Genesis 3:14-19
"Daarop zeide de Heere God tot de slang:"Omdat gij dit gedaan hebt,zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds;op uw buik zult gij
gaan en stof zult gij eten,zolang gij leeft.
En ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw,en tussen uw zaad en haar zaad;
dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen."
Tot de vrouw zeide Hij:"Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap;
met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan,en hij zal over u heersen."
En tot de mens zeide Hij:"Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten,waarvan Ik u geboden had:Gij zult daarvan niet eten,is de aardbo-
dem om uwentwil vervloekt;al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft,en
doornen en distelen zal hij u voortbrengen;en gij zult het gewas des velds eten;in
het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten,totdat gij tot de aardbodem weder-
keert,omdat gij daaruit genomen zijt;want stof zijt gij en tot stof zult gij wederke-
ren."
Dit is de kern.Vijandschap tussen God aan de ene kant,en satan en de mensen te-
genover Hem.
Nu het verhaal van dhr. Klein.
OVER DE INLEIDING:
Laat ik beginnen met te stellen dat de als 'christen' getypeerde vrienden van de
auteur geen christenen zijn.'Vrienden',dat wel,dat geloof ik wel.'Christenen' echter
niet,getuige (o.a.) de volgende bijbelteksten:
"Overspeligen,weet gij niet,dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is?" (Jac.4:4)
en:"..want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest endat van de Geest
tegen het vlees-want deze staan tegenover elkaar-zodat gij niet doet wat gij maar wenst." (Gal.5:17)
Bovendien is het nogal wat voor de 'christelijke' vrienden van dhr. Klein om van
hem te moeten vernemen dat God "een megalomane tiran" is,slechts "een arche-
type",of,in Jezus' geval "een geesteszieke".
Zou het u werkelijk verbazen wanneer ik u zeg dat ik mijn bedenkingen heb over
hun relatie met God?
Voor een christen om vriendschap te sluiten met iemand met denkbeelden als die
van de auteur,is als een lammetje dat de genegenheid zoekt van een hongerige
leeuw.Toegegeven,sterk taalgebruik,maar dichter bij de waarheid dan de ver-
meende christelijkheid van de vrinden..
Verder zegt de auteur in zijn inleiding dat hij,"als agnost",Jahwe en lucifer als ar-
chetypen beschouwd en niet als werkelijk bestaand hebbende (bestaande),histo-
rische figuren.Daarmee neemt hij zijn toevlucht tot het rijk van de psychologie,met
name dat deel (nl.archetypen) waarover Jung de scepter zwaait.
De schrijver zegt vervolgens,en met recht,dat archetypen ontsproten zijn aan de
menselijke geest.Archetypen handelen immers over datgene wat uit ons onderbe-
wuste doordringt naar het bewuste.
Veelal hebben we het hier over dromen,visioenen en bepaalde uitingen van mense-
lijk,cultureel gedrag.
Hoe boeiend ook,het is nauwelijks wetenschappelijk.Bovendien zit je met de genie-
pige moeilijkheid dat zodra iets uit het onderbewuste wordt waargenomen,het per
definitie alweer tot de bewuste wereld behoort!Kennis vergaren rond de archetypen
is 1 ding,wijsheid lijkt me de tegenovergestelde route.
Als je dan Kleins betoog doorleest,ontkom je niet aan de indruk dat hij de mens-
heid indeelt in twee groepen,te weten:de verlichte groep,zij die de (zelfbedachte)
archetypen ten volle kunnen duiden,en daar tegenover de niet-verlichte groep,of-
wel:de religieuze idioten.Alle gelooof is immers 1 pot nat,een overblijfsel uit ach-
terlijker tijden,in zijn optiek.
Het moet dan gezegd dat de auteur,uiteindelijk en ten diepste,de mens zelf in staat
van beschuldiging stelt voor alle door hem beschreven gruwelijkheden.Alles is ont-
sproten aan de geest van de mens,nietwaar?
OVER HOOFDSTUK 1:
"Want Ik de Heere,uw God,ben een naijverig God,die de ongerechtigheid van de
vaderen bezoek aan de kinderen,aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij
haten,en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn
geboden onderhouden." (Ex. 20:5)
"Want de afkerigheid van de onverstandigen zal hen doden,de zorgeloosheid van
de dwazen zal hen ten gronde richten.Maar wie naar Mij luistert,zal gerust wonen,
beveiligd tegen de verschrikking van het onheil." (Spr. 1:32,33)
"Wie hebt gij gehoond en gelasterd,en tegen wie de stem verheven en uw ogen
trots opgeslagen?Tegen de Heilige Israels!Door uw gezanten hebt gij de Heere ge-
hoond.." (2Kon. 19:22,23)
In dit hoofdstuk poogt dhr. Klein een karakterschets te geven van de Allerhoogste.
