Roodkapje en anderen,
quote:
Gezien het onderwerp wou ik deze discussie beperken tot alleen gerformeerden. Het kan zijn dat evangelische of katholiek mensen ook ideeën hebben over het onderwerp, maar daar is dit draadje niet voor, ik heb een interne discussie (gerformeerden onderling) voor ogen.
Ik ben toch zo vrij om te reageren
Kajem

Als ex-GKV - er en beantwoordend aan die GKV-er die weg ging maar weet hoe het GKV-leven in elkaar zit.
Hoewel ik geneigd ben wat terughoudendheid te betrachten. Toch enkele puntjes om mee te geven voor de discussie. Ook wil ik benadrukken dat dit mijn ervaring en beleving is.
De lokale GKV - gemeente alhier is momenteel bezig met de vorming van zijn visie. Ik denk dat die visie plaatselijk sterk kan verschillen. Ik ben op de hoogte van de voornemens omdat ik hun gemeenteavond en zondagochtenddienst heb bezocht.
Ik zal dit op de voet volgen omdat de GKV mij echt aan het hart gaat.Je vraag wat de huidige kerkvisie is lijkt met dan ook niet eenvoudig om te beantwoorden. Wel aan aantal zaken uit het verleden gelegd op vandaag de dag.
Dat jij een aantal zaken niet direct zo goed kunt plaatsen is begrijpelijk. Ik denk dat de vijf jaren die je daar hebt verkeerd daar ook te kort voor zijn. In een relatie leer je maar ook pas na jaren diepgaand kennen en is vijf jaar slechts een zucht.
Ik ben als kind groot geworden in de GKV. Mijn ouders kwamen van de synodalen. Ik heb over mijn ervaringen al eens geschreven. Die hoeven niet voor iedereen te gelden en ik zal die ook niet herhalen.
Het huidige in de GKV is denk ik een ontwikkeling die een reactie is op een periode waarin de status van de GKV binnen het gereformeerde krachtenvelden en het claimen van haar bestaansrecht erg centraal stond.
De GKV - jeugd van de zeventiger en tachtiger jaren (waar ik deel van uit maakte) ervaart de ruimte die ze nu krijgt denk ik deels een bevrijding van, voor sommigen, beknellende GKV - sfeer.
Ik kan je dat "voelen" niet uitleggen. Waar hun ouders strijdbaren waren werd die jeugd vaak aangesproken op het artikel 31 zijn. Een deel van de jeugd heeft die strijdbaarheid overgenomen, maar een deel is anders en in kerkelijke vormen breder gaan denken.
De maatschappij is veranderd, de mondigheid is toegenomen, men neemt niet meer alles aan voor zoete koek. Wat eerst per definitie fout was, blijkt na zelfonderzoek soms erg mee te vallen. Dit wekt dan de nodige verbazing bij een dergelijke ontdekking en soms een tijd tot een houding van afzetten of zelfs vertrekken.
Omdat de ouders van toen zo strijdbaar en trots waren en ongetwijfelt nog zijn, ontstond wel een naar binnen gericht kerk zijn.
Ik ben echt opgevoed, geloof het of niet met het idee dat hervormden en synodalen dwalers van de eerste orde waren en over rooms - katholieken nog maar niet te spreken. Zelfs binnen de familie waren daarover spanningen. Mijn moeder was van hervormde huize dus kun je wel nagaan wat dat af en toe opleverd bij vaders schoonfamilie en omgekeerd. Ik denk daar nu anders over, maar had in eerste aanleg echt het idee dat dergelijke stromingen van God verloren waren.
Ook de verbondstheologie en het idee dat de leden van de GKV tot dat verbondsvolk hoorden en Zijn trouw zo-wie-zo neerdaalde op de GKV -ers heeft niet erg geinspireerd tot het nodige zelfonderzoek. Het werd wel als noodzakelijk gepreekt, maar de praktijk van alle dag was wel eens anders. Alles was geregeld in het vrijgemaakte jasje. Haast van de wieg tot het graf. Kerk, school, politiek, krant...alles hetzelfde stempel, dezelfde mening en dezelfde toon.
