Auteur Topic: Anders van de Geest, een meditatie en de streeptheologie  (gelezen 865 keer)

CZ

  • Berichten: 299
    • Bekijk profiel
Anders van de Geest, een meditatie en de streeptheologie
« Gepost op: oktober 30, 2004, 03:13:25 pm »
opmerking : deze 2 bijlagen plaats ik omdat ik ze gebruikt heb in mijn artikel
Anders van de Geest, zijn in feite citaten van Oswald Chambers en een artikel van
ds. Brienen


Meditatie

Fonteinen van zegeningen

Maar het water, dat ik hem zal geven, zal in hem worden
tot een fontein van water.
Johannes 4:14

Onze Heer gebruikt niet het beeld van een stilstaand kanaal, maar van een fontein. ‘Wordt vervuld’(Ef.5:18), en de lieflijkheid van de levende band met Jezus zal uit de heilige vloeien, even overvloedig als ze hem wordt toebedeeld.
Als u merkt dat uw leven niet uitvloeit op deze manier, is het uw eigen schuld – iets heeft de stroom tegengehouden. Blijf dicht bij de Bron. Zult u dan persoonlijk gezegend worden? Nee, uit u zullen ‘stromen van levend water’ vloeien – van niet te onderdrukken leven(Joh 7:38).
Ieder van ons moet een uitgangspunt vormen, vanwaaruit Jezus kan vloeien als een ‘stroom van levend water’ tot zegen van iedereen.
Sommigen van ons zijn als de Dode Zee, steeds opnemend, maar nooit doorgevend, omdat onze relatie met de Heer Jezus niet goed is. Zo zeker als wij van Hem ontvangen, zal Hij door ons uitgieten.
En gebeurt dit niet, dan hapert er iets aan onze relatie met Hem. Staat er iets tussen u en Jezus Christus? Is er iets dat uw geloof in Hem belemmert? Zo niet, zegt Jezus, dan zullen uit u stromen van leven water vloeien.
Het is niet een zegen die doorgegeven wordt, geen bepaalde religieuze ervaring, maar een voortdurend stromende rivier.
Blijf bij de bron. Houd vast aan uw geloof in Jezus Christus en uw relatie met Hem. Dan zal er een voortdurende doorstroming zijn naar andere levens, die niet zal uitdrogen noch doodlopen.
Is het niet overdreven om te zeggen dat uit een individuele heilige stromen zullen gaan vloeien? Kijkt u naar uzelf terwijl u zegt: ‘maar ik zie de stromen niet.’? In de geschiedenis van Gods koninkrijk zult u bijna altijd zien, dat hij begonnen is bij de onbelangrijke mensen, de onbekenden, die echter standvastig in hun trouw aan Jezus Christus waren.

Oswald Chambers
Uit Geheel voor Hem, 7 september


Streeptheologie??                         
Door ds. Gert-Jan Brienen

In deze bijdrage wil ik kort in gaan op de vraag of de tijd van de bijzondere gaven, zoals we die tegenkomen in het Nieuwe Testament voorbij is. Het zal een verhaal worden met grote pennenstreken. Een schets met hier en daar oog voor een belangrijk detail. Voor wie meer wil lezen hierover verwijs ik graag naar de titels aan het eind van dit artikel.

