@ Scholasticus:
Ik ben blij dat je de mogelijkheid tot gesprek nu wat groter inschat. Volgens mij is dat terecht. Toch denk ik dat je op sommige punten nog steeds simplisme in de visie van deputaten ínleest, ook weer in je laatste bijdrage. Ik zal concreet maken:
quote: Scholasticus schreef op 23 december 2004 om 09:12:Natuurlijk mag die vraag wel gesteld worden.
Ik zal mijn indruk naast jouw stellige indruk plaatsen: 'vroeger', vóór Leusden 1999 waren we strak in de leer en ruim in de praktijk. Officieel hadden we maar twee echtscheidingsgronden: overspel en kwaadwillige verlating. In werkelijkheid kon elke echtscheiding met de nodige pijn en moeite worden ondergebracht 'naar analogie' van een van deze twee. Bij die analogieredenering kwam heel wat eigen inzicht, uitzonderingen en nieuwe situaties kijken.
Het nieuwe van de deputaten is vooral dat ze daar eerlijk over zijn, het ronduit benoemen en tegelijk fors inperken.
Amen, en op dat punt moeten we het werk van deputaten ook waarderen. Ik geloof dat de 8 dominees dat onmiddellijk zouden beamen. Zij schrijven:
Een rapport dat veel waardering heeft gekregen. De nadruk op de trouw en vergevingsgezindheid is een sterke kant van dit rapport. Ook de relativering van het huwelijk als een gave die niet blijvend en dus ook 'het einde' niet is, laat het huwelijk duidelij kuikomen als een gave onderweg naar de blijvende stad. Het rapport is dan ook door veel kerkenraden inmiddels met instemming ontvangen en gelezen. ...
We zijn dankbaar voor alle tijd en deskundigheid waarmee deputaten ons hebben willen dienen. Dit zouden ze niet geschreven hebben als ze op de concrete conclusies en voorstellen grote kritiek hebben gehad. (Tenzij je gelooft dat ze dit niet echt menen, maar daarvan ga ik niet uit.)
quote: Ik geef toe dat ik, meer dan gewoonlijk, mijn boosheid in een licht retorische toonzetting heb laten doorklinken. Gezien de achtergronden en de mogelijke gevolgen van het optreden van de 8 dominees lijkt me die boosheid wel gegrond.
Prima hoor, maar zeg dan niet dat je rationeel en op argumenten redeneert hier...
quote: Kwade wil of misverstand? Een misverstand zou kunnen (dat brengt wel de 'theologische competentie' van de dominees in gevaar). Dan los je het probleem op door tegen de dominees te zeggen: kijk, daar in het deputatenrapport, wordt duidelijk dat de bedoeling van God niet buiten of achter de bijbelwoorden wordt gezocht, maar juist in de bijbelwoorden in hun onderling verband. Ik vrees dat dit niet zoveel zou helpen: evenals jij, Qohelet, kunnen de 8 dan staande houden dat er toch wel iets gevaarlijks gaande is en dat er over de rug van de deputaten een waarschuwing moet worden geuit. In dat geval vind ik 'kwaadwillend' van toepassing, niet als oordeel over de subjectieve kwade wil van de dominees (ik ga uit van goede intenties), maar als constatering dat zij niet een natuurlijke, gunstige interpretatie volgen, maar een minder gunstige.
We moeten geweldig oppassen elkaar niet door etikettering een bepaalde hoek in te drijven. Maar ligt de notitie 'we moeten op zoek naar het onderliggend beginsel' niet iets van: we moeten op zoek naar het Woord achter het woord? Het zijn vragen die we stellen. Geen oordelen. Maar deze vragen komen wel op na het lezen van het rapport. De confrontatie met alles wat er op dit punt in het verleden al gezegd en geschreven is, mag ons vandaag ook voor een al te argeloze benadering van just dit onderwerp behoeden. Deze gehanteerde leesregel komt naar onze overtuiging gevaarlijk dicht in de buurt van al oude dwalingen ten aanzien van de omgang met de Schrift.Dat schrijven de acht. Ze willen niet in de hoek zetten, geen oordelen vellen, maar een vraag aan de orde stellen die "opkomt na het lezen van dit rapport". Nu is zoiets afhankelijk van de persoon -- bij mij kwamen de vragen wél op, bij jouw, Scholasticus, wellicht niet. Maar de vraag is legitiem en mag publiek gesteld worden, vooral als je concreet bent in je waarschuwingen, een duidelijke onderbouwing geeft (van de "oude dwalingen", bijvoorbeeld) en duidelijk maakt dat je constructief wil discussieren en niet afkraken. Hoe hadden ze hun waarschuwing anders moeten inkleden?
quote: Wanneer je de kwestie individu/gemeente weglaat uit je bezinning op de hermeneutiek van de deputaten, kun je hun positie geen recht meer doen. Je trekt hun opvattingen dan in andere dilemma's. De deputaten bepleiten een meer integrale omgang met de Schrift in lezen, verstaan, aanvaarden en in praktijk brengen. De gemeente is daarvoor de natuurlijke inbedding. Natuurlijk moet je dan het 'tegenover' van de bijbel t.o.v. de gemeente waarborgen, maar dat is ook in de benadering van de deputaten heel goed mogelijk.
