quote:
Ik weet niet of we hetzelfde verstaan onder "gebaseerd op". Misschien is "beïnvloed door" beter.
Er kunnen dan in ieder geval twee ontwikkelingen gereconstrueerd worden:
1. Preekdienst (ME: pronaus) -> Zwingli -> Farel -> Calvijn (Geneve) -> Datheen -> Nederland
2. Dienst van Woord én sacrament (oude kerk) -> Calvijn (Straatsburg, Institutie) -> X
Het lijkt erop dat 2 de "ware" Calvijn is. In Geneve was hij aan alle kanten gebonden vanwege de voortdurende machtstrijd met het stadsbestuur. Hij kon zijn ideaal van een wekelijkse avondmaalviering niet verwezenlijken en werd daardoor gedwongen een aparte Woorddienst te creëren (lijn 1 - waar we dus nog steeds de gevolgen van ondervinden; Datheen vertaalde het Geneefse dienstboek).
quote:
Maar typerend voor de pronaus is o.a. dat de wetslezing, net als de geloofsbelijdeni, achteraan staan als catechetische onderdelen, dus met een opvoedkundig doel.
In de gereformeerde liturgie hebben die een andere plaats, namelijk aan het begin.
Dus niet "opvoedkundig"? In Straatsburg laat Calvijn de wet
na de Schuldbelijdenis en genadeverkondiging zingen(!). Als regel der dankbaarheid.
Waar baseer je eigenlijk op dat het uitspreken van de geloofsbelijdenis (in eerste plaats?) een opvoedkundig doel heeft? Daar ben ik benieuwd naar.
En waarom volgt er in de pronaus na de wet een schuldbelijdenis (iig volgens de orde van Surgant - 1502)? Dat is toch niet nodig als het puur catechetisch bedoeld is?
In de Institutie staat de decaloog trouwens niet, in Calvijns Geneefse dienstboek staat de decaloog ook niet (hoewel er wel gegevens zijn dat deze (na 1546) tijdens avondmaalsdiensten gezongen werd).
De bewering dat Calvijn de wet een plaats gaf in de liturgie is dus hoogstens een halve waarheid. Hij deed dit alleen in zijn Straatsburgse publicaties.
In ieder geval kun je constateren dat het geen wet van meden en perzen was dat de wet gelezen moest worden in de kerkdienst. (Daar ging het eigenlijk om

).
De bewering dat de verschuiving van de decaloog van achterin naar voorin de dienst, ook een verandering van functie impliceert, mag nog wel onderbouwd worden.
Die verschuiving is trouwens niet eens typisch reformatorisch. Farel plaatst de decaloog+schuldbelijdenis achterin de dienst (Geneve 1533).
quote:
En dan een mis gezuiverd van de offergedachte? Hoe kan dat, je dan gewoon niets meer over.
Hangt dat er niet vanaf welke betekenis je aan de woorden "mis" en "offergedachte" toekent?
Volgens Martin Bucer kon het in ieder geval wel: "Wij houden het avondmaal als een gedachtenismaaltijd aan de dood van onze Here en in geen enkel opzicht als een offer van Zijn lichaam en bloed. Wij houden het zonder opheffing (elevatie) van het brood en van de kelk en ook niet anders, dan wanneer het door meerderen wordt ontvangen. Daartoe behoeft de priester niet een bijzonder kleed, zoals men een koorrok noemt, een alba, stola, etc. en ook geen andere gebaren, dan die in het Woord worden voorgeschreven." (In:
Grund und ursach auss gotlicher schrifft der neüwerungen an dem nachtmahl des Herren, [...]; Vert: T. Brienen in:
De liturgie bij Johannes Calvijn, p.55)
Dit lijkt me toch een "gezuiverde" mis. Waarom gaat Bucer anders beschrijven wat hij allemaal
niet doet. Dat heeft alleen zin als dat elders (in de RK-kerk)
wel gebeurt en als je je daar tegen wil afzetten. En Bucer is niet de enige die dit doet. De mis en het reformatorische avondmaal hebben dus zeer veel met elkaar te maken.
quote:
Als je namelijk terug gaat naar het ontstaan van de mis, dan kom je terecht in de vierde eeuw, vooral bij Cyrillus van Jeruzalem. Daar kreeg deze liturgie zijn vorm, juist als een offerdienst. Het is een liturgie waarin het kerkvolk steeds verder optrekt om steeds dichter bij God te komen, om een offer te brengen. Hoogtepunt is daarin de eucharistie, als herhaling of representatie van Christus' offer. (Ik durf het geen avondmaal te noemen, dat is essentieel iets anders).
Dat er een directe lijn van de eucharistie naar het avondmaal loopt lijkt me evident. Het is natuurlijk essentieel iets anders, maar dat essentiele verschil is nu juist het gevolg van de "zuivering" van de Reformatoren. En wat er in de loop van de geschiedenis allemaal aan opvattingen over de mis gegroeid is, is niet van belang voor de reformatoren. Deze wilden terug naar de oude kerk. De liturgische twee-eenheid Woord+Sacrament is ouder dan de vierde eeuw.
Die gezuiverde mis is dus iets reformatorisch. En daar kunnen we best wat mee gaan doen.
p.s.
Mijn kennis hiervan is voornamelijk ontleend aan de studie van T. Brienen:
De liturgie bij Johannes Calvijn (Kampen 1987). Als jij andere/betere bronnen kent, houd ik me aanbevolen.