Ik zelf heb altijd de nodige gearriveerdheid ervaren. Je werd aangesproken omdat je niet lid was van ND, GMV of GPV. het was voor de jeugd soms gespreksonderwerp op het huisbezoek. Mij is nooit op het persoonlijk geloofsleven bevraagd, wel vragen over je gereformeerd zijn, kerkgang e.d. en natuurlijk de jaarlijkse tekst\onderwerp\schets.
Daarnaast was beleving in de eredienst not done. Alles stond in het teken van soberheid.
Ik denk dat voor een aanmerkelijk deel de waarheid wel werd verkondigd, maar het was waarheid gebaseerd op de kennis en dat is niet altijd de waarheid die wijsheid heet.
Wat er de afgelopen jaren gebeurd is denk ik een tegenreactie en een oprechte poging meer hart in de eredienst te krijgen en wordt door voorgangers en gemeenteleden gerealiseerd dat kerk zijn ook iets betekent voor door de week. Ongetwijfeld is men ook wakker geschud voor de trekking van het evangelische. Ik ben van mening dat predikanten die dit hiaat (hartelijke geloofsbeleving) in het gemeenteleven onderkennen niet per definitie nieuwlichters, modernen of gevaarlijke vernieuwers hoeven te zijn. Ook ben ik van mening dat predikanten die daar huiverig voor zijn niet per definitie ouderwets en bekrompen denkend hoeven te zijn.
Ik denk dat de ouderen met vernieuwing grote moeite mee hebben, men dient dus ook rekening te houden met hen. Maar ook van ouderen mag worden verwacht dat ze open staan voor veranderingen die functioneel zijn en bijdragen tot een nog vollediger en geinspireerd gemeenteleven.
Er is niets mis kritisch te staan tegenover uitwassen van het charismatische, maar dat betekent niet per definitie dat het gesprek over de werking van de Heilige Geest in het dagelijks geloofsleven en gemeenteleven niet eens kritisch onder de loep mag worden genomen en worden ingedacht of er misschien ook blinde vlekken zijn geweest in de verkondiging.
Ik noem het dagelijkse werk van de HG, bekering en levensheiliging.
Na al die jaren zijn dit voor mij complete nieuwe items die ik niet werkelijk heb horen preken. Ik heb veel verbond gehoord, maar weinig persoonlijke toepassing.
Misschien is dat wel de reden voor mijn move naar het evangelicalisme. Een stroming die natuurlijk zijn uitwassen heeft, maar waar ook oprechte en eerlijke gemeentes zijn die niet vervallen in extremiteiten. Misschien herken ik mij daarom ook wel in de prediking bij de gereformeerde bonders.
Zolang mensen die in geloof en oprechtheid door de week bij elkaar willen komen om een gebedsgroep te starten, in de GKV nog door predikanten, kerkeraad, medebroeders en zusters meewarig worden bekeken of erger, lijkt me dat er nog veel werk aan de winkel is.
Je hoort mij geen bandje promoten in de kerk of de handen in de lucht. Dat zijn uiterlijkheden die er in de kern van de zaak niet toe doen maar ook niet hoeven af te breken aan waardigheid van een eredienst. Mits met muzikale smaak en kwaliteit als ook enige ingetogenheid kan dit wel degelijk bijdragen tot een situatie die iets beter past in het tijdsbeeld. Dat hoeft aan de waarheid van het Woord niets af te breken en te hinderen.
Zolang de discussie wordt beinvloed door het idee dat gebruik van beamers niet gewenst is in een eredienst en alleen maar afleid of het kerkorgel toch echt uit de tijd en een hinderpaal voor de nieuwe geloofsbeleving lijkt me voor beide kanten nog veel werk aan de winkel. Het gaat namelijk op ons zicht op het kruisoffer en de opstanding van Gods Zoon. Een vertroebelde discussie haalt het zicht daarvan weg en brengt ons slechts bij bijzaken, hete hoofden en koude harten.
Wat het ontwikkelen van een christelijke, oprechte kerkvisie welke rekening wil houden met deze tijd en haar behoeftes in de weg KAN staan.
Kajem