quote:
Het project voor de NBV is van start gegaan in 1989 als ik het goed heb, en de eerste resultaten zijn er sinds 1993, dus het is onzin dat de GKv al vijfentwintig jaar bezig zijn met de NBV. Dat de synode van Arnhem in 1981 al uitsprak dat we behoefte hebben aan een modernere vertaling is wat anders en staat naar mijn idee volkomen los van de NBV. Vanuit deze behoefte is de NBV natuurlijk wel een bijbelvertaling waar goed naar gekeken moe(s)t worden, maar dat geldt naar mijn mening voor allerlei vertalingen die verschijnen.
quote:
Procedureel
De snelle reactie van de GKV op het verschijnen van de NBV is minder merkwaardig wanneer men weet dat de 'vrijgemaakten' al 25 jaar actief hebben uitgezien naar een eigentijds en ook beter alternatief voor de 'Nieuwe Vertaling' van 1951 (NV-51). Reeds in 1981 (GS Arnhem) werden daarom Deputaten Bijbelvertaling aangesteld, die nieuwe ontwikkelingen op dit gebied nauwgezet moesten volgen.
Het feit dat we 'actief hebben uitgezien naar een eigentijds en ook beter alternatief voor de 'Nieuwe Vertaling' van 1951 (NV-51)' betekent toch niet dat we dus de NBV maar moeten omhelzen? Dit is veel te simpel gesteld, en de vraag komt dan ook bij me boven: hoe objectief hebben Deputaten deze vertaling beoordeeld?
quote:
Toen het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) zijn plannen voor een nieuwe bijbelvertaling bekend maakte, kregen deze deputaten van de Generale Synode (Leeuwarden 1990) opdracht dit project kritisch te volgen. Dat is gebeurd: vanaf het formuleren van de allereerste uitgangspunten en vertaalprincipes zijn de deputaten daarover door het NBG geïnformeerd. Zij konden hun commentaar geven en hebben daarover aan de opeenvolgende synoden gerapporteerd. Lang voordat de NBV in de winkel lag, kregen de deputaten inzage in alle proefvertalingen en in veel toelichtend materiaal daarbij. Geen enkel ander kerkgenootschap heeft zo'n betrokkenheid getoond bij het ontstaan van de NBV, en zo actief geanticipeerd op de verschijning ervan.
Hier wordt verdedigd dat we als kerkgenootschap al heel lang bezig zijn geweest met de NBV, maar daarin vergist mevr. Kuijper-Versteegh zich. De Deputaten zijn al wel zo lang betrokken geweest bij de NBV maar het gewone kerklid niet! Die is er pas sinds het verschijnen mee in aanraking gekomen en sommigen nog later, namelijk pas op het moment dat de kerkenraad besloot om de NBV in de liturgie te gaan gebruiken. Veel gemeenten zijn bijv. pas 1 januari dit jaar 'overgestapt'.
quote:
Inderdaad: de synodale besluitvorming over het aanvaarden van de NBV verliep vlot. Maar ze was gebaseerd op jarenlang onderzoek, en op een rapport dat naast veel positieve punten ook tal van kritische noten bevatte: een eerste bijdrage voor de geplande revisie van de NBV was daarmee vanuit de GKV aangedragen. Het rapport is in handelseditie voor breed publiek uitgegeven (De Bijbel als nieuw, Franeker 2005,
www.wijnkuijp.nl). Wie het leest, kan concluderen dat de kwesties die beide predikanten aandragen niet onopgemerkt gebleven zijn, dat er nog heel wat kwesties aan toe te voegen zijn, maar dat de eindbalans positief uitviel.
Ik ken dit rapport in de oorspronkelijke vorm zoals het op de synode is besproken. En inderdaad wordt er kritiek geleverd, en valt de balans wat Deputaten betreft positief uit. Maar ik heb nog best wel wat vragen nav dit document en ook vragen mbt de besluitvorming. Het komt mij voor dat het oordeel van Deputaten door de synode vrijwel klakkeloos is overgenomen, en ik vraag me dan ook ernstig af of de synodeleden wel zelf de NBV al hadden gelezen.
Wat me bijv. opvalt in het rapport van Deputaten is dat de ze NBV beoordelen op de vertaalprincipes van ... de NBV! Dat lijkt heel sterk op kijken of de vertalers zich hebben gehouden aan hun eigen vertaalprincipes. Maar dan is bijna iedere vertaling goed te keuren. Ik overdrijf misschien, maar wat ik bedoel is: wij als kerkgenootschap moeten een vertaling beoordelen op principes die wij als kerk zelf bepalen. Dat moet onze keuze voor een vertaling, die kerkbijbel (!) moet worden, bepalen!
