(deel 2 van mijn reactie op Meer dan genoeg)
(luisterend) Bidden en samenwerken met de Heilige Geest
In het vorige hoofdstuk heb ik al indirect beantwoord wat betreft het vragen om directe ingevingen van de Geest. Dat het niet verkeerd is, maar ook niet het een en al, en zeker niet boven het Woord! (Hebr.13:9).
Ook in luisterend bidden zelf is directe ingeving maar een onderdeel, dat in zijn context moet worden begrepen.
Ik wil eerst enkele begrippen van luisterend bidden toelichten. Hierbij moeten we rekening houden met de opzet van het boek Luisterend Bidden. Het is meer een handleiding om luisterend bidden te leren dan geschreven als dogmatische verantwoording.
Ook bezigt Leanne Payne een terminologie die zich niet makkelijk laat lezen. Ook de opzet van het boek is lastig, omdat pas halverwege breed wordt ingegaan op luisterend bidden.
Ik hoop nog eens een boek te vinden dat wat toegankelijker is, maar er wordt hierin een hoop goeds gezegd, waar we onze winst mee kunnen doen.
Over dit boek Luisterend Bidden zijn, zeker wat kanttekeningen te maken maar ik denk dat het goede eruit ons verder kan stichten. Daarbij ook denkend aan
MDG blz. 34, 2e Alinea, dat geloofservaringen over de kerkmuren heen niet zo veel hoeven te verschillen.
God wil in ons leven en ons hart wonen, beslag leggen op ons totale mens zijn, alle gebieden van ons leven en wezen tot zijn woning maken. (Hand.17: 28)
De totale mens, zijn bewustzijn en functioneren, communiceren en leven bestaat uit verschillende delen.
Het voorstellingsvermogen
De mogelijkheid om waarheden om te zetten in symbolische vormen. Ook de bijbel spreekt beeldend. Wanneer we lezen, zien we als het ware het voor onze ogen afspelen. Ook profeten kregen visioenen die vaker symbolisch dan letterlijk moesten worden verstaan.
Het kruis heeft een sterke symbolische waarde. Maar we kunnen ook aan de sacramenten denken die Christus ons voorschreef: brood en wijn, het water van het verbond.
Bijbelse beelden visualiseren helpt ons deze waarheden in ons op te nemen, het toe te eigenen. Dat gaat bij ieder persoon anders, beelden zeggen niet aan iedereen precies hetzelfde. Maar toch gebruikt God ons beeldend vermogen om zijn Woord in ons op te slaan, om zijn liefde te zien in beeldende vorm. Wanneer we de bijbel openslaan krijgen we dus niet alleen woorden, maar het roept ook beelden in ons op.
Ons geheugen
Een onmisbaar element om door middel van kennis meer van God te begrijpen en te onthouden. Teruggrijpend op wat we al weten, kunnen we nieuwe kennis beter integreren en begrijpen. Maar ook om ons eigen leven te kennen, ons verleden. De vorming die we gehad hebben, gebeurtenissen en
keuzes die we maakten, en op welke wijze deze onze relatie met God beïnvloedt heeft en nog steeds doet.
Inzicht en verstand
De gave om verbanden te leggen tussen gebeurtenissen, verhalen, begrippen en andere elementen die eerst op zichzelf leken te staan maar nu samenhang krijgen, we ontdekken de rode lijn in ons leven, onze relatie met God en onze naasten. Hierdoor kunnen we nieuwe wijsheid opdoen.
Gevoel en intuïtie
De gave om te proeven wat van belang is, aan te voelen waar het op aankomt, met ons hart de waarde van bepaalde gebeurtenissen of openbaringen te leren verstaan, bezieling te ervaren in onze relatie met God en naaste, diepere lagen te ontdekken.
Onderbewustzijn
Gedachten, gevoelens, drijfveren en leefpatronen waarvan we ons nauwelijks of niet bewust zijn. Deze hebben echter wel een grote betekenis op onze manier van leven. Het onderbewuste ligt in het diepst van ons hart, ons verstand, ons menszijn.
De mens is één
Deze delen van ons menszijn staan niet los van elkaar, vormen een complex geweefd geheel, samengevoegd.In luisterend bidden zijn we ons hiervan bewust.
Dat er veel in ons leeft, een werkelijkheid die alleen God volledig kan doorgronden en begrijpen(Hebr.4:11-13).
We beseffen dat we onszelf en God slecht kennen. Veel in onszelf zit ons dwars om dicht bij God te leven (Hebr.12:1).
De oplossing is niet om navelstarend in onszelf te wroeten om bevrijd te worden, maar God te vragen om ons verder te helpen, omdat Hij ons als geen ander kent. Hij kent de mechanismen van ons wezen, hoe alles betrekking op elkaar heeft en beïnvloedt (Psalm 139).
