quote:
Filologos schreef op 11 maart 2005 om 14:50:Ook uit bovenstaande post blijkt jouw visie op profetie en de plaats van Israël. Ik denk daar heel anders over. En als we een verschillend uitgangspunt hebben, moeten we eerst het uitgangspunt gaan bekijken. Maar ik denk dat dat voor dit topic te ver zou voeren.
Dat zou kunnen. In ieder geval mijn waardering dat je nog reageert op deze post van een tijd geleden.

quote:
1. Elke christen wordt verzocht; 2. Het punt was niet of het in de toekomst ligt of niet, maar of de gelovigen daar nog bij aanwezig zijn. En aangezien er duidelijk staat: in de verzoeking, blijkt daaruit dat de gelovigen dan nog op aarde zijn.
Waar staat
in de verzoeking bewaren? Niet in Op. 3 waar ik het hier over heb.
Wel in bijvoorbeeld:
Jak 1
12 Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
13 Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.
In dit topic schreef ik eerder hierover:
-
zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.Dit is een belofte om de gelovigen te vertroosten dat zij bewaard worden vóór dat uur der verzoeking; de opname zal plaats hebben vóórdat de oordelen beginnen.
Deze verzoeking zal komen over de gehele wereld, en is om de mensen die op de aarde wonen te verzoeken. (Zie ook Op. 6:10; 8: 13; 11:10; 13: 8 en 12 en 14; 17; 2 en 8 )
Deze uitdrukking ' op de aarde wonen' heeft in de bijbel altijd betrekking op ongelovigen die aan deze aarde ‘gebakken’ zitten – i.t.t. tot gelovigen die ‘hemelburgers’ zijn, niet ‘van deze aarde’.
Even iets over het ‘bewaren
voor’ en niet ‘bewaren
uit’ de ure der verzoeking. (Dat laatste zou betekenen dat we
we door de Grote verdrukking zouden moeten, maar erin bewaard blijven/eruit bevrijd worden o.i.d. en is hiermee voor sommige christenen een hot-item - ook i.v.m de vraag of de gemeente/de kerk nog voorkomt op aarde na Openbaring 3)
Hetzelfde woord
ek wat hier in dit vers 3: 10 wordt gebruikt, vinden we ook in
Joh. 17: 15 waar staat:
15 Ik bid niet, dat Gij hen uit [ek] de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor [ek] de boze.Het gaat hier in Johannes 17 om bewaring voor
de boze, niet om bewaring voor een boos
tijdvak.
In Op. 3 gaat het namelijk niet om een ‘verzoeking’ waarvan het duidelijk is dat we daarIN bewaard worden; God staat i.d.d. soms toe dat we verzocht worden om ons iets te leren. (Zoals in Joh. 17:15; Rom. 5: 3-5; 1 Kor. 10: 13; Jac. 1: 2 e.v.)
Het gaat hier om een bijzondere
tijdsperiode: ‘het uur van de verzoeking’. Je kunt iemand alleen bewaren voor een bepaalde tijdsperiode, door ervoor te zorgen dat je vóór het aanbreken van dit ‘uur’ wordt weggenomen. Daarom staat er ook direct achter:
Zie Ik kom spoedig .
quote:
Wat ik bedoelde is: het gaat er niet om welk woord hij gebruikt. Als hij 'opgenomen worden' schrijft, is dat niet meteen een 'hit' voor de opnamespeculatie, maar moet je nauwkeurig nagaan wat er wordt bedoeld. Misschien had ik het iets zorgvuldiger moeten formuleren.
OK, het kan zijn dat ik dat toch wel heb gedaan, het nauwkeurig nagaan wat er wordt bedoeld. In ieder geval denk ik niet dat er zo maar op grond van een woordje wat overeenkomt, een heel 'opname-idee' wordt gelanceerd. Dit lijkt een beetje jouw gedachte te zijn dat het zo is ontstaan.
Misschien is in dit verband de volgende geschiedenis ook nog interessant:
Nog een ‘bewijs’ voor de opname van de gemeente vóór de Grote verdrukking, is een illustratie uit het OT: de geschiedenis van Henoch.