Nu geloof ik best dat er enkele principes bekend waren, bijv. de begrippen 'zorgvuldig en betrouwbaar', maar hoe gedetailleerd zijn deze begrippen gedefinieerd?
quote:
Weerbarstigheid
De inhoudelijke kritiek van Van den Brink en Van der Sloot op de NBV geldt vooral het gebrek aan letterlijkheid of 'concordantie' van deze vertaling. Daardoor zou de eigenheid en weerbarstigheid van de bijbeltekst geweld zijn aangedaan. Nu levert een formeel-equivalente (woord-voor-woord) vertaling inderdaad een lastig leesbare tekst op. Die weerbarstigheid is echter geen eigenschap van de brontekst, ze wordt er juist in het vertaalproces aan toegevoegd. En andere eigenschappen van de brontekst, zoals stijl, niveau, overtuigingskracht en ook betekenis, kunnen door zo'n vertaling juist verduisterd worden. De grote verdienste van de NBV is dat zij de tekst als een geheel benadert. Daardoor komen vorm en inhoud veel duidelijker door dan in een min of meer concordante vertaling als de NV-51. Overigens: we hebben het hier dus over de keuze voor een vertaalmethode, een discussie die al jaren geleden gevoerd is. Een paar synodes geleden besloten de GKV al dat de niet-concordante methode van de NBV wel degelijk een 'zorgvuldige en betrouwbare' vertaling zou kunnen opleveren.
Hier ben ik het niet mee eens, neem bijv. de Naardense bijbel (zie ook
http://naardensebijbel.nl) of de Herziene Statenvertaling (
www.herzienestatenvertaling.nl). Dat zijn vertalingen die dichter bij de grondtekst blijven dan de NBV en tegelijk goed leesbaar zijn (de HSV meer dan de Naardense, die ook heel sterk de woordvolgorde van de grondtekst volgt).
De uitspraak van een synode dat 'de niet-concordante methode van de NBV wel degelijk een 'zorgvuldige en betrouwbare' vertaling zou kunnen opleveren' betekent toch niet dat we dus alle vertalingen die op grond van zo'n vertaalmethode gemaakt worden goed moeten keuren? De synode heeft namelijk gezegd dat zo'n vertaalmethode 'een 'zorgvuldige en betrouwbare' vertaling zou
kunnen opleveren'. Dat ontslaat je dus niet van het ook daadwerkelijk controleren van zo'n vertaling. En dan kan het oordeel van de NBV best zijn: Zorgvuldig en betrouwbaar? Tja, maar mischien niet genoeg.
quote:
Natuurlijk kan de tekst van de Bijbel weerbarstig zijn, in meer dan een opzicht. Weerbarstig is bijvoorbeeld het feit dat het Nieuwe Testament het Oude Testament niet altijd 'letterlijk' citeert. Van den Brink en Van der Sloot noemen enkele oudtestamentische teksten die altijd messiaans zijn geïnterpreteerd, en stellen dat daar in de NBV 'simpelweg voor alternatieve vertalingen is gekozen'. Maar zo simpel was dat niet. Wie de genoemde teksten bestudeert, ziet dat nieuwtestamentische verwijzingen daar niet naadloos op aansluiten. De NBV-vertalers hebben deze weerbarstigheid niet verhuld door teksten naar elkaar toe te vertalen (bijvoorbeeld Deuteronomium 18:15vv en Jesaja 7:14).
Ik ga even in op Deu 18:15vv. Het probleem daarmee is dat er in de grondtekst een woord staat in het enkelvoud (er staat eenvoudigweg 'profeet', zonder lidwoord), maar dat dit niet gebonden is aan een enkele persoon. De belofte daar gaat inderdaad over meerdere profeten die God zal sturen, in de zin van: telkens weer zal God spreken door middel van een profeet. Tegelijk blijft overeind staan dat het verwijst naar de messias als de volledige vervulling van deze belofte. Naar mijn mening gaat de NBV hier te ver met het verduidelijken van de tekst door een enkelvoudig woord in de grondtekst te vertalen met een meervoud. Daardoor wordt het zicht op de messias teveel ontnomen. Tegelijk geldt dit andersom ook, dan kan het zicht op de meerdere profeten worden ontnomen. Toch zou ik dan voor het enkelvoud kiezen en ervoor kiezen om in een kanttekening/voetnoot uit te leggen dat het niet uitsluitend over de messias gaat. Nu is er zelfs geen voetnoot.
quote:
Het woord 'nageslacht' of 'zaad' in Genesis 3:15 is ook in het Hebreeuws een collectief begrip: het is grammaticaal enkelvoudig, maar heeft een meervoudige betekenis. Men heeft dit begrip dan ook eeuwenlang niet alleen op de Messias betrokken, maar ook op het volk Israël en op de kerk. Het feit dat Paulus deze tekst op Christus betrekt, mag voor ons voldoende zijn; vertalers hoeven die geïnspireerde uitleg niet een handje te helpen.