Hoe ook ons Godsbeeld daardoor vervormd kan raken.
God wil ons hart en diepste wezen bereiken, daarom mogen we bidden. We zien namelijk veel gebrokenheid in ons hart en leven, onmacht om onze eigen blokkades te ontdekken en te genezen.
God heeft die beperking niet en is in staat om daar te reiken waar onze arm te kort is, onze krachten of wijsheden falen(1 Kor 4:20).
Vasten en bidden
In de bijbel wordt gesproken over vasten. Op deze wijze neemt de gelovige tijd om God te ontmoeten, zich te verootmoedigen. Door vasten wordt ook de zintuiglijke ervaring versterkt, wordt men scherper in verstand en intuïtie. Een tijdelijke onttrekking aan lichamelijke bevrediging(voedsel, drank,) die ons in staat stelt beter gericht te zijn op bidden.
De Geest is vrij
U kunt begrijpen dat al die blokkades gebed moeilijk maken. Niet dat Gods Geest dan niets met ons kan (Ef.4:20,21).
Integendeel, wanneer wij bidden gaat Hij met ons aan het werk - nee, daar was Hij al mee begonnen. Hij is niet afhankelijk van onze wil, inspanning of kracht. Wanneer wij God zoeken, is Hij daarvan de start, de motor en de doorwerking.
Eigen verantwoording
Maar wandelen met God en met zijn Geest geeft ons ook verantwoordelijkheid voor ons gebedsleven en geloof. Waarom? Omdat God ons mee wil nemen, ons bewust wil maken van wat Hij in ons doen wil. Stap voor stap gaan wij aan zijn hand. Hij leidt ons door zijn Woord en Geest. Dat Woord is de basis waarmee Hij werkt om ons te veranderen, te dopen met zijn Geest. Die vele gaven als instrument heeft om ons te helpen op deze weg, allereerst het geloof tot behoud, waarmee alles begint, alles doorweeft is en alles eindigt: Gods genade.
Daarin hebben we dus ook eigen verantwoordelijkheid. Gods Geest is niet aan ons gebonden, maar werkt wel met ons samen, ons meenemend in
onze eigen groei( 1 Kor 3:9).
Wees vervuld van de Heilige Geest betekent ons laten vervullen maar ook een houding van ontvankelijkheid.
We hebben dus wel invloed op wat God in ons leven doet.
Hij kan oneindig veel meer doen dan wij denken of beseffen (Ef.3:20,21), maar Hij luistert ook naar ons, houd rekening met ons, gaat niet verder dan wij willen of dan goed is voor onze groei.
Dat betekent geen activisme, maar wel openheid naar Gods Geest om al het werk in ons te laten doen, wat wij in onze zwakheid niet zelf kunnen doen.
Samenwerken met de Geest
In luisterend bidden vragen we de Geest om met ons aan het werk te gaan. Te laten zien wat er aan ons schort (Jak.1:5,6).
Ons te helpen in onze zelfbeproeving. Inzicht te krijgen in wat er in ons leeft, wat niet naar Gods wil is. Al het duister aan het licht brengen door de kracht van God (Ef 3:16-19).
De Geest uit te nodigen nieuwe wegen in ons hart te openen, ons in een bepaalde situatie van wijsheid te voorzien, op welke wijze Hij maar wil. MDG wijst ook indirect op deze samenwerking, aan het eind van blz. 31, begin 32 : God doet het, en tegelijk moet jij het doen. Daarbij is onze wil van belang, maar in luisterend bidden wordt daarbij gezegd: geen inspanning van de wil, d.w.z we moeten ons openstellen voor God, maar niet door de kracht van onze wil.
Daarbij gebruik makend van: beelden, gedachten, gevoelens, inzicht, kennis, en openbaring van al wat in een bepaalde situatie nuttig kan zijn. Daarbij staren we ons niet blind op één specifieke methode.
Oswald Chambers: als wij zeker menen weten op welke manier God zal werken,dan zal Hij nooit meer op die manier werken.
Oefenen in gebed
En hoe nauw luistert bidden? Op MDG blz. 80 wordt het hier een bezwaar aangetekend tegen methodiek bij luisterend bidden, als vorm van dwingend en magisch gebed.
Zou je dat ook van het Onze Vader durven zeggen? De Heidelbergse Catechismus besteedt een aantal zondagen aan hoe wij moeten bidden, met welke houding en wat daarbij van belang is. En ook de bijbel spreekt van verkeerde verwachtingen bij bidden en richtlijnen om God te ontmoeten.
En dat zonden ons in de weg kunnen staan bij gebed (Jak 4:3,8).
Trouwens, in LB blz. 21-22 worden deze ‘methode’ parallel gezet met het Onze Vader, die als leidraad wordt gebruikt voor het dagelijks gebedsschema.
