quote:
harrynr6 schreef op 19 september 2005 om 23:57:Tzal wel geen nieuwe vraag zijn, en ik heb niet uitputtend het hele forum doorgezocht, maar dit is wel een dringende vraag van mijn kant:
Ik begrijp echt niet hoe in ons doopformulier kan staan " Omdat nu de doop in de plaats van besnijdenis is gekomen.......enz met een verwijzing naar Kolossenzen 2
In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt."
Probleem :Het afleggen impliceert de daad van een denkend gelovig mens, en dus niet van een baby....hoe kan zo'n tekst nou gebruikt worden als argument voor de KINDER doop. Dat lijkt me ONJUIST. En eigenlijk wordt ik op het verkeerde been gezet. Laat ik het naar netjes zeggen: ik raak hierdoor behoorlijk in verwarring. WIE LEGT MIJ DAT EENS HELDER UIT.
En ik hoop dat ze over deze formulering nagedacht hebben bij het opstellen van een nieuw formulier.
Graag reactie.
Opvallend is dat in het besluit van hand 15 (besnijden van niet joden) niet de doop genoemd, laat staan bevolen wordt als besnijdenis-vervangend ritueel. En ook valt niet te lezen dat voor de kerk uit de joden de besnijdenis een afgedane zaak is. Zou bij het ‘hunner zijn de verbonden’ (Rom. 9:4) ook aan het verbondsteken gedacht mogen worden?
Opvallend is ook dat Paulus - toch onverdacht in zijn verzet tegen het (her)invoeren van de besnijdenis - kennelijk zonder enig gewetensbezwaar Timotheüs, zoon van een gelovige (!) joodse (!) vrouw heeft besneden (Hand. 16:1-3). Kennelijk wordt deze besnijdenis niet in strijd geacht met de heilsbetekenis van Christus. Maar een andere medewerker - Titus (een Griek!) - besnijdt hij niet.
De enige tekst waarin woordelijk een relatie wordt gelegd tussen besnijdenis en doop is Coloss 2:11,12. En hoewel die gehanteerd wordt als klassiek bewijs voor het ‘in plaats van’ (doopformulier)is het zeer de vraag of het daar zo rechtstreeks staat.
Paulus is bezig de (onbesneden) gelovigen te Colosse in bescherming te nemen en ook te waarschuwen voor mensen die menen dat ze daar in Colosse wat méér moeten hebben of doen: u hébt de volheid in Christus verkregen (vs. 10). In Hem komt u niets te kort. En waarom niet? In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. 12 Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt.’
Duidelijk is dat Paulus spreekt in vergelijkende (niet in vervangende) termen. De besnijdenis, die aan de Colossenzen voltrokken is, is méér dan het wegnemen van enkel een deel van het lichaam. Het is ‘afleggen van het lichaam des vlezes’. Dat houdt in dat een mens radicaal is afgesneden, bevrijd, van het zondige bestaan: van zichzelf, van de macht en de schuld van de zonde en van het oordeel daarover. Hij is overgegaan tot een nieuw bestaan: van verlossing, van leven in Gods gemeenschap en van dienst aan Hem en aan de gerechtigheid. Dat is niet door mensenhanden geschied. Dat is kracht en een geschenk van God.
Het betekent dat men door de Heilige Geest en het geloof mag delen in het heilswerk dat Christus door kruis en opstanding heeft verricht en verworven. Dát is ‘verkregen volheid’: je mag volop delen in alle heil, je hoort er helemaal bij. Daarmee is de besnijdenis vervuld.
Dat wil niet zeggen afgeschaft, maar in haar diepste bedoeling aan het licht gebracht. Wat binnen Israël gold (en geldt) en daar door de besnijdenis betekend en verzegeld wordt, geldt nu ook daarbuiten en wordt door de doop betekend en verzegeld. En de zaak waar het om gaat, deelhebben aan het heil, is in geen van beide gevallen ‘werk van mensenhanden’, maar genadewerk van God.
Op basis van het hierboven gestelde zou ik willen pleiten om het doopformulier aan te passen in de trant van: ‘zoals in het oude verbond de kinderen besneden worden, zo worden ze in het nieuwe verbond gedoopt’. Hier zijn vijf redenen voor.
1. Zo spreekt Paulus ook vergelijkenderwijs in Col. 2. Maar het ‘in plaats van’ als vervanging en afschaffing vindt in het N.T. twijfelachtige steun.
2. Ook om alle schijn van vervanging - de kerk in plaats van Israël - te voorkomen.
3. Omdat de betekenis en inhoud van de besnijdenis wel hetzelfde is als is in de doop maar in de vorm, de bediening, is er verschil.
4. Ook omdat de besnijdenis alleen aan jongetjes gegeven werd. Als er echt sprake is van een vervanging dan is het op zijn minst opmerkelijk dat daar de meisjes nu ook bij betrokken worden. Dat de meisjes in het OT geen teken kregen en in het NT wel lijkt me te maken te hebben met de rol van de vrouw. In het nieuwe verbond heeft de vrouw een grotere vrijheid.
5. En tenslotte omdat de besnijdenis nog steeds door de Joden wordt toegepast op de 8e dag. Ook door gelovigen joden. Het is hun identiteit. Stellen dat de besnijdenis heeft afgedaan komt in feite neer op afwijzing van de gelovige jood. (zou Paulus daar nou niet het “niet verheffen boven de takken” mee bedoelen in de vergelijking van de olijfboom?) (Rom 11:18)