Het punt is niet het woord nageslacht of zaad, maar het woord dat gebruikt wordt om ernaar te verwijzen: hen ipv het of dit. En dat verwijswoord is in de grondtekst wel degelijk enkelvoud. Hier geldt een beetje hetzelfde als met Deu 18: door de keuze van de vertalers wordt ons het zicht op de messias naar mijn idee teveel ontnomen.
quote:
De NBV-vertalers hebben moeilijke teksten niet vanuit de 'regel des geloofs van de kerk der eeuwen' willen gladstrijken. Een aantal teksten in de NBV lijkt daardoor misschien minder dan voorheen bewijsgrond te bieden voor leerstukken uit de gereformeerde belijdenis. Maar andere teksten ondersteunen de belijdenis juist beter dan in NV-51. Zie bijvoorbeeld Marcus 1:1, Johannes 1:18, 2 Timoteüs 3:16 en 1 Johannes 5:20.
Het is volgens mij te kort door de bocht om van gladstrijken te spreken. Als het legitiem is dat de NBV kiest voor alternatief B, dan is het ook legitiem dat bijv. de Statenvertaling, de NBG, de Willibrord, en de Naardense Bijbel kiezen voor alternatief A. Ja, de NBV staat wat betreft dit soort moeilijke teksten vaak alleen wat betreft de vertaling die ze geven.
quote:
Herzien
Van den Brink en Van der Sloot pleiten voor de Herziene Statenvertaling (HSV), waaraan volgens hen 'vanuit kerken uit de gereformeerde gezindte' zou worden gewerkt. Een aantal 'hertalers' is inderdaad bezig met een modernisering van de Statenvertaling, maar zij doen dat op persoonlijke titel en zeker niet 'vanuit de kerken' waarvan zij lid zijn. De beoogde doelgroep heeft tot nu toe zeer terughoudend gereageerd. Ik ken die doelgroep: ik ben als 'gereformeerde bonder' geboren en getogen. Maar ik ken geen kerkgenootschap dat collectief de HSV zal aanvaarden. Bovendien geven de makers van de HSV, in tegenstelling tot het NBG, weinig openheid over hun vertaalmethode. Dat maakt het heel moeilijk deze vertaling te zijner tijd op haar uitgangspunten te beoordelen.
Hierboven gaf ik het ook al aan. Het gaat er mijns inziens niet om een vertaling op
haar uitgangspunten te beoordelen, maar op uitgangspunten die wij als kerk zouden moeten vaststellen. Het gaat dus uiteindelijk om het resultaat, en niet om de manier waarop dat resultaat behaald wordt. Ik vindt het te gek voor woorden als de HSV wordt afgewezen omdat er weinig openheid is. Laat die HSV nu maar doorgaan, lees mee, stuur kritiek op (daar wordt wat meegedaan!), wacht af en beoordeel het resultaat op je eigen uitgangspunten.
quote:
Dan maar uitzien naar een snelle revisie van de NBV? Mag ik nu Van den Brink en Van der Sloot aansporen tot bedachtzaamheid? Er is tijd nodig om een bijbelvertaling op waarde te kunnen schatten. En de vertalers moeten enige afstand krijgen tot hun werk. Daarom doet het NBG er wijs aan, niet direct te beginnen met de revisie. Het verzamelt wel de binnenkomende, al dan niet kritische opmerkingen (ook die van Van den Brink en Van der Sloot) en weegt die serieus. Misschien kan de NBV daar nog beter van worden. Maar laat het nog niet bestaande 'betere' niet de vijand worden van al het goede dat ons nu reeds in de NBV gegeven is.
Ik ben eerlijk gezegd sceptisch. Als een tekst als 2 Tim 3:16 nooit is gereviseerd in de NBG vertaling zullen teksten als Gen 3:15, Deu 18:15vv en vele andere. dan wel worden gereviseerd?