Is de tijd van de bijzondere gaven voorbij?
In de geschiedenis van de kerk is dikwijls onderscheid gemaakt tussen gewone en buitengewone gaven van de Geest. Met de gewone gaven worden dan de gaven bedoeld, die we ook in het gewone leven tegenkomen (bv. onderricht, barmhartigheid, leidinggeven, artisticiteit etc.), en met de buitengewone of bijzondere gaven wordt bedoeld gaven die ‘bovennatuurlijk’ van aard zijn (bv. spreken in tongen, profetie, wonderen, genezing, etc.).
Lange tijd werden deze bijzondere gaven in o.a. de gereformeerde theologie gereserveerd voor de beginperiode van de kerk van het Nieuwe Testament. De bijzondere gaven houden dan daar op waar de openbaringsgeschiedenis eindigt en de kerkgeschiedenis begint. Er wordt dan een denkbeeldige lijn getrokken tussen openbaringsgeschiedenis en kerkgeschiedenis. Wanneer de geschiedenis van de Godsopenbaring haar einde bereikt heeft en de canon van het Nieuwe Testament vastgesteld is, is de tijd van de bijzondere Geestesgaven voorbij. De bijzondere gaven van de Geest waren destijds nodig, omdat de kerk in die dagen de geschriften van het Nieuwe Testament nog niet had.
Op deze wijze wordt een denkbeeldige streep getrokken tussen de eerste periode van de kerk zonder de canon van het Nieuwe Testament en de latere periode waarin het Nieuwe Testament als canon erkend is. Naar aanleiding hiervan is ook wel gesproken van een streeptheologie (nb. over wanneer precies dan die ‘streep’ getrokken dient te worden verschillen de meningen; de opvattingen variëren van de tijd van de pastorale brieven van Paulus in de eerste eeuw na Chr. tot het Concilie van Constantinopel in 381 na Chr.)

Aanhangers van deze streeptheologie zijn van oordeel, dat de buitengewone gaven nodig waren voor de stichting van de kerk en de bevestiging van de prediking in de apostolische tijd. De buitengewone gaven worden door hen beschouwd als een soort startversterkers in nieuwe, grensoverschrijdende situaties. In de lijn van die gedachte bleef er bv. in de gereformeerde theologie de openheid voor het functioneren van de buitengewone gaven in die situaties, en men dacht dan met name aan zendingssituaties, waarin de eeuwen door ‘grenzen’ werden doorbroken naar nieuwe gebieden en bevolkingsgroepen. Maar ook daar zouden ze dan weer na verloop van tijd verdwijnen, wanneer de charismatische start zich consolideerde in de meer vaste en ‘ordelijke’ ambtsstructuur.
De vraag is echter: bestaat er werkelijk zo'n denkbeeldige streep?  Mogen we spreken van twee perioden in de geschiedenis van de kerk: één met de bijzondere gaven en één zonder de bijzondere
gaven?

Op zoek naar een bijbels kader
Om die vraag te beantwoorden is het wijs de Bijbel open te slaan. Maar helaas beginnen dan ook meteen de problemen. Want maar al te vaak kom je twee of meer verschillende uitleggingen tegen van één en hetzelfde tekstgedeelte. En wie heeft er dan gelijk? Daarom wil ik eerst een bijbels kader schetsen waarbinnen we deze vraag moeten verstaan. Want volgens mij gaat het ten diepste om de vraag: in welke tijd leven wij? Hoe serieus nemen wij Gods tijdpad?

In welke tijd leven wij?
De bijbel laat ons duidelijk zien –en alle (gereformeerde) christenen belijden dat van harte- dat de kerk van vandaag leeft in de tijd dat de levende Heer en Heiland Jezus Christus, gezeten aan de rechterhand van de hemelse Vader, regeert door Zijn Geest en Woord (vgl. Apostolische Geloofsbelijdenis en Heidelberger Catechismus zondag 21). We leven in de tijd na Pinksteren, en dus in de tijd dat de Heilige Geest als de belofte van de Vader (Lk. 24:49; Hand. 1:4;2:33,39) is uitgestort op ‘alle vlees’ (Hand. 2:17, citaat uit Joel 2:28). Het is de door Israël lang verwachte en door God lang beloofde tijd van het ‘einde der tijden’, waarin Gods Koninkrijk zichtbaar wordt op aarde. Dat Koninkrijk dat door Johannes de Doper werd aangekondigd en dat met Jezus Christus als de koning is gekomen, staat vanaf Pinksteren definitief in het teken van Gods aanwezigheid op aarde in de persoon en de werkzaamheid van de Heilige Geest (Rom. 14:17). Paulus noemt de Heilige Geest daarom ook ‘zegel’ (2 Kor. 1:21v; Ef. 1:13; 4:30), ‘onderpand’ (2 Kor. 1:21v; 5:5; Ef. 1:14) en ‘eersteling/eerste gave’ (Rom. 8:23) van Gods heil; en zowel de gemeente (Ef. 2:22) als iedere gelovige (1 Kor. 3:16) worden door hem getypeerd als tempel van de Heilige Geest. Zo is er met de uitstorting van de Heilige Geest een nieuwe bedeling aangebroken, de bedeling van het nieuwe verbond (Jer. 31:31-34; Ezech. 36:24-28), dat gekenmerkt wordt door Gods aanwezigheid te midden van Zijn volk in de persoon en werkzaamheid van de Heilige Geest, die niet alleen bij de mensen zal zijn, maar die in hen zal wonen.
Kortom: heel de tijd vanaf Pinksteren tot de Wederkomst van Jezus Christus is de tijd waarin Gods Geest werkzaam en aanwezig is. Nergens in de bijbel komen we aanduidingen tegen die er op zouden wijzen dat Zijn aanwezigheid of werkzaamheid zou afnemen, of dat delen daarvan alleen bedoeld zouden zijn voor een bepaalde en beperkte periode. Dit is het tijdpad zoals dat door God is bepaald en in de bijbel is geopenbaard, en dat is doorslaggevend voor ieder die gelooft. En wanneer we dit tijdpad serieus nemen, werpt dat een bevrijdend en verhelderend licht op het functioneren van de gaven van de Geest en op de vraag of de tijd van de bijzondere gaven vandaag voorbij is.