Gebed luistert dus altijd nauw, het vraagt een bepaalde houding van ons. Welke verwachtingen wij moeten koesteren, hoe we zuiver bidden(Ef.6: 10-20).
Dat heeft niks met manipulatie of magie te maken. Ook de punten die op blz. 80 genoemd worden vallen onder de categorie van bijbelse richtlijnen.
God gebruikt zwakke mensen
Ook bij ministry is onderscheidingsvermogen van belang. De grenzen van de ander en jezelf kennen, pastorale zorgvuldigheid. In nuchterheid en ootmoed. En dan worden er wel eens fouten gemaakt, verkeerde inschattingen.
Maar we mogen ook geloven dat God gebrekkige mensen wil gebruiken
(Rom14:12)om Hem en elkaar te dienen met woorden, gebed en psalmen.
En luisterend bidden in ministry is ook geen vertoning, zoals in MDG blz. 72, alinea 5 wordt gezegd, verwijzend naar Mat 6:6. Deze vergelijking gaat mank, omdat het daar gaat om openbaar gebed om eigen eer en om bewondering te oogsten, in ministry is het ten dienste van de naaste en tot eer van God. Het gaat Jezus niet zo zeer om de openbaarheid van gebeden, maar met welke bedoeling.
Bovendien, in ministry blijft er een zekere intimiteit binnen de gebedsgroep. En ook van christenen wordt soms gevraagd in openbaarheid te bidden.
Luisterend bidden is geen introspectie
MDG, blz. 71 alinea 2. Hier wordt gezegd dat bij luisterend bidden de geestelijke werkelijkheid van binnen komt en niet van buiten.
Maar dit is wat kort door de bocht. Christenen geloven in de Geest die in ons woont, woning in onze harten wil maken. Wanneer we waarheid in onszelf zoeken zonder de Geest als leiding, is dit ziekelijke introspectie, waarbij we ons vatbaar maken voor bedrog.
Dit soort introspectie, ook wel neognostisch luisteren wordt in L.B , hoofdstuk 14, duidelijk afgewezen.
De Geest die zelf van buiten komt stelt ons in staat ook onszelf beter te doorgronden, legt onze motieven bloot. Hij wijst de weg naar de hele waarheid, zoals in MDG blz. 72 halverwege, ook wordt gezegd. De waarheid niet alleen over God en zijn werken maar ook over onze eigen hart.
En hierdoor krijgt ieder persoonlijk door de Geest inzicht in zijn eigen hartsroerselen, zijn verkeerde Godsbeelden.
Dus of de waarheid uit ons binnenste kan komen is afhankelijk van de vraag of wij de Geest daarbij als leidraad gebruiken.
Gods werkelijkheid in ons leven, onze wereld
Zoals God één is, moeten wij zijn Woord en Geest niet moeten uitééntrekken als enerzijds ratio anderzijds gevoel, kennis en verstand tegenover intuïtie.
En dat geld ook voor de geest van de mens, zijn eenheid.
Luisterend bidden gaat uit van de gehele mens, waarbij gevoel en verstand samen ons in staat stellen God te leren kennen, door Woord en Geest.
Dat in tegenstelling tot de filosofie van Immanuel Kant en René Descartes, waarin LB, begin Hoofdstuk 9, op in wordt gegaan.
Die hadden een rationele benadering, waarbij God niet tastbaar wordt door rede of waarneming, alleen door ethiek. Wat in LB genoemd wordt de hedendaagse scheiding tussen hoofd en hart.
Vlees en Geest kunnen niet één zijn, waarmee ze ook de incarnatie van Christus ontkenden, zijn geboorte uit de maagd Maria, zijn menselijke natuur.
Dat komt ook naar voren in het volgende: wij koesteren het profane idee dat Goddelijk en menselijk handelen, evenals dat van twee schepselen, elkaar uitsluiten, zodat van ééndezelfde handeling “dit deed God” en “dit deed ik” niet allebei tegelijk waar kan zijn, behalve in de zin dat beiden een bijdrage moeten leveren (LB blz. 174).
Zo ook de ontkenning dat God in ons woont, één wil zijn met onze geest, ons hart en verstand, terwijl ook één met ons lichaam, dat de tempel van zijn Geest is. Maar in LB klinkt het besef, dat God werkelijkheid is in ons leven, zijn Tegenwoordigheid in ons lichaam, ons bestaan. (Joh 1:14)
Zoals C.S Lewis zei : Hij is de meeste concrete werkelijkheid die we ooit kunnen kennen.
Dat is niet om gericht te zijn op zintuiglijke ervaring van God, maar wel geloof in Gods aanwezigheid en gehoorzaamheid. Gericht zijn op het object (God), niet op ervaring. Geloof is ook uit verstand.
