Hoi,
Ik heb wel ontdekt dat je de Drieeenheid (prima) als 1 Wezen omschrijven moet. Heel ingewikkeld, maar ik las het in een visioen van Bertha Duddie die leefde in de vorige eeuw. De reacties daarop zullen verdeeld zijn in christelijke kringen. Maar omdat ik geloof dat God inderdaad zo is, hieronder de citaat uit
www.berthadudde.net Tekst spreekt voor zich:
2056 Drieëenheid
3 september 1941
De leer van de Drieëenheid GOD's heeft al aanleiding gegeven tot de grootste versplintering onder
de gelovigen en zal voortdurend een bron van ergernis zijn, zolang ze niet juist gebracht, d.w.z. de
mensen aannemelijk aangeboden wordt.
Geestelijke duisternis liet ze ontstaan - geestelijke duisternis bedacht een uitleg van de woorden
"VADER - ZOON en heilige GEEST", die volstond het denken van de mensen in verwarring te
brengen. Het is ook een geloofsleerstuk dat onvoorwaardelijk moest worden aangenomen, omdat de
mens die daar over nadacht, niet tot een bevredigende oplossing kon komen, dus haar beslist zou
hebben moeten verwerpen. En dit werd tegengegaan doordat het aannemen van het geloofsleerstuk
onder dwang geëist werd. Het leerstuk van een GOD in drie personen is onaanvaardbaar voor ieder
denkend mens.
Zich GOD als een WEZEN voor te stellen is voor de mens wel niet mogelijk, want een WEZEN
geeft hem het idee van een vaste vorm, zonder deze is het hem onbegrijpelijk. Zodra nu de mens
zich de GODHEID als persoon voorstelt, geeft hij de vaste vorm een gedaante. Dit is in
Bertha Dudde - Over het WEZEN van GOD - 2/31 -
Over het WEZEN van GOD - Page 3 -
overeenstemming met het bevattingsvermogen van de mens, maar wijkt toch helemaal af van de
waarheid.
Een lering te formuleren van een GODheid in drie personen is alleen maar geschikt om het
goddelijk Wezenlijke af te zwakken en door een menselijk begrensde voorstelling een vals beeld te
scheppen van een eeuwige GODHEID. Het begrip van de Drieëenheid GOD's is alleen daar te
verklaren waar de voorwaarde om te begrijpen gegeven is door het willen doorgronden van
goddelijke wijsheden door het geloof en de liefde.
Mensen die noch diep gelovig zijn, noch in de liefde leven, zullen dit begrip alleen puur
verstandelijk willen ontleden en dit kan niet tot het doel leiden, d.w.z. er kan geen resultaat tot stand
komen dat de waarheid benadert. Veel is de gelovige mens echter begrijpelijk, omdat hij d.m.v.
gedachten onderricht wordt uit het geestelijke rijk. Geloof en liefde zijn de voorwaarden tot het
weten over GOD's Liefde en Wijsheid, over GOD's werkzaam zijn en besturen. Ze zijn verder ook
de voorwaarden voor het ontvangen van de waarheid.
Dus worden die ook overeenkomstig de waarheid op de hoogte gebracht van de Liefde GOD's, Die
alles heeft doen ontstaan wat is. Zij worden onderwezen over de samenhang van alle dingen, het
allereerste begin, de zin en het doel van datgene wat is, en daardoor zien zij de oneindige Wijsheid
van GOD. Zij worden in kennis gesteld van de Kracht Die alles doorstroomt, van de Almacht
GOD's, van Zijn Wil, Die ononderbroken aktief is en van de samenhang van elke schepping met
deze Kracht.