1 Kor. 13 gewogen
Eén van de teksten die zwaarwegend is voor degenen die een onderscheid willen maken tussen de blijvende, gewone gaven van de Geest en de tijdelijke, bijzondere gaven van de Geest, is 1 Kor. 13:8vv waar Paulus schrijft: ‘de liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolmaakte afgedaan hebben’.
Tegen de achtergrond van 1 Kor. 12-14 schrijft de gereformeerd-vrijgemaakte dr. C. Trimp hierover in navolging van de christelijk-gereformeerde dr. J.W. Maris: ‘Paulus bereidt de Korinthiërs er pastoraal op voor dat gaven als tongentaal, profetie en charismatische kennis gaan verdwijnen, terwijl geloof, hoop en liefde het leven van de gemeente zullen blijven stempelen tot de jongste dag’.
Bezien in het licht van het kader dat ik hierboven schetste is dit een onmogelijke tegenstelling. Zowel geloof, hoop en liefde, als de gewone en bijzondere genadegaven komen van één en dezelfde Geest, waarbij de eerste drie de wijze bepalen waarop de laatstgenoemden tot opbouw kunnen functioneren in de gemeente. Trimp en Maris spelen ze op een onterechte – en daarmee onbijbelse – manier tegen elkaar uit. Geloof, hoop en liefde kunnen niet zonder de genadegaven, en omgekeerd kunnen genadegaven niet zonder geloof hoop en liefde. De intentie van Paulus is in dit gedeelte om de Korinthiërs op een juiste wijze met de gaven om te laten gaan, namelijk in liefde, uit geloof en met hoop. Anders zou ik verwachten dat Paulus 1 Kor. 14 zou beginnen in de trant van: ‘jaagt het geloof na en streeft naar de hoop, doch vooral naar de liefde en laat die bijzondere genadegaven voor wat het is’. Maar niets van dat al. Vanuit de liefde (gepaard aan hoop en geloof) mogen gelovigen streven van de gaven van de Geest, ja zelfs naar de bijzondere gaven, zoals profetie.

