quote:
Prikkel schreef op 15 februari 2006 om 09:55:Priscilla en Aquila,
Je brengt een belangrijk element in: geloof waardoor je deel krijgt aan het lichaam van Christus. Het is helemaal waar dat je door geloof zelf ook beseft dat je deel bent van het lichaam van Christus.
Al doe ik nu misschien heel erg truttig, moet ik toch zeggen dat je door geloof niet alleen
ook beseft dat je deel hebt aan het lichaam (dat klinkt namelijk alsof je wil zeggen: we hebben deel aan het lichaam door
heiliging o.i.d. zoals je onderaan deze reactie zegt, en
door geloof besef je dit zelf ook.)
M.i. is dit niet wat de bijbel zegt over geloof.
Geloof is niet primair het
besef dat je bij het lichaam hoort, dat geloof in Jezus
maakt dat je deel wordt van het Lichaam.
Het is dus niet
geloof in het 'deel van het lichaam zijn' dat je deel maakt van het Lichaam - er zullen zat gelovigen zijn (misschien) die deze waarheid niet zo kennen; al geloven deze mensen niet in het feit dat ze deel zijn van het Lichaam van Christus - als ze in Christus geloven
is het wel zo.

Beetje omslachtig geformuleerd. Ik hoop dat je begrijpt wat ik probeer te zeggen.

En als je het misschien niet zo bedoeld hebt zoals ik het nu lees, beschouw het dan maar als niet geschreven.
quote:
Toch gaat dat hier niet op, denk ik. Uit het redebeleid van Paulus blijkt al dat de mensen daar de kracht van de handelingen aan tafel niet goed begrijpen. De Korintiërs eten van twee walletjes: enerzijds Christus en anderzijds de demonen (I Kor. 10,18-22). Het eten van brood en het drinken van wijn in de maaltijd gewijd aan Christus maakt je één met Hem; het eten en drinken in de maaltijd gewijd aan demonen maakt je één met zo'n demon. Dat kan niet.
Dit wordt zo benoemd in de NBV: het eten van het brood en het drinken uit de beker
maakt je één met Christus.
Hierdoor kom je dan idd op de conclusie dat het om de handeling gaat. Dan is het puur een ritueel.
De NBG zegt het anders (en ook de SV zegt het op die manier):
1 Kor. 10
16 Is niet de beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken,
een gemeenschap met het bloed van Christus? Is niet het brood, dat wij breken,
een gemeenschap met het lichaam van Christus?Door de rest van de bijbelse waarheden in het NT uitgelegd, zou je toch moeten weten dat je niet kunt zeggen: eet maar van het brood en drink uit de beker, en je zit 'gebakken'....
En de term
een gemeenschap met het bloed/het lichaam is mischien iets waar je even over na moet denken.
- Als je gelooft, eet en drink je van het Avondmaal. Dat moet toch het uitgangspunt zijn anders draai je de zaken om.
- En daaruit volgt dat
een gelovige die deel neemt aan het Avondmaal, gemeenschap heeft met het bloed en het lichaam van Christus.
quote:
Dat geeft het eten en drinken op zichzelf een sterke betekenis! Daar zouden we nu eens over moeten nadenken: het eten en drinken zelf krijgt een krachtige betekenis, niet alleen pas door geloof!
Dus ongelovigen/'naam'christenen krijgen deel aan Christus door het eten van het brood en drinken uit de beker? Dat kan natuurlijk ook niet.

Niet alleen pas door geloof is een zinnetje wat er bij mij niet in gaat. De bijbel staat vol van: alleen door geloof. (sola fide, toch?)
quote:
Verder is van belang om bij het begrijpen van het beeld van het ene lichaam het hele hoofdstuk te betrekken. Hst. 10 begint namelijk met een grote nadruk op 'allen' die deel hadden aan de geestelijke gaven van God tijdens de woestijnreis van Israël. Christus was toen voedingsbron voor het hele volk. Tot 4x toe valt daar het woord 'allemaal' (10,1-5)! Daar hoorden de kinderen echt helemaal bij. Toch werden de meesten van het volk afgewezen, omdat ze God niet toegewijd waren (10,6-11).
Het is een waarschuwing, natuurlijk mee eens.
Israel was het natuurlijke volk van God, en daaruit volgt dat ze allemaal als natuurlijke leden van dat volk erbij hoorden. Het ' allen' was daar ook allen. Inclusief kinderen. Die waren netzo geboren in Gods volk als hun ouders dat ook waren.
En hoewel ze als geestelijke uitleg in het NT, allen de geestelijke drank dronken in de woestijn, waren ze toch niet allemaal welgevallig voor God. En dat komt omdat er bij die natuurlijke geboorte en horen bij Gods volk,
ook nog werd verwacht dat er geloof bij zou komen.
Zo kun je als ongelovige die uiterlijk bij de Gemeente/de kerk hoort, aan het Avondmaal gaan en uit de beker drinken, het brood eten, dan heeft God toch geen welgevallen aan je.
Dat is de parallel die ik nu even zou leggen bij dat eerste gedeelte van 1 kor. 10.
Een ongelovige Israeliet was wel een Israeliet maar zou zoch niet door God aangenomen worden. Als een israeliet dood gaat, zal God ook niet vragen: was je een Israeliet, maar: geloofde je in Mij - de God der Vaderen.
Zie: bv
Rom 11,20
Goed! Zij zijn
om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees!
quote:
Dat oordeel dat over Israël is gekomen, dreigt ook te komen over de Korintiërs. Daarom moet de gemeente dit gebeuren goed tussen de oren knopen. Vers 15 zou je kunnen opvatten als een toespreken van volwassen mensen, maar in een eerdere post in dit topic heb ik al aangegeven dat dat onwaarschijnlijk is (20 dec. 2005, ook in reactie op jou). Vanaf ver 16-22 krijg je dan de doorwerking naar het heden van de Korintiërs: het is weer Christus die daar zijn gemeente voedt en 'allen' (vs 17) voedt met brood en wijn. De gemeente als totale gemeente, oud en jong wordt hier aangesproken. Het is immers in de waarschuwing in vers 11 niet aannemelijk dat daar de kinderen buiten gehouden moeten worden! En zo krijgt het woord 'allemaal' uit 10,1-4 zijn natuurlijke pendant in de 'allen' van de gemeente te Korinte.
Ik zou zeggen: zijn
geestelijke pendant in ' allen'.

