Omdat de betekenis van het woord voor 'goed' in het hebreeuws nogal op veel manieren 'goed' betekent:
1) goed, aangenaam
1a)
aangenaam, prettig (voor de zintuigen) (dus: mooi) 1b) aangenaam (aan het bovenzinnelijke)
1c) goed, uitstekend (in zijn soort)
1d) goed, rijk, waardevol in achting
1e) goed, geëigend, passend
1f) beter (verhoudingsgewijs)
1g) blij, gelukkig. rijk (van ‘s mensen zinnelijke natuur)
1h) verstandig (van ‘s mensen verstandelijke natuur)
1i) goed, vriendelijk, welwillend
1j) goed, juist (ethisch)
2) iets goeds, nut, welzijn
2a) welzijn, voorspoed, geluk
2b) het goede (collectief)
2c) goed, voorspoed
2d) moreel goed
3) welzijn, nut, het goede
3a) welzijn, voorspoed, geluk
3b) het goede (collectief)
3c) overvloed
Wel apart als je ál deze betekenissen op de aarde toepast, dan weet je pas echt hoe het was

Overigens vertaald de NBG dit woord soms ook met 'mooi', bijvoorbeeld: Genesis 41:22 Verder zag ik in mijn droom, en zie, zeven aren schoten op uit een halm, vol en
mooi <02896>.