Toch een streeptheologie: geen streep er door, maar streep eronder!
Mij ontbreekt de ruimte om uitgebreid in te gaan op bijbelgedeelten als Mk. 16, Rom. 12, Ef. 4, 1 Petr. 2, 1 Kor. 12-14 en Hebr. 2. Maar wie van deze - en andere - gedeelten studie maakt zal hopelijk met mij concluderen dat het onmogelijk is om op exegetische en bijbelstheologische gronden te beweren, dat de bijzondere gaven van de Geest alleen bestemd waren voor de beginperiode van de kerk en op momenten in de kerkgeschiedenis waar bepaalde grenzen werden doorbroken. Sterker nog, het getuigenis van de bijbel laat juist zien dat zowel de gewone als juist ook de bijzondere gaven, die God schenkt aan zijn gemeente, een onderstreping zijn van Zijn heil en Zijn aanwezigheid. Zij zijn, naast geloof, hoop en liefde, zichtbare getuigen van de persoon en de werkzaamheid van de Heilige Geest. Getuigen van Gods Koninkrijk dat in Christus Jezus gekomen is, dat nu al werkelijkheid wordt – al is het nog in onvolkomenheid - en dat eenmaal in volmaakte heerlijkheid.
God zet geen streep achter de bijzondere genadegaven die Hij uitdeelt. Maar in de bijzondere gaven die Hij ook vandaag en in de toekomst Zijn gemeente en Zijn kinderen toedeelt, zet Hij Zelf een dubbeldikke streep onder Zijn reddende tegenwoordigheid.

Ds. Gert-Jan Brienen is christelijk gereformeerd predikant

LaNaussee

  • Berichten: 3279
    • Bekijk profiel
Anders van de Geest, een meditatie en de streeptheologie
« Reactie #1 Gepost op: oktober 30, 2004, 04:36:29 pm »

quote:

Zandbergen schreef op 30 oktober 2004 om 15:13:
opmerking : deze 2 bijlagen plaats ik omdat ik ze gebruikt heb in mijn artikel
Anders van de Geest, zijn in feite citaten van Oswald Chambers en een artikel van
ds. Brienen


Meditatie

Fonteinen van zegeningen

Maar het water, dat ik hem zal geven, zal in hem worden
tot een fontein van water.
Johannes 4:14

Onze Heer gebruikt niet het beeld van een stilstaand kanaal, maar van een fontein. ‘Wordt vervuld’(Ef.5:18), en de lieflijkheid van de levende band met Jezus zal uit de heilige vloeien, even overvloedig als ze hem wordt toebedeeld.
Als u merkt dat uw leven niet uitvloeit op deze manier, is het uw eigen schuld – iets heeft de stroom tegengehouden. Blijf dicht bij de Bron. Zult u dan persoonlijk gezegend worden? Nee, uit u zullen ‘stromen van levend water’ vloeien – van niet te onderdrukken leven(Joh 7:38).
Ieder van ons moet een uitgangspunt vormen, vanwaaruit Jezus kan vloeien als een ‘stroom van levend water’ tot zegen van iedereen.
Sommigen van ons zijn als de Dode Zee, steeds opnemend, maar nooit doorgevend, omdat onze relatie met de Heer Jezus niet goed is. Zo zeker als wij van Hem ontvangen, zal Hij door ons uitgieten.
En gebeurt dit niet, dan hapert er iets aan onze relatie met Hem. Staat er iets tussen u en Jezus Christus? Is er iets dat uw geloof in Hem belemmert? Zo niet, zegt Jezus, dan zullen uit u stromen van leven water vloeien.
Het is niet een zegen die doorgegeven wordt, geen bepaalde religieuze ervaring, maar een voortdurend stromende rivier.
Blijf bij de bron. Houd vast aan uw geloof in Jezus Christus en uw relatie met Hem. Dan zal er een voortdurende doorstroming zijn naar andere levens, die niet zal uitdrogen noch doodlopen.
Is het niet overdreven om te zeggen dat uit een individuele heilige stromen zullen gaan vloeien? Kijkt u naar uzelf terwijl u zegt: ‘maar ik zie de stromen niet.’? In de geschiedenis van Gods koninkrijk zult u bijna altijd zien, dat hij begonnen is bij de onbelangrijke mensen, de onbekenden, die echter standvastig in hun trouw aan Jezus Christus waren.

