De tweede helft van Romeinen 1 stelt inderdaad zoiets. Paulus is explicieter:
Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.
De vraag is of Paulus' bewering te passen is in de context van godsbewijzen. Al was het maar, omdat de mensen in zijn tijd niet zoveel vragen stelden bij de existentie van God, wat in de Middeleeuwen veel meer gebeurde. Ik denk dat Paulus er juist op wijst, dat ook de heidenen al lang ontdekt hebben dat God eeuwig en machtig en goddelijk is / moet zijn, dus wat dat betreft hebben ze geen excuus om Hem niet te dienen.
Een christelijk godsbewijs moet niet in de rede gezocht worden, maar in de Rede, de Logos van God. De basis van godskennis is geloof:
Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. (Heb 11, 1)
Het is wat flauw misschien; maar niet de rede maar het geloof geeft de doorslag. Anselmus project moest wel mislukken -- al heeft zijn stellingname zeker wel apologetische waarde, want hij laat zien dat je binnen een scholastiek kader wel bij God uit moet komen.