Er is een interessante theorie, ontwikkeld door Luco J. van den Brom (systematisch-theoloog) in zijn boek God alomtegenwoordig (Engels: Divine presence in the world).
Hij betoogt dat God bestaat in een vijf-of-meer-dimensionale ruimte. We kunnen ons dit niet concreet voorstellen, maar het betekent dat God 'overal bij kan' in onze tijd-ruimtelijke wereld (3 ruimtelijke dimensies + tijd = 4 dimensies; als God daar minstens 1 dimensie boven zit, heeft Hij geen last van de tijdruimtelijke beperkingen).
Als dat een aannemelijke voorstelling van Gods alomtegenwoordigheid is, kun je de 'hemel', als plaats waar God speciaal 'woont', wellicht ook in termen van 'een hogere dimensie' opvatten.
Van den Brom legt bv. de hemelvaart van Jezus zo uit, dat Jezus naar de 'hogere' dimensie van God is verhuisd, en vandaaruit nog wel overal op aarde bij kan. In feite beschikt Jezus al na zijn opstanding over die hogere dimensie, vandaar het 'in en uit stappen' tijdens de veertig dagen tussen pasen en hemelvaart.
Als wij na de jongste dag ook in de hemel komen, is dat omdat we evenals Jezus dan een verheerlijkt lichaam krijgen dat deelheeft aan Gods hoger-dimensionale werkelijkheid.
Als je deze theorie volgt, ben je in ieder geval af van het probleem van een wereldbeeld in drie etages (hel - aarde - hemel) dat niet met een wetenschappelijke kosmologie te rijmen is. Dat de bijbel wel doorgaans in termen van zo'n wereldbeeld spreekt, is voor mij geen probleem: hoe kon het toen anders?