Oswald Chambers
Uit Geheel voor Hem, 7 september


Mooi verhaal. Wat er al niet kan gebeuren als de Geest gaat werken. Vaak wordt ook het beeld van een geiser gebruikt. Je hebt een waakvlammetje, maar wanneer je de Geest laat werken, dan ontvlamt de boel.
Wel moet je ermee oppassen mensen te beoordelen op de zichtbaarheid van stromen. Wel kun je er met mensen over hebben hoe zij zelf hun stromen zien
"All you have to decide is what to do with the time that is given to you"

LaNaussee

  • Berichten: 3279
    • Bekijk profiel
Anders van de Geest, een meditatie en de streeptheologie
« Reactie #2 Gepost op: oktober 30, 2004, 04:59:43 pm »

quote:

Zandbergen schreef op 30 oktober 2004 om 15:13:

Streeptheologie??                         
Door ds. Gert-Jan Brienen

In deze bijdrage wil ik kort in gaan op de vraag of de tijd van de bijzondere gaven, zoals we die tegenkomen in het Nieuwe Testament voorbij is. Het zal een verhaal worden met grote pennenstreken. Een schets met hier en daar oog voor een belangrijk detail. Voor wie meer wil lezen hierover verwijs ik graag naar de titels aan het eind van dit artikel.

Is de tijd van de bijzondere gaven voorbij?
In de geschiedenis van de kerk is dikwijls onderscheid gemaakt tussen gewone en buitengewone gaven van de Geest. Met de gewone gaven worden dan de gaven bedoeld, die we ook in het gewone leven tegenkomen (bv. onderricht, barmhartigheid, leidinggeven, artisticiteit etc.), en met de buitengewone of bijzondere gaven wordt bedoeld gaven die ‘bovennatuurlijk’ van aard zijn (bv. spreken in tongen, profetie, wonderen, genezing, etc.).
Lange tijd werden deze bijzondere gaven in o.a. de gereformeerde theologie gereserveerd voor de beginperiode van de kerk van het Nieuwe Testament. De bijzondere gaven houden dan daar op waar de openbaringsgeschiedenis eindigt en de kerkgeschiedenis begint. Er wordt dan een denkbeeldige lijn getrokken tussen openbaringsgeschiedenis en kerkgeschiedenis. Wanneer de geschiedenis van de Godsopenbaring haar einde bereikt heeft en de canon van het Nieuwe Testament vastgesteld is, is de tijd van de bijzondere Geestesgaven voorbij. De bijzondere gaven van de Geest waren destijds nodig, omdat de kerk in die dagen de geschriften van het Nieuwe Testament nog niet had.
Op deze wijze wordt een denkbeeldige streep getrokken tussen de eerste periode van de kerk zonder de canon van het Nieuwe Testament en de latere periode waarin het Nieuwe Testament als canon erkend is. Naar aanleiding hiervan is ook wel gesproken van een streeptheologie (nb. over wanneer precies dan die ‘streep’ getrokken dient te worden verschillen de meningen; de opvattingen variëren van de tijd van de pastorale brieven van Paulus in de eerste eeuw na Chr. tot het Concilie van Constantinopel in 381 na Chr.)


de typering bijzondere gaven vind ik toch wel vreemd, ik vind eigenlijk elke gave van de Geest keer op keer bijzonder.

quote:

Aanhangers van deze streeptheologie zijn van oordeel, dat de buitengewone gaven nodig waren voor de stichting van de kerk en de bevestiging van de prediking in de apostolische tijd. De buitengewone gaven worden door hen beschouwd als een soort startversterkers in nieuwe, grensoverschrijdende situaties. In de lijn van die gedachte bleef er bv. in de gereformeerde theologie de openheid voor het functioneren van de buitengewone gaven in die situaties, en men dacht dan met name aan zendingssituaties, waarin de eeuwen door ‘grenzen’ werden doorbroken naar nieuwe gebieden en bevolkingsgroepen. Maar ook daar zouden ze dan weer na verloop van tijd verdwijnen, wanneer de charismatische start zich consolideerde in de meer vaste en ‘ordelijke’ ambtsstructuur.
De vraag is echter: bestaat er werkelijk zo'n denkbeeldige streep?  Mogen we spreken van twee perioden in de geschiedenis van de kerk: één met de bijzondere gaven en één zonder de bijzondere
gaven?

