Naja... ik heb gisteren mijn mammie nog eens gebeld.

Zij zei al dat ik hem niet zou moeten bellen, en haar (ex-)vriend die op de achtergrond meepraatte zei ook al dat jongens het leuk vinden om 'te jagen' en dat ik hem alleen zou moeten bellen als ik een goed excuus had om bijv. te praten over iets waar we het over gehad hadden, maar dat ik niet met een activiteit moest komen, omdat ik dan te makkelijk ben. Wat irritant om met al die dingen rekening te moeten houden... als ik dit, dan dat...als ik dat, dan dit...enz. enz...
En het valt me op dat ik mijn moeder nodig blijf hebben, ook al woon ik nu op mezelf. het is niet zo dat ik altijd meteen haar advies opvolg, maar zij kent mij wel het beste en soms ben ik het met haar eens. En daarbij weet ze me ook wel gerust te stellen en problemen lijken een stuk minder groot als ik met haar erover heb gepraat.
Ik moet zometeen beginnen met het schrijven van een essay, waarvoor ik maar de helft van de literatuur heb gelezen. Op zich niet erg, want ik mag zelf de teksten kiezen die ik bij mijn essay wil betrekken. Maar voordat ik daaraan begin wil ik nog even wat kwijt over hoe goed ik het eigenlijk heb, ondanks alle problemen die ik overal mee denk te hebben.
Nu bijvoorbeeld: ik kan kiezen uit, 20 soorten thee, oploskoffie, échte koffie, irish cream-coffee, karnemelk, cup a soup...dat heb ik allemaal op mijn kamer. En als ik daar geen zin in heb ga ik naar de winkel en haal ik wat anders.
Verder heb ik een voor Utrechtse begrippen een goedkope kamer. Weliswaar niet zo groot, 14m2 maar wel met goede service van de Stichting Studenten Huisvesting. Het vuilnis wordt iedere dag voor de deur aan de gallerij opgehaald. Eén telefoontje en de ongediertebestrijding komt, je wastafel wordt vervangen of de gootsteen wordt ontstopt. Op tien meter afstand van de flat staan een brievenbus, glasbak, oudpapierbak en grofvuilcontainers. Voor die kleine moeite hoef je je afval niet in het grachtje ernaast te gooien.
Het mooie is dat die kamer ook nog eens wordt betaald door de regering via mijn studiefinanciering, net als mijn studie. Als compensatie voor de ziekte van Pfeiffer waar ik vorig jaar mee kampte, krijg ik ook nog eens zonder al te veel gedoe (alleen wat bureaucratisch geregel) 5 maanden stufi terug. Niet alleen mijn kamer en studie worden door de regering betaald, maar ook mijn eten, kleding, studieboeken, sociale uitgaven en miskoopjes en andere onnodige uitgaven. Niet dat ik veel geld verspil, maar het gaat even om het idee.
Ook heeft de regering er door wetgeving voor gezorgd dat mijn vader mij verplicht allimentatie moet betalen. Daarbij heb ik nog wel de hoogste lening, maar ach...die rente is haast niks. Ohja...niet te vergeten; de OV-studentenkaart. Doordeweeks óf in het weekend gratis vervoer door heel Nederland.
Als je dat beseft begin je bijna te denken dat we het hier in Nederland gewoon té goed hebben. Het is gewoon bijna ongelooflijk hoe goed we het hebben in vergelijking met mensen in andere landen, of in vergelijking met pakweg honderd jaar geleden. Hoera voor de techniek en de economie!
Maar wát is nou precies 'té goed' ? Het feit dat in Nederland alle kinderen in theorie een kans hebben om te studeren, ongeacht ze rijke ouders hebben of niet, is niet meer dan redelijk. En natuurlijk vinden wij het de normaalste zaak van de wereld dat we kunnen eten en drinken wat we willen, of dat we genoeg geld hebben om vermaak buiten de deur kunnen zoeken als we dat willen, of om leuke kleding te hebben, en de allernieuwste televisies en computers.
Ik vind het een vreemd idee dat we waarschijnlijk nooit meer terug kunnen naar een minder materialistische maatschappij. Al onze aankopen zijn 'goed voor de economie' . Welke leek kan dat tegenspreken? Mensen kopen nu eenmaal graag en denken niet aan de toekomst en het milieu, en ook steeds minder aan geestelijke rijkdom. Mensen geven liever toe aan hun koopdrang om zich lekker te voelen dan dat ze nadenken over de maatschappij of wat dan ook.
Natuurlijk kunnen we wel terug naar minder materialisme, door middel van een oorlog en grote armoede, of een economische crisis, maar het eerste wat daarna wordt gedaan is zorgen dat we zo snel mogelijk terug kunnen naar de materiele status van daarvoor.
Ik ben zelf ook altijd redelijk onverschillig tegenover de maatschappij, en was al nooit erg materialistisch, maar nu heb ik meer dan ooit het gevoel dat materialisme en individualisme niet bevredigend zijn. Sinds ik hier in dit huis woon met mijn 9 ontzettend aardige huisgenoten en een studie heb die ik leuk vind, met best aardige mensen, kijk ik veel positiever overal tegenaan. Ik waardeer mensen steeds meer. Had ik voorheen altijd het idee dat ze me niet mochten, of dat iedereen alleen maar voor zichzelf leefde, nu sta ik veel meer open voor allerlei soorten mensen. Eerst zocht ik alleen 'soortgenoten' tussen alternatievelingen, die vaak ook allemaal met hun eigen problemen zitten, maar nu kan ik positievere mensen ook wel verdragen
Nog een reden waarom ik besef dat ik het hier zo goed heb is het feit dat ik niet ieder moment bang hoef te zijn dat er een bom op onze flat valt, of dat ik op straat opgepakt wordt, of gediscrimineerd vanwege bepaalde religieuze of politieke opvattingen.
Water komt hier ongelimiteerd uit de kraan, electriciteit uit het stopcontact. We hebben, hoewel tegen hoge verzekeringskosten, medische zorg. Apparaten als computers, televisies en mp3-spelers zijn voor de gemiddelde Nederlander goed betaalbaar. Waarom wordt er dan toch altjd zoveel over alles geklaagd? Energieprijzen te hoog, zorgkosten te hoog, studenten krijgen te weinig stufi....blablabla. Zijn mensen dan nooit tevreden?
Ik wil vooral niet doen alsof ík heilig ben, maar als ik sommige dingen af en toe besef kan ik me zó erg ergeren aan dat geklaag van alle verwende Nederlanders.
Mensen in de bijstand zijn weer een ander verhaal. Als je leeft onder de armoedegrens en al die rijkdom om je heen ziet, heb je wel reden om te klagen. In Nederland zijn de verhoudingen ook heel anders. Iemand die hier 'arm' is, zou in krottenwijken in de 3e Wereld rijk zijn.
Voor ik te ver uitwijdt ga ik aan de slag met mijn essay over de roerige jaren '60 in Amerika.
