de snippers in zijn handen, ,,er zijn nog wat ingekomen stukjes''.
Broeder Jansen haalt opgelucht adem.
Onverzettelijk gelijk
Zo zal het niet gaan. Maar wat dan? Misschien moet het hele systeem worden doorgelicht. Zoals het nu gaat, is een kerkenraad verplicht werk te doen waarvoor hij doorgaans amper tot niet bekwaam is. Querulanten zijn mensen die hun bezwaren tot hun religie hebben verheven. Zij staan, om Bomans te parafraseren, 'eeuwig met de rug tegen de muur van hun onverzettelijk gelijk'. Hun bezwaarschriften zijn hun 'raison d'être'.
Natuurlijk zijn kerkenraden in dezen niet het enige slachtoffer. Omgekeerd kunnen intelligente en helder redenerende, goedbedoelende gemeenteleden pijnlijk aanlopen tegen de beperkingen van een kerkenraad.
Op zulke momenten begin je te verlangen naar professionals en te mijmeren over constante geschillencommissies die onpartijdig en naar twee kanten toe bindend recht kunnen spreken.
Terug naar de querulanten. Kunt u zich een Paulus, Petrus of Jacobus voorstellen die bereid zou zijn geweest drie jaar te vergaderen over een bezwaarschrift? Ik niet. Mijns inziens mag een kerkenraad anders omgaan met díe bezwaarschriften die naar zijn oordeel onterecht of onevenredig veel beslag leggen op zijn beperkte tijd.
Onze praktijk van kerkrecht bedrijven is op dit punt, vrees ik, te veel gaan lijken op de manier waarop in de burgermaatschappij rechtszaken worden behandeld. Als lid van een PS-commissie, benoemd ter behandeling van een bezwaarschrift in een zaak die nog maar een jaar of dertien sleepte, heb ik wel eens gedacht: weet je wat ik doe: ik bel Moskowicz; het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat.
De naam Moskowicz is in dit verband nog in een ander opzicht interessant. Zijn naam duikt op waar mensen tegenover elkaar zijn komen te staan als partijen. Dit gebeurt ook onder ons: het op zich goede systeem van de mogelijkheid van bezwaar en appèl ontaardt te gemakkelijk in een praktijk waarin kerkenraden verworden tot partij in een geding. En dat is een kerkenraad principieel gezien nu net niet. Bovendien wordt hier zomaar uit het oog verloren dat het ook bij verschil van inzicht in een kerk primair om relaties dient te gaan en niet om rechthaberei. Waar een kerkenraad van oordeel is dat een querulant weigert dit punt te honoreren, verdient zijn zaak geen behandeling.
Een kerkenraad zou zich voor hij zich zet tot de lezing van welk bezwaarschrift dan ook, moeten realiseren wat zijn positie is: hem is namens God het toezicht over de gemeente toevertrouwd. Dit brengt naast grote verantwoordelijkheid, terughoudendheid en voorzichtigheid óók een stuk gezag mee dat hij moet durven nemen.
Wat is er mis met een kerkenraad, die na twintig pagina's bezwaarschrift zich beperkt tot een enkele regel: geachte broeder, zuster, de raad deelt uw standpunt wel/niet en kiest ervoor niet op de punten en komma's van uw schrijven in te gaan.
Mijns inziens kan de vergadering na een dergelijk besluit rustig de handen vouwen en de Here om een zegen over het genomen besluit vragen.
En classes en de particuliere - en generale synodes dan ?
Och: goed voorbeeld doet goed volgen.
Laat ons tomaten plukken en de wijngaard verzorgen.
Wat vinden we ervan? Heeft hij gelijk? Lopen we inderdaad vast? Moeten KR'en daadkrachtiger zijn in het verwerken van bezwaarschriften?