Op zoek naar een bijbels kader
Om die vraag te beantwoorden is het wijs de Bijbel open te slaan. Maar helaas beginnen dan ook meteen de problemen. Want maar al te vaak kom je twee of meer verschillende uitleggingen tegen van één en hetzelfde tekstgedeelte. En wie heeft er dan gelijk? Daarom wil ik eerst een bijbels kader schetsen waarbinnen we deze vraag moeten verstaan. Want volgens mij gaat het ten diepste om de vraag: in welke tijd leven wij? Hoe serieus nemen wij Gods tijdpad?

In welke tijd leven wij?
De bijbel laat ons duidelijk zien –en alle (gereformeerde) christenen belijden dat van harte- dat de kerk van vandaag leeft in de tijd dat de levende Heer en Heiland Jezus Christus, gezeten aan de rechterhand van de hemelse Vader, regeert door Zijn Geest en Woord (vgl. Apostolische Geloofsbelijdenis en Heidelberger Catechismus zondag 21). We leven in de tijd na Pinksteren, en dus in de tijd dat de Heilige Geest als de belofte van de Vader (Lk. 24:49; Hand. 1:4;2:33,39) is uitgestort op ‘alle vlees’ (Hand. 2:17, citaat uit Joel 2:28). Het is de door Israël lang verwachte en door God lang beloofde tijd van het ‘einde der tijden’, waarin Gods Koninkrijk zichtbaar wordt op aarde. Dat Koninkrijk dat door Johannes de Doper werd aangekondigd en dat met Jezus Christus als de koning is gekomen, staat vanaf Pinksteren definitief in het teken van Gods aanwezigheid op aarde in de persoon en de werkzaamheid van de Heilige Geest (Rom. 14:17). Paulus noemt de Heilige Geest daarom ook ‘zegel’ (2 Kor. 1:21v; Ef. 1:13; 4:30), ‘onderpand’ (2 Kor. 1:21v; 5:5; Ef. 1:14) en ‘eersteling/eerste gave’ (Rom. 8:23) van Gods heil; en zowel de gemeente (Ef. 2:22) als iedere gelovige (1 Kor. 3:16) worden door hem getypeerd als tempel van de Heilige Geest. Zo is er met de uitstorting van de Heilige Geest een nieuwe bedeling aangebroken, de bedeling van het nieuwe verbond (Jer. 31:31-34; Ezech. 36:24-28), dat gekenmerkt wordt door Gods aanwezigheid te midden van Zijn volk in de persoon en werkzaamheid van de Heilige Geest, die niet alleen bij de mensen zal zijn, maar die in hen zal wonen.
Kortom: heel de tijd vanaf Pinksteren tot de Wederkomst van Jezus Christus is de tijd waarin Gods Geest werkzaam en aanwezig is. Nergens in de bijbel komen we aanduidingen tegen die er op zouden wijzen dat Zijn aanwezigheid of werkzaamheid zou afnemen, of dat delen daarvan alleen bedoeld zouden zijn voor een bepaalde en beperkte periode. Dit is het tijdpad zoals dat door God is bepaald en in de bijbel is geopenbaard, en dat is doorslaggevend voor ieder die gelooft. En wanneer we dit tijdpad serieus nemen, werpt dat een bevrijdend en verhelderend licht op het functioneren van de gaven van de Geest en op de vraag of de tijd van de bijzondere gaven vandaag voorbij is.


dat vind ik nou ook

quote:

