quote:
Scholasticus schreef op 07 december 2004 om 08:21:Wil jij, Qohelet, de moeite nemen om zelf een oordeel te vormen over de rechtmatigheid van de kritiek die de 8 op de deputaten hebben? Ik vind het namelijk een beetje te makkelijk om de 8 in bescherming te nemen zonder je af te vragen of ze de deputaten wel recht doen en daarmee of ze de kerken wel een dienst bewijzen.
Dat lijkt me een redelijk verzoek... ik heb beide stukken doorgespit en zal kort algemeen reageren. Daarna wil ik de discussie verder ingaan.
Het rapport voor Amersfoort 2005: voor een goed deel ben ik blij met dit rapport. Ik kan me grotendeels vinden in de conclusies van Deputaten. Ook met hun exegese van 1 Kor. 7 stem ik vrijwel helemaal in. Ik ben blij dat ze hun best hebben gedaan misverstanden over de exegetische en hermeneutische methoden weg te nemen, waartoe vorige rapporten inderdaad aanleiding gaven. Maar ik houd kritiek op de manier waarop gesproken wordt over "uitzonderingen" en "nieuwe situaties". Daarin voel ik mee met de 8 dominees. De vraag is natuurlijk wat die kritiek precies is; daarop wil ik straks verder in gaan.
De 8 dominees hebben ook geprobeerd voorzichtig te zijn in hun kritiek. Ik zie de waarde van hun stuk vooral en vooreerst in het geven van een waarschuwing. Heel concreet is dat: leg geen te groot accent op
onze uitwerking van bijbelse leefregels, want voor je het weet verschuift het gezag ván de bijbel náár het individu of de kerkgemeenschap. (Dat eerste, "Doperse" trekje zal in de officiële bezinning in de GKv nog wel meevallen; het gevaar dat dat gebeurt is groter onder de jeugd die zich meer oriënteert op het evangelisch gedachtegoed. Dat kunnen we hier dus buiten beschouwing laten.) De waarschuwing is dus, dat als je teveel "contextueel" en te weinig "schriftuurlijk" bezig bent, je neigt naar het Roomse model van Schriftgezag en -verstaan. Dat gevaar is niet denkbeeldig, en ik geloof dat het een heel zinnige waarschuwing is vooral waar gespeeld wordt met gedachten aan "gemeente-ethiek" en dergelijke.
Cruciaal in het stuk van de 8 dominees is het spannigsveld dat ze onderkennen tussen het
menselijke spreken en de
Geestelijke inspiratie van de bijbel. "Hoe zwaar wegen dingen als historisch besef, wereldbeeld, doelstelling, karakter en stijl ...?" Ze zijn het er ook mee eens dat DHE een weg zoeken in zaken waarover de bijbel niet expliciet spreekt. De uiteindelijke kwestie is dan ook, welke normatieve basis er is voor het trekken van praktische conclusies rond nieuwe situaties, gebaseerd natuurlijke op onze gemeenschappelijke gereformeerde principes. In deze vraagstelling staan deputaten én "gereformeerd-blijven" op één lijn.
De 8 dominees zien het gevaar in de conclusie dat Paulus Jezus' woorden verder uitwerkt en aanvult,
en dat dat dus ook de manier is waarop de gemeente dat nu zou moeten doen. Paulus spreekt "in het verlengde" van Jezus, zo spreken wij "in het verlengde" van God. De suggestie wordt in het rapport van deputaten gewekt (en vooral in de eerdere rapporten) dat dat "verlengde" ook kan inhouden, dat uitzonderingen gemaakt worden. Daar zit hun angst. Wat zijn de consequenties van een dergelijk schrift-verstaan?
Zij formuleren hun kritiek als volgt: de benadering van deputaten neemt "als uitgangspunt wat God vroeger heeft
bedoeld toen Hij een regel voor de kerk gaf in haar omstandigheid" -- nadruk van mij. De acht zijn bang dat de kerk zichzelf tot norm wordt als het gaat om het vaststellen van de "bedoeling". Dat kan leiden tot een Dopers of Rooms gezagsmodel waarin niet de Schrift maar de Kerk bepaalt wat er gebeurt.
Ik deel de zorg van de 8 dominees. Wanneer mensen zeggen te zoeken naar de "eigenlijke bedoeling" achter bijbelwoorden, houdt dat vaak in dat de woorden gerelativeerd worden. "De bijbel zegt wel X en Y, maar ik denk dat God vooral Z bedoelde." Natuurlijk is dit geen zuivere exegetische methode, maar op deze manier worden inderdaad nog wel eens nieuwe theorieën geïntroduceerd.
Het alternatief, dat overigens ook wel
mogelijk is bij de formulering van Deputaten, is dat we tot de "bedoeling" van God concluderen vanuit Schriftgegevens. Daarbij moet inderdaad rekening worden gehouden met contextuele verbanden. Maar die functioneren dan niet in de eerste plaats als relativering, maar ter nadere verklaring wat er gebeurt. De uiteindelijke conclusies blijven binnen het expliciete kader van de Schrift.
Ik denk dat dat is wat de dominees bedoelen als ze onderscheid maken tussen
1 voortgaande openbaring
binnen de Bijbel
2 voortschrijdend
inzicht bij het lezen van de Bijbel
3 voortschrijdende openbaring
buiten de Bijbel.
Ze zijn bang dat de eerste twee met het laatste verward worden. Als je 1 en 3 verwart, concludeer je dat wij net als Paulus nieuwe aanvullingen kunnen maken op Jezus' woorden. DHE geven zelf toe dat die suggestie teveel bestond in de eerdere rapporten; zij nemen wat gas terug. Als je 2 en 3 verwart, haal je "illuminatie" en "inspiratie" door elkaar. Dat is een gevaar waartegen DHE zich niet indekken, en dat zeker niet ondenkbaar is. De acht kunnen deze fout m.i. niet expliciet aanwijzen in het deputatenrapport, maar hun waarschuwing is wel op hun plaats.
De conclusie van "gereformeerd-blijven" is gemakigd. "We vragen ons af, of de gekozen benadering een te verantwoorden gereformeerde keuze te noemen is ... niet om beschuldigingen uit te spreken ... maar vanuit bezorgdheid." "[Gaat] in deze benadering de door de Geest verlichte gemeente niet ... heersen over het door de Geest geschreven Woord?" Dat lijkt me een relevante vraag. Want het is moeilijk vol te houden dat er binnen vrijgemaakte kring een algemeen-aanvaard, duidelijk ontkennend antwoord gegeven wordt. Dan zou dit spijkers op laag water zoeken zijn. Maar met al het hermeneutisch ge-experimenteer is deze vraag niet alleen relevant, het is ook een van de duidelijkste en belangrijkste vragen waarvan ook onze "nieuwe theologie" zich rekenschap heeft te geven.