In vers 11 wat je aanhaalt, staat dit:
1 Kor. 10
11 Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.
Dit gold voor de geborenen in het volk van God. En zo kun je dit doortrekken naar de geborenen in het NT-volk van God: zie Johannes 3: Jullie moeten opnieuw geboren worden uit water en Geest.
Ef 3,17
opdat Christus
door het geloof in uw harten woning make.
quote:
Er is nog iets dat ik hier wil aangeven, al is het voor een deel een herhaling van een eerdere post. In I Kor. 1,9 wordt de hele gemeente opgeroepen de eenheid met Christus vorm te geven. De gemeente wordt in 1,2 niet neergezet als gemeenschap van gelovigen, maar van heiligen (geheiligd door Jezus, geroepen om heilig te zijn). Het criterium om de eenheid met Christus te zoeken is dus de geschonken heiliging in Christus Jezus. Bij de roeping om heilig te leven hoort het vormgeven aan die geschonken heiliging. De geschonken eenheid door Christus vraagt om eenheid van de gemeente met Hem (en met elkaar!).
Mee eens. Gelovigen zijn ook geheiligd in
Christus. Wij hebben een apart gezette positie als gelovgen van de ongelovigen.
quote:
In 7,14 wordt helder aangegeven dat de kinderen van gelovige ouders 'heilig' zijn. Die horen er dus helemaal bij. Ik vind het opvallend dat in 10,17 diezelfde terminologie als in 1,9 staat: eenheid met Christus. Waar men toe opgeroepen wordt, wordt aan het HA vormgegeven!
Er staat dat de kinderen heilig zijn. Maar hoe staat dat er precies? En wat wordt er bedoeld./ Want heilig betekent gewoon" apart gezet. En wat wordt dan bedoeld: elheiligd van de wereld of van de zonden of geheiligd om in het koninkrijk te leven. Zo zijn ongelovige partners geheiligd door hun vrouw/man die wel gelovig is.
1 Kor. 7
14 Want de ongelovige man is geheiligd in zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd in de broeder. Anders zouden immers uw kinderen onrein zijn, doch nu zijn zij heilig.
De kinderen zijn heilig = apart gezet, maar niet omdat ze gelovig zijn en dus in Christus geheiligd zijn, maar
omdat ze opgroeien in een gezin met gelovige ouders En is één van de ouders ongelovig, is die geheiligd = apartgezet, omdat hij/zij een gelovige partner heeft. Dit betekent niet dat de ongelovige partner behouden is, omdat zijn man/vrouw die wel gelovig en dus gered is.
Geheiligd betekent dus niet automatisch: gered.
quote:
Daarom ook blijf ik bij mijn opvatting van het éne lichaam door het eten en drinken van brood en wijn. Niet door geloof, maar door geschonken heiliging wordt iedere heilige geroepen om aan het avondmaal deel te nemen en zo de eenheid met Christus vorm te geven. In de gereformeerde theologie krijgt het verbond dan een belangrijke plaats: gelovige ouders mogen hun gedoopte (en dus geheiligde) kinderen meenemen naar de tafel.
En die heiliging kun je dan weer verliezen? Want helaas niet elk kind komt tot geloof. Maar dat is dan geen punt want we hebben de heiliging geschonken gekregen.

Ik kan niet begrijpen hoe je het geloof zo op het tweede plan zet.
Zie de tekst uit romeinen over het ongeloof van de natuurlijke takken en het geloof. En bijvoorbeeld:
zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn.
En deze;
Hand 26,18
om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en
een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.Je schreef ergens dat je
inmiddels dit hoofdstuk anders bent gaan lezen.
Hoezo dan? (Of heb je dat al gezegd ergens in dit topic - er zal een reden zijn voor je veranderde inzichten)