De gelovige, liefdadige mens vat al deze wijsheden, want als hij gelovig is en de liefde beoefent,
stroomt de goddelijke GEEST door hem heen, d.w.z. hij neemt de Kracht uit GOD rechtstreeks in
ontvangst en hij wordt daardoor ziende en wetend. Dus begrijpt hij nu ook dat het mysterie van de
eeuwige GODHEID alleen maar kan worden doorgrond als GOD Zelf door Zijn Kracht in de mens
werkzaam kan zijn, want iets geestelijks kan alleen maar geestelijk begrepen worden. GOD is
GEEST en de Kracht uit GOD is evenzo geestelijk. Stroomt deze nu de mens toe, dan kan hij ook
binnendringen in anders ondoorgrondelijk gebied, want dan is het niet de mens die dit vraagstuk
oplost, maar de GEEST uit GOD in de mens. Maar voor de mens die alleen met zijn verstand denkt,
zal het geheim van het WEZEN van de eeuwige GODHEID een geheim blijven. En zo is nu ook de
leer van de drieëenheid door het menselijk verstand uitgelegd en ontstond dus de leerstelling van
een GOD in drie personen.
Als persoon voorgesteld worden kan GOD nooit, Hij kan alleen in de gedaante van JEZUS
CHRISTUS de mens aanschouwelijk worden gemaakt, zodat dus de mensen op aarde daardoor
zichzelf een voorstelling van GOD maken als zij zich JEZUS CHRISTUS in alle glorie voor de
geest stellen. De eeuwige GODHEID is Liefde, Wijsheid en Kracht. De LIEFDE is de Verwekker
van al wat is, Ze is de VADER van het al, Ze is de Oerkracht zonder Welke niets zou kunnen
bestaan wat is. Uit de Liefde is alles voortgekomen en tot liefde moet alles weer worden wat zich
daarvan heeft afgekeerd.
De LIEFDE is GOD Zelf. Wat uit de Liefde is voortgekomen, geeft blijk van Zijn Wijsheid. De
LIEFDE is GOD Zelf, Zijn scheppingen, alles wat uit HEM is ontstaan, getuigt van Zijn Wijsheid
en dus is, wat uit de VADER is, Zijn ZOON. En GOD's Wil, Zijn KRACHT Die alles liet ontstaan,
is Zijn GEEST. GOD de VADER, GOD de ZOON en GOD de heilige GEEST zijn in Zich het
WEZEN van de eeuwige GODHEID - Liefde en Wijsheid en de Kracht van Zijn Wil.
"De goddelijke Liefdewil nam vorm aan", deze Woorden hebben dezelfde betekenis als "VADER,
ZOON en heilige GEEST". Want de Liefde GOD's liet de Wil aktief worden en schiep. GOD's
Liefde en GEEST belichaamde zich als Wijsheid. De GEEST GOD's liet de ZOON uit de VADER
voortkomen. Wie gelovig is en in de liefde leeft, begrijpt deze wijsheid en voor deze is de
Drieëenheid van GOD opgelost.
Bertha Dudde - Over het WEZEN van GOD - 3/31 -
Over het WEZEN van GOD - Page 4 -
Maar in welke dwaling verkeren de mensen bij wie het aan geloof en liefde ontbreekt en die toch
wat hebben aangenomen als een leerstuk van het geloof dat zelfs voor de knapste wijze
onaanvaardbaar blijft.
Want wie zich een godheid, gebonden aan personen voorstellen, die ontbreekt nog elk geestelijk
weten. Zij gebruiken iets puur aards voor geestelijke wezens, dat helemaal wegvalt in het
geestelijke rijk.
De voorstelling van een GODheid in drie personen is misleidend, ofschoon de toevoeging wordt
gebruikt: "ze zijn een". De mens wordt in een verward denken binnen gedrongen zodra hij het
waagt daarover na te denken.
Het is echter de mens van de kant van GOD niet verboden daarover na te denken. GOD wil hem
duidelijkheid verschaffen en het is niet Zijn Wil, dat hij door menselijke invloeden in blindheid
voortgaat, alleen moet de juiste weg gekozen worden die naar het inzicht voert.
En zij die zelf onwetend zijn en die hun onvermogen om geestelijk weten in ontvangst te nemen
trachten te compenseren door verstandelijk denken en verstandelijk opgestelde leerstellingen, zijn
waarlijk niet geroepen (andere) onwetenden te onderrichten.
GOD is GEEST