Ik heb vrienden
die bewust niet geloven
en hele goede mensen zijn.
Ze hebben nagedacht.
Ze halen ernstige redenen aan
waarom ze niet geloven.
Ze kunnen het Godsbeeld niet aanvaarden
dan het werd voorgehouden.
Ze kunnen het lijden, de ellende
ze zoveel kwaad in de wereld
niet verzoenen met het geloof
in een liefdevolle God.
Sommige menen dat het geloof in God
de vrijheid van de mens in de weg staat
en dus ook de menselijke ontplooiing hindert.
Alle eerbied en waardering
voor deze ongelovige, maar fijne mensen,
die openstaan voor het grote mysterie
van het menselijk leven
en zich voortbewegen in het krachtveld
van een grote liefde voor de mensen.
Gelovigen en ongelovigen
moeten veel begrip hebben
voor elkaar
Ze moeten niet twisten
over het bestaan van God.
Zoals gelovigen geen afdoend bewijs
kunnen leveren voor het bestaan van God,
zo hebben ook ongelovigen geen zinnig
argument om vol te kunnen houden dat Hij niet bestaat.
Gelovigen en ongelovigen, zijn allemaal mensen,
kleine mensen op een kleine planeet, in een dorp, dat de aarde heet.
Wat ze ook geloven, ze eten hetzelfde brooed en ademen dezelfde lucht.
Ze lopen in dezelfde zon en dezelfde regen
en als ze verliefd zijn worden ze even blind.
Ze gaan dezelfde wegen en worstelen veelal met dezelfde vragen.
Op de kruispunten waar ze elkaar ontmoeten,
mogen ze elkaar de weg niet betwisten,
maar open staan voor elkaar.
Ze moeten vriendschap sluiten, en elkaar
'goede reis' toewensen en samen blijven zoeken
naar het geheim en de diepe zin van alles wat
leeft en adem heeft.
Gelovigen en ongelovigen
staan dichter bij elkaar dan ze denken.
Onverdraagzaamheid is het ergste
wat hen kan overkomen.
Van alle fanatismen
is het godsdienstige fanetisme
het meest fanatiek
en het meest goddeloos.
Van: Phil Bosmans.
Uit: God niet te geloven.