Gen 5,24
En Henoch wandelde met God, en
hij was niet meer, want God had hem opgenomenHeb 11,5
Door het geloof is Henoch
weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want vóórdat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest;
- Henoch werd opgenomen
voordat de zondvloed, het oordeel van God over de wereld, kwam.
Hij is hier een type van de gemeente.
- Noach wordt
door de zondvloed heen bewaard, (1 Petr. 3: 20… in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.)
Hij is hier een type van Israël dat
door de Grote verdrukking heen bewaard wordt. (Op. 7: 4 En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen Israëls.)
quote:
Het is de vraag of dat meteen betekent dat er een onvoorstelbaar groots iets aan de hand is. Mysterion betekent bij Paulus altijd iets met betrekking tot de heilshistorie (vooral: het evangelie voor de heidenen). Bovendien komt dit woord niet voor in het gedeelte in 1 Tes 4.
Hier wordt dat woord 'geheimenis' als zodanig niet voor. Toch was het iets wat de gelovigen niet wisten en wat hen door Paulus wordt duidelijk gemaakt met een woord/uitleg die hij
van de Heer had ontvangen:
Vergl.:
1 Tess 4
13 Doch
wij willen u niet onkundig laten, broeders wat betreft hen, die ontslapen,
.....
15 Want
dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, 16 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; 17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht,
Als hier niet de opname wordt bedoeld, maar
het oordeel op de jongste dag, klopt het niet dat ze er van onkundig waren. De opstanding en het oordeel op de jongste dag was namelijk iets wat in het OT
wel bekend was. Zie hiervoor:
Jes 26,19
Herleven zullen uw doden – ook mijn lijk –, opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van licht; en de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven.
En de geschiedenis van de opwekking van Lazarus:
Luc 11
23 Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal opstaan. 24 Marta zeide tot Hem: Ik weet, dat hij zal opstaan bij de opstanding ten jongsten dage.
quote:
Ik heb nog enkele punten waaruit blijkt dat het in 1 Tes 4 niet gaat over een opname van gelovigen.
1. Het woord harpazoo kan 'roven' of 'wegvoeren/-rukken' betekenen (NBV: wegvoeren). De passieve vorm wijst op een ingrijpen van God. Maar er hoeft niet dwingend gedacht te worden aan een plotseling in het niets verdwijnen o.i.d. Wat Paulus bedoelt te zeggen, is dat de gelovigen plotseling met de wolken de lucht in zullen worden gevoerd. Paulus zegt op dit punt niets over hoe het dan zal vergaan met de goddelozen, maar daar komt hij een paar verzen later op terug. In 5,1 merkt hij eerst op dat tijd en uur van dit gebeuren niet nodig zijn te weten. Maar de goddelozen worden dan plotseling getroffen door de ondergang (5,3) op de dag van de Heer (5,2; oordeelsdag). Dus de geschiedenis gaat niet door, maar stopt. Hierop wijst ook het eschatologische bazuin-/ramshoornsignaal.
Wat betreft het op één dag vallen (bij wijze van spreken) van de gebeurtenis aan het eind van hoofdstuk 4 en wat er staat in hoofdstuk 5, dat is iets wat niet vanzelfsprekend is. In de bijbel wil iets wat achter elkaar genoemd wordt, niet altijd zeggen dat de genoemde dingen
onmiddelijk na elkaar zullen gebeuren. Hier kan best een bepaalde tijd tussen zitten. Vergelijk de tekst uit jesaja waar staat:
Jes 9,5
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Micha 5
1 En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. 3 Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, 4 en Hij zal vrede zijn.
Dit als twee voorbeelden waar duidelijk is dat de gebeurtenissen die bescgreven worden, niet
onmiddelijk op elkaar volgen.
quote:
En zou Paulus het in 2 Tes 1,7b-10 ergens anders over hebben dan in zijn eerste brief? 6 God is inderdaad rechtvaardig: hij zal uw onderdrukkers straffen met onderdrukking 7-8 en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt hij in een vlammend vuur en omringd door engelen, door wie hij zijn macht manifesteert; dan straft hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. 9 Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit. 10 Op die dag komt hij om te worden geprezen door al de zijnen, om te worden geëerd door allen die tot geloof gekomen zijn – ook door u, want u hebt ons getuigenis aangenomen.