De kwestie die de acht aansnijden gaat nu precies over de "meer integrale omgang". Als de gemeente de natuurlijke inbedding is, hoe is dan de relatie tussen gemeente en bijbel? Daarin ligt een afstand, een "tegenover", en het is (volgens de dominees) zaak om daar een zuivere visie op te houden. Het zal best zo zijn dat dat "tegenover" in de visie van deputaten heel goed mogelijk is -- dat hoort niet anders te zijn -- maar het punt is nu juist, dat deputaten dit niet expliciet uitwerken. Als
1. deputaten een "meer integrale" omgang bepleiten (d.i. een alternatief voorstellen!)
2. deze omgang essentieel gebruik maakt van de relatie gemeente - Schrift
3. op dit punt in het verleden fouten zijn gemaakt waarvan we kunnen leren
4. deputaten zich niet confronteren met de vraag hoe die fouten te vermijden
dan is het toch goed dat hun collega's op dit punt een aanvulling geven? Ze zijn niet eens verplicht om het voorgestelde alternatief op handen te dragen!
quote: Je komt een heel eind met het doorgronden van de problematiek! Als de 8 dominees net zo veel gevoel voor het verstaans- en toepassingsprobleem hebben, moet een open gesprek een eind kunnen komen.
Dank voor het compliment, hoor. Misschien als je met een paar van de 8 in gesprek zou zijn, zou je ontdekken dat zij daar ook toe in staat zijn. Ga een open gesprek met hen aan, ik denk dat dan een heel eind komt in een poging tot onderling begrip.
quote: Ik ben van mening dat je op het spoor van de deputaten een realistische beschrijving vindt van hoe het verstaan van Gods geopenbaarde wil in z'n werk gaat en moet gaan. Hun voorstel vind ik adequater dan een simpele één-op-één hermeneutiek: kijk maar, het staat er gewoon.
Ja natuurlijk, de "kijk maar het staat er gewoon" benadering geeft geen antwoord op de lastige hermeneutische kwesties die hier een rol spelen. Maar jij wilt toch niet beweren dat de acht dominees dat doen? Het stellende deel van hun betoog komt hier op neer:
- de Schrift is geïnspireerd: in inhoud en formulering is het goddelijk woord
- de eigenheid van de menselijke auteurs speelt daarbinnen een rol
- het goddelijk en menselijk aspect vormen wat spanning; daarover gaat het hier
- de bijbel levert geen kant-en-klare antwoorden
- leesregels moeten tonen hoe toepassingen in de gemeente zich verhouden tot het woord
Dit, beste Scholasticus, is geen één-op-één hermeneutiek, maar een erkenning dat een vertaalslag gemaakt moet worden. De acht dominees zijn het alleen niet eens met de vertaalslag die wordt voorgesteld en beargumenteerd in het rapport.
quote: Helemaal mee eens. Ik ben ook tegen een inhoudelijke afwijking van Gods op schrift gestelde Woord. Wellicht komt het spraakgebruik van de deputaten op dit punt wat provocerend over, maar ik denk dat ze bij voortschrijdend inzicht heel beslist in lijn met de Schrift willen blijven.
De acht dominees proberen dat "in de lijn van de Schrift" concreter te verzekeren, door het werk van hun collega's aan te vullen. Nogmaals, daar heb ik waardering voor![/quote]
quote: Opnieuw: als dát de status quaestionis is, moet er uit te komen zijn. Met de erkenning van de problematiek zijn de 8 dominees dan al een eindweegs met de deputaten mee. Een simpele terugkeer naar een gebodsethiek van 'zie Matth. zoveel vers zoveel' zal dan niet meer werken.
Precies, en niemand die dát in de discussie geprobeerd heeft. Niet een
simpele terugkeer. Uiteindelijk zal het best kunnen dat de acht dominees, als je ze er concreet naar vraagt, vinden dat we meer moeten doen met het gebod in "Mat. zoveel vers zoveel". Per slot van rekening staat dat gebod in de bijbel, de enige
norma normans voor de christelijke gemeente.
Ik ben zelf ook wel benieuwd naar de weerlegging van de acht dominees van de argumenten die deputaten geven voor hun leesregel waarin de christelijke kerk "uitzonderingen" maakt op de expliciete regels van Christus. Ik heb dat eerder zelf globaal gedaan, en geconcludeerd dat de argumenten van deputaten niet heel sterk zijn. Met andere woorden, hun conclusie dat op regels in de bijbel over het algemeen ook uitzoderingen mogelijk zijn, vind ik óók te simpel. Wat mist is namelijk het criterium, wanneer de regels wel en niet gelden. Dát is een lastige discussie. Ik geloof dat die vruchtbaar gevoerd kan worden, door deputaten samen met de acht dominees. Allemaal onderkennen ze namelijk het probeem van de hermeneutische vertaalslag die de christelijke gemeente maakt in de toepassing van bijbelse ethische en morele aanwijzingen.