1 Kor. 13 gewogen
Eén van de teksten die zwaarwegend is voor degenen die een onderscheid willen maken tussen de blijvende, gewone gaven van de Geest en de tijdelijke, bijzondere gaven van de Geest, is 1 Kor. 13:8vv waar Paulus schrijft: ‘de liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolmaakte afgedaan hebben’.
Tegen de achtergrond van 1 Kor. 12-14 schrijft de gereformeerd-vrijgemaakte dr. C. Trimp hierover in navolging van de christelijk-gereformeerde dr. J.W. Maris: ‘Paulus bereidt de Korinthiërs er pastoraal op voor dat gaven als tongentaal, profetie en charismatische kennis gaan verdwijnen, terwijl geloof, hoop en liefde het leven van de gemeente zullen blijven stempelen tot de jongste dag’.
Bezien in het licht van het kader dat ik hierboven schetste is dit een onmogelijke tegenstelling. Zowel geloof, hoop en liefde, als de gewone en bijzondere genadegaven komen van één en dezelfde Geest, waarbij de eerste drie de wijze bepalen waarop de laatstgenoemden tot opbouw kunnen functioneren in de gemeente. Trimp en Maris spelen ze op een onterechte – en daarmee onbijbelse – manier tegen elkaar uit. Geloof, hoop en liefde kunnen niet zonder de genadegaven, en omgekeerd kunnen genadegaven niet zonder geloof hoop en liefde. De intentie van Paulus is in dit gedeelte om de Korinthiërs op een juiste wijze met de gaven om te laten gaan, namelijk in liefde, uit geloof en met hoop. Anders zou ik verwachten dat Paulus 1 Kor. 14 zou beginnen in de trant van: ‘jaagt het geloof na en streeft naar de hoop, doch vooral naar de liefde en laat die bijzondere genadegaven voor wat het is’. Maar niets van dat al. Vanuit de liefde (gepaard aan hoop en geloof) mogen gelovigen streven van de gaven van de Geest, ja zelfs naar de bijzondere gaven, zoals profetie.


Het is waarschijnlijker 1 Kor 13 te bezien in het licht van de terugkomst van Jezus. In het laatste vers staat eigenlijk: Zo resten ons dan geloof, hoop en liefde, maar de liefde BLIJFT. Ik ben het er mee eens dat deze drie de diepere intenties achter het gebruik van de gaven van de Geest mogen zijn. De liefde is echter het enige waar we in de hemel wat aan hebben. Dat is volgens mij het idee van het slot van 1 Kor 13. Binnen dat perspectief mogen we naar het werk van de Geest kijken.

quote:

Toch een streeptheologie: geen streep er door, maar streep eronder!
Mij ontbreekt de ruimte om uitgebreid in te gaan op bijbelgedeelten als Mk. 16, Rom. 12, Ef. 4, 1 Petr. 2, 1 Kor. 12-14 en Hebr. 2. Maar wie van deze - en andere - gedeelten studie maakt zal hopelijk met mij concluderen dat het onmogelijk is om op exegetische en bijbelstheologische gronden te beweren, dat de bijzondere gaven van de Geest alleen bestemd waren voor de beginperiode van de kerk en op momenten in de kerkgeschiedenis waar bepaalde grenzen werden doorbroken. Sterker nog, het getuigenis van de bijbel laat juist zien dat zowel de gewone als juist ook de bijzondere gaven, die God schenkt aan zijn gemeente, een onderstreping zijn van Zijn heil en Zijn aanwezigheid. Zij zijn, naast geloof, hoop en liefde, zichtbare getuigen van de persoon en de werkzaamheid van de Heilige Geest. Getuigen van Gods Koninkrijk dat in Christus Jezus gekomen is, dat nu al werkelijkheid wordt – al is het nog in onvolkomenheid - en dat eenmaal in volmaakte heerlijkheid.
God zet geen streep achter de bijzondere genadegaven die Hij uitdeelt. Maar in de bijzondere gaven die Hij ook vandaag en in de toekomst Zijn gemeente en Zijn kinderen toedeelt, zet Hij Zelf een dubbeldikke streep onder Zijn reddende tegenwoordigheid.

Ds. Gert-Jan Brienen is christelijk gereformeerd predikant
Goed stuk van die predikant
"All you have to decide is what to do with the time that is given to you"

Esek

  • Berichten: 163
    • Bekijk profiel
Anders van de Geest, een meditatie en de streeptheologie
« Reactie #3 Gepost op: oktober 30, 2004, 05:56:40 pm »
Het woord 'streeptheologie' levert in Google niet veel hits op. De Engelse uitdrukking 'cessationism', afgeleid van het Latijnse woord voor ophouden, levert veel meer treffers. Treffend is dat 1 Cor. 13:8, de sleuteltekst, zowel door voor- als tegenstanders wordt gebruikt. Ouweneel veegt in "Geneest de zieken' de vloer aan met deze theologie.