Ik denk het wel.

Als Jezus weerkomt hier in dit gedeelte, is dat een duidelijk waarneembaar gebeuren. Dan is hier toch niet het geval dat er gelovigen Hem tegemoed gaan. Allen zullen de gelovigen zien en de conclusie trekken:
zij horen bij de Heer die hier terugkomt.
Dit is de verschijning van Jezus met ons aan zijn zijde zoals je kunt lezen o.a. in:
Kol 3,4
Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is,
zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.quote:
2. Het woord apantêsis, 'ontmoeting', is een woord dat speciaal voor het onthalen van hoogwaardigheidsbekleders wordt gebruikt. Soms betekent het zelfs 'escorte'. Een voorbeeld van zo'n onthaal vinden we bij Fl. Josefus:
Now Alexander, when he had taken Gaza, made haste to go up to Jerusalem; (...) whereupon God warned him (Jaddua) in a dream, which came upon him after he had offered sacrifice, that he should take courage, and adorn the city, and open the gates; that the rest should appear in white garments, but that he and the priests should meet the king in the habits proper to their order, without the dread of any ill consequences, which the providence of God would prevent. (...) According to which dream he acted entirely, and so waited for the coming of the king. (...) And when he understood that he was not far from the city, he went out in procession, with the priests and the multitude of the citizens. (..) Alexander, when he saw the multitude at a distance, in white garments, while the priests stood clothed with fine linen, and the high priest in purple and scarlet clothing, with his mitre on his head, having the golden plate whereon the name of God was engraved, he approached by himself, and adored that name, and first saluted the high priest. (...) And when he had given the high priest his right hand, the priests ran along by him, and he came into the city. And when he went up into the temple, he offered sacrifice to God, according to the high priest's direction, and magnificently treated both the high priest and the priests.
Ook heel belangrijk is Mt 25:
1 Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. 2 Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. 3 De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. 4 De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. 5 Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. 6 Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet (exerchesthe eis apantasin).”
Vergelijk ook Hand. 28,15. Dit alles brengt mij tot de conclusie, dat het in 1 Tes 4 niet gaat om een opname zodat de gelovigen niet meer op de aarde zijn, maar juist een onthaal van de Messias door de gelovigen, zodat zij voor altijd met hem op de aarde zullen zijn.
Waarom gaan ze Hem dan tegemoet
in de lucht en zo zullen wij altijd met de Here wezen?
Dat is hiermee in tegenspraak.
quote:
Dat past veel meer in het Bijbelse denkpatroon. (Vergelijk nl. ook de intocht van David en die van Jezus.)
Ik zie de gemeente als de bruid van Christus met een
hemelse plaats en hemelse roeping2 Kor 5,1
Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij
een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis.
Fil 3,20
Want
wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten,
Zij zal als bruid van Christus 'naast' Hem staan als Hij weerkomt en wij zullen Hem dan ook niet als de Koning onthalen, maar als de bruidegom. Israel zal Hem als Koning onthalen als Hij verschijnt in heerlijkheid. En zij zullen
de aardse onderdanen zijn waarover Hij en wij zullen regeren. (Al kan ik me in de verste verte nog niet indenken hoe dat voor ons zal zijn)
Zach 14,
3 Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; 4 zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; 5 en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda.
En de HERE, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.En dit zie je ook terug in Op. 19
11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig,
en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. 12 En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. 13 En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods. 14
En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen.Wij zijn er al bij als Hij terugkomt.....dat wilde ik ermee zeggen. Wij verschijnen met Hem, wij oordelen met Hem en wij regeren met Hem. En dat is een andere positie dan op datzelfde moment opstaan, en Hem tegemoed gaan in de lucht. Dat is niet te rijmen.