Dat echter wel eenheid dient te behouden met hart, wanneer ratio wordt verheven boven gevoel/intuïtie, komt Christus alleen nog aan in rationele leer. Vaak kunnen ze dan niet het diepe hart binnendringen,
waar intellect, intuïtie, wil, gevoel, voorstellingsvermogen en zintuiglijke waarneming uiteindelijk één zijn – geïntegreerd in het kennen van het geloof (LB, blz. 152, 2e alinea).
De Geest bidt met ons
De Geest leert ons bidden, van beneden naar boven. Zoals ook Jakob droomt van engelen die de trap naar de hemel opgaan, naar boven stijgen en weer afdalen. Zo is ook Gods Geest bij ons.
Volgens MDG blz. 76 draait luisterend bidden dit om. Maar dit is weer een geval van welke benadering je kiest.
De moderne theoloog Kuitert spreekt dat alle wijsheid over boven van beneden komt. Het is duidelijk wat hij hiermee bedoelt en dat wij dit bestrijden. Pas door Gods waarheid van boven, zijn openbaring op aarde leren wij niet alleen de werkelijkheid boven, maar ook beneden kennen.
Zo ook zijn Geest, die ons hier beneden leert naar boven te bidden. Echter, die wijsheid krijgt de Geest, die één met God is, van boven. (1 Kor 2:12-14)
LB, blz. 134: luisterend bidden is wijsheid van boven ontvangen. Hiermee wordt bedoelt dat wij de wijsheid uit onszelf niet hebben, maar van God ontvangen. Maar vanuit een andere benadering is het ook waar dat de Geest hierbij ons is, dat wij door Hem hier wijsheid ontvangen, om te bidden.
Het zijn echter 2 zijden van dezelfde munt.
Echter voor communicatie, dus een levende relatie met God, dienen zender en ontvanger goed op elkaar afgesteld zijn. Gods Geest is degene die ons in staat stelt onze gebeden goed op te zenden. Daarbij schakelt Hij onszelf in.
En dan kan er veel in ons hart en leven zijn dat stoort. En daar gaat de Geest ook mee aan het werk, om onze gebeden te zuiveren. Want als ons hart niet zuiver is, hoe zullen onze gebeden dat zijn? (Jak.1

,8)
De Geest is niet zelf de zender, maar Hij stelt ons in staat zuiver te communiceren met God. Hij onderwijst ons, doorgrondt en verandert ons meer en meer zodat wij onze eigen aard en God leren kennen. En vernieuwt ons wanneer onze aard onze relatie met God in de weg staat.
Dit gaat zeker niet in één keer, en duurt ons hele leven tot in de eeuwigheid. Dat voorkomt ook dat wij te onafhankelijk worden van God en zijn Geest.
En ook in onze relatie met Christus. In MDG, blz. 27 halverwege wordt gesproken dat als wij ons sterker vastklampen aan Jezus, wij sterker beheerst worden door de Geest (1Kor 12:3).
Het omgekeerde geldt ook: de Geest die ons openstelt voor de werken van Jezus en ons in staat stelt deze te begrijpen en aanvaarden.
Gericht op God, niet op de middelen
Het doel van luisterend bidden is niet ervaring noch genezing noch bijzondere openbaring, dat zijn bijproducten van het zoeken van Gods aangezicht. Wij moeten het niet hebben van ervaringen of openbaringen om te geloven.
Volgens LB, hoofdstuk 9 is het verkeerd om ervaring of openbaring te zoeken als dat gebeurt vanuit verkeerde intenties. En de noodzaak om éérst op God gericht te zijn (vanaf blz. 159. Leren bidden naar zijn wil (1 Joh.5:15).
Waarbij de Geest zelf uitmaakt op welke wijze Hij openbaart, op ‘bijzondere’ of ‘natuurlijke’ wijze, wat Hem goeddunkt. Daarbij voor ons altijd de verantwoording om in gebed en overdenking alles wat wij ontvangen te toetsen.
En wat betreft die ‘directe ingevingen’ van de Geest, die hoeven niet zo bijzonder te zijn en wat versta je onder direct? Iemand die bidt om leiding in gebed, om te weten waarvoor hij moet bidden? Als er dan nieuwe onderwerpen of personen in zijn geest naar voren komen, valt dat dan onder directe ingeving van de Geest of niet? Of is het Gods Geest die samenwerkt met ons geheugen om wezenlijke dingen op de juiste tijd naar voren brengen? Zo valt er over die directe ingevingen ook het een en ander te nuanceren.
Luisterend bidden is in feite gewoon bidden!
Zodat onze leven van dag tot dag, van handel tot wandel, een wandelen met God wordt, een biddend levend (Gen 5:24).