quote:
Nunc schreef op 17 november 2004 om 00:04:@P.Strootman: waarom ik niet op die moordenaar aan het kruis inging? Ik denk niet dat ik daar op in hoef te gaan. Jezus zegt dat hij met Hem in het koninkrijk zal zijn, dus dan is dat zo. IK vertrouw erop dat God voor de slachtoffers van die bekeerde moordenaar zal zorgen. De vreugde van die mensen als ze ook in de hemel komen (zoals in lonneke's voorbeeld) zal oneindig veel groter zijn dan het verdriet. God zal (zie openbaring van johannes) al onze tranen afvegen (dus Hij zal ons troosten).
Ja, wellicht komen we degenen die ons kwaad aangedaan hebben in de hemel weer tegen, en zelfs als het ons niet gelukt is om ze hier op aarde te vergeven (wat toch wel Gods opdracht aan ons is), dan zal Hij toch in ieder geval onze tranen doen verdwijnen in de hemel. Een bekeerde is een nieuw mens. Ik kan natuurlijk niet uit ervaring spreken, maar ik denk dat christenen alleen maar verheugd kunnen zijn dat een slecht mens toch door God bekeerd is!
Verder komt niemand 'per ongeluk' in de hel, omdat ze 'toevallig' nog geen mogelijkheid tot bekering hadden. God doet zoiets niet per ongeluk. God is liefde, en Hij zal (zie mijn eerdere posts over de gelijkenis van het koninklijke feestmaal in het topic 'God en de hel') iedereen de kans geven (totdat het feest vol is, maar de hemel is nooit vol want het is de oneindige woonplaats van de ongeziene God).
Ik ben geen expert op het gebied van reincarnatie en karma, maar ik vertrouw toch liever op een genadige en liefdevolle God, dan op een vreemde natuurwet van karma, waardoor ik leven na leven moet ploeteren om schulden in te lossen van levens die ik geleefd zou hebben maar die ik me niet kan herinneren.... Mooi rechtvaardig is dat allemaal .....
Volgens Hebreeen 11.39 en 40 hebben de oud testamentische gelovigen, die gestorven zijn, het beloofde (het henels vaderland) nog niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat ZIJ niet zonder ONS tot de volmaaktheid konden komen. Er wordt wel vrij gemakkelijk over 'het naar de hemel gaan' geschreven, maar uit deze woorden blijkt, dat NIEMAND in onvolmaakte toestand in de hemel komt. En zelfs Paulus, die er naar streefde om aan de dood van Christus gelijkvormig te worden, moest bekennen, dat hij nog niet volmaakt was.
Dan is er nog een zeer belangrijk punt! De onbekende schrijver van de brief aan de Hebreeen, identificeerde de lezers van de brief met de overledenen uit het oude testament. In de bijbel komt dat wel meer voor, want op een gegeven moment, vraagt Jezus: 'Wie, zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is? Hij bedoelde met die uitdrukking dus zijn persoon, een mens. De discipelen antwoordden:'Johannen de Doper; anderen:Elias; weer anderen: Jeremia of een der profeten'. En in Matth. 11.14 zegt Jezus openlijk, dat, als zij (de discipelen) het wilden geloven, Johannes Elia was.
Je vindt karma maar een vreemde wet en vertrouwt meer op een liefdevolle God, zodat je niet leven na leven moet ploeteren om schulden af te lossen. Ik heb al eerder geschreven dat genade en schuldvergeving beslist niet wil zeggen, dat je de gevolgen van je misdaden niet zal ondervinden. Het grote euvel van de heilsleer werd eens alsvolgt omschreven door een onverdachte theoloog, namelijk prof.dr. A. van Melsen:'Het merkwaardige is, dat de christelijke traditie altijd beseft heeft, dat de mens niet was, wat hij eigenlijk behoorde te zijn. Zij schreef dit echter niet toe aan een gebrek van onvolwassenheid, maar aan de gevolgen van de erfzonden, de verduistering van het verstand en de verzwakking van de wil. Gezien het ontbreken van het evolutieperspectief kon de christelijke traditie niet anders, dan dit als een blijvende situatie binnen het aardse bestaan van de mens te beschouwen, die zelfs door de verlossing van Christus niet doorbroken werd'. Als men eens heel goed zou nadenken over de woorden van Paulus, dat we eens de volle kennis van de Zoon Gods zullen bereiken, dan zouden we ook de woorden van prof. van Melsen kunnen begrijpen.
Nog 1 opmerking: Heb je Lucas 23.34 wel eens zo gelezen: Ik zegt u heden: gij zult met Mij in het paradijs zijn'? De grondtekst heeft geen leestekens, maar zo kan het zeker ook gelezen worden. Het woord 'heden'slaat op het spreken van Jezus, en 'gij zult met Mij in het paradijs zijn', ziet op de toekomst.
Piet Strootman