Hij doet dit naar mijn smaak zeer eenzijdig.Doelbewust neemt hij de bloedigste
pagina's uit de Israels geschiedenis om zo zijn punt te belichten.
Nergens,maar dan ook nergens een woord te vinden over Gods liefde!Of dit ver-
zwijgen met
opzet gebeurd,durf ik niet met zekerheid te zeggen.Doch ik denk het wel,het zou
zijn punt wat minder goed doen uikomen,vrees ik.
Wanneer Klein wenst mee te gaan in de verhalen van de bijbel,wat hij voor zijn eigen gelijk vaak doet,dan zal hij ook de juiste teksten moeten gebruiken.In zijn
geheel,niet uit zijn verband gerukt,zoals de auteur doet voor,nogmaals,zijn eigen
gelijk ("de zonden van..).
Indien hij grondig alles gelezen had,niet alleen de 'sexy' gedeeltes,dan zou hij begrepen hebben dat God oppermachtig is,almachtig.God beschikt over een ieders
leven,of men dat accepteert of niet.
Wanneer Hij besluit dat het einde van iets of iemand daar is,dan is dat een recht-
vaardig besluit.Immers,God is de Scheppr van alles wat wij zien.Heeft Hij dan
ook niet het recht daarover te beschikken zoals Hem Goeddunkt?Zeker wel!
Als dan de mensen,Zijn creatie,in opstand komen tegen Hem,wie belet Hem dan
daar wat tegen te doen?
Niemand!
De auteur zal moeten toegeven dat zelfs de door hem zo 'aanbeden' lucifer Jahwe
geen strobreed in de weg legt wanneer Hij een besluit genomen heeft,machte-
loos als satan is tegenover Gods wil.Integendeel.
"Omdat gij tegen Mij geraasd hebt en uw overmoed tot mijn oren is opgestegen,zal
Ik mijn haak in uw neus slaan en mijn bit in uw mond leggen,en u doen terugkeren langs de weg die u gekomen zijt." (2Kon. 19:28)
Het is Gods recht te doen als Hij wil,daar hebben wij niets mee te maken.Een ieder
die daar anders over denkt,stelt zich in Zijn plaats,ja zelfs boven Hem.Dat is uit
den boze.Letterlijk.
Alsof de stofzuiger tegen de mens zegt:"Bekijk het maar,ouwe,ik heb er geen zin
meer in.Pak maar een bezem,ofzo."
Het lijkt onbegonnen werk om de verkeerde interpretaties en slordigheden van dhr. Klein te benoemen,laat staan ze allemaal bij langs te gaan met de juiste
tekstverklaringen.Helemaal als je bedenkt dat hij zelf ook prima kan lezen.
Toch een paar:
a)God verlangt *geen* mensenoffers!
Wat Hij wel verlangt is dat je je woord tegenover Hem gestand doet.Niet meer dan
logisch:wanneer ik tegen je zeg dat ik vanavond bij je langskom en vervolgens
niet op kom dagen,dan zou je dat ook niet kunnen waardere.Bij God ligt dat nog
veel gevoeliger.
Jefta,de man van het offer,had God een belofte gedaan.Niet een erg verstandige,
maar dat terzijde.Hij was wijs genoeg om te beseffen dat hij die belofte na moest
komen,had de Here hem niet de overwinning gegeven?
Nergens in de tekst staat dat de Here dit offer van Jefta verlangde,nergens staat
dat God dit als voorwaarde stelde voor de door Hem gegeven overwinning.
Dat is slechts de wens van dhr. Klein,en dat is in dit geval wat anders dan een feit.
b)Slavernij.
Ons beeld van de slavernij is nogal bezoedeld door de onfrisse praktijken van
(o.a.) onze voorvaderen in Afrika en de West.Dat was inderdaad mensonterend.
In bijbelse tijden was slavernij echter de gewoonste zaak van de wereld.
Je had de krijgsgevangenen van andere volken die aan het werk werden gezet.
Maar ook de mensen die werkten om de schulden die ze hadden opgebouwd bij
hun baas weer af te lossen:je kwam in dienst bij de heer bij wie je schulden h