quote:
Is dat kosher dat ei?

of is het een ongezuurde eierkoek.
Jij leest de Bijbel naar mijn mening versnipperd en jij laat de bijbel spreken vanuit jouw overtuiging, terwijl jij je moet laten overtuigen door het sprekende woord.
Vanaf den beginnen was er al licht in de duisternis.
Hier een paar tegenteksten:
Genesis 1
1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.
2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was,
en hij scheidde het licht van de duisternis Exodus 10
21 De HEER zei tegen Mozes: ‘Strek je arm uit naar de hemel, dan komt er duisternis over Egypte, een duisternis zo dicht dat ze tastbaar is.’ 22 Mozes strekte zijn arm uit naar de hemel, en toen was heel Egypte in diepe duisternis gehuld, drie dagen lang. 23 Drie dagen lang konden de mensen elkaar niet zien en kon niemand een stap verzetten.
Maar waar de Israëlieten woonden was het licht (of is Gods licht niet rechtsgeldig vanuit je stellingen)
Leviticus 24
De HEER zei tegen Mozes: 2-3 ‘Draag de Israëlieten op om je voor de verlichting zuivere olijfolie te brengen:
er moet in de ontmoetingstent, buiten het voorhangsel dat de ark met de verbondstekst afschermt, altijd licht branden. Aäron moet ervoor zorgen dat de lampen de hele nacht voor de HEER blijven branden. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, voor
alle komende generaties. (Opdracht Gods en een wet, binnen het verbond moet je je aan alle wetten houden. Er was dus al een licht "opdracht")
Numeri 6
22 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
23 Spreek tot Aäron en zijn zonen, zeggende: Alzo zult gijlieden de kinderen Israëls zegenen, zeggende tot hen:
24 De HEERE zegene u, en behoede u!
25
De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! (dit is tegenwoordige tijd en geen toekomende tijd)
26 De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!
27 Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israëls leggen; en Ik zal hen zegenen
1 kon 11
Toch zal ik Salomo het koningschap niet helemaal ontnemen. Omwille van mijn dienaar David, die ik had uitgekozen en die mijn geboden en voorschriften in acht heeft genomen, mag Salomo blijven regeren zolang hij leeft. 35 Maar zijn zoon zal ik het koningschap ontnemen. Tien stammen geef ik aan jou, 36 en zijn zoon zal ik één stam laten houden, opdat er bij mij in Jeruzalem, de stad die ik heb uitgekozen om er mijn naam te laten wonen,
altijd iemand zal zijn die het licht van het koningshuis van mijn dienaar David brandend houdt. 37 Jou zal ik aanstellen tot koning over heel het gebied dat je verlangt. Jij zult koning van Israël zijn. 38 Als je luistert naar alles wat ik je opdraag, mij gehoorzaamt en doet wat goed is in mijn ogen door mijn voorschriften en geboden in acht te nemen zoals mijn dienaar David dat deed, dan zal ik je terzijde staan en je koningshuis bestendigen, zoals ik dat ook voor David heb gedaan. Ik zal Israël aan jou geven.
2 Sam 22
(1 Dit zijn de woorden van het lied dat David voor de HEER aanhief toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul.)
24 Ik was hem volkomen toegewijd
en hoedde mij steeds voor het kwaad,
25 daarom heeft de HEER mijn onschuld beloond,
hij zag mijn reinheid.
26 U bent trouw voor de trouwe,
volmaakt voor de volmaakte,
27 zuiver voor de zuivere,
maar voor de sluwe ongrijpbaar.
28 U redt het vertrapte volk,
maar ziet op de hoogmoedigen neer.
29
U bent mijn lamp, HEER,
u, HEER, verlicht mijn duisternis, 30 met u storm ik af op een legerbende,
met mijn God beklim ik de hoogste muur
Psalm 36
8 Hoe kostbaar is uw liefde, God!
In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen,
9 zij laven zich aan de overvloed van uw huis,
u lest hun dorst met een stroom van vreugden,
10
want bij u is de bron van het leven,
door úw licht zien wij licht. (Hier ook weer tegenwoordige tijd en wie is die bron en hoe kan die bron dan al schijnen?)
Psalm 97
10 U die de HEER bemint: haat het kwade.
Hij behoedt het leven van wie hem trouw zijn,
uit de greep van de goddelozen bevrijdt hij hen.
11
Licht is uitgezaaid voor de rechtvaardige, (Hier ook weer tegenwoordige tijd)
Psalm 119
105
Uw woord is een lamp voor mijn voet,
een licht op mijn pad.
(lees een johannes 1 wat een prachtige verbinding)
106 Ik zweer mij te houden aan uw rechtvaardige voorschriften (verbondsvoorschrift)
en ik zal mijn eed gestand doen.
Spreuken 20
27
Het licht van de HEER beschijnt de geest van de mens,
het dringt door tot in zijn diepste gedachten.
(ook weer tegenwoordige tijd)
Jesaja 5
Laat de Heilige van Israël komen met zijn plan
en het uitvoeren, zodat we het eindelijk weten.’
20 Wee degenen die het kwade goed noemen
en het goede kwaad,
die het licht tot duisternis maken
en het duister tot licht, (hebben we het hier over een onderbreking wellicht)
die van zoet bitter maken
en van bitter zoet.
21 Wee degenen die wijs zijn in eigen ogen,
die naar eigen oordeel verstandig zijn.
Johannes 1
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. 3 Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.
4 In het Woord was leven
en het leven was het licht voor de mensen. 5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
(zie hier de verleden tijd in vers 4 en de tegenwoordige tijd in vers 5)
De Thora is geschreven door Mozes. Deze thora beschrijft al het Licht, zelfs van den beginne. De thora is beschreven ten tijde van het verbond. De thora bevat een opdracht zoals reeds geciteerd.
Binnen het verbond speelde Licht dus al een belangrijke rol, het was er zelfs al. God en Christus zijn immers één. Ook was Gods keuze voor israel ondanks het struikelen van zijn volk een lichtend voorbeeld te midden van de rest van de in heidendom verkerende wereld. Onderscheidt daarin zijn wetten en de grote daden Gods.
Ook al is het deels een voorafschaduwing, maar dan is het een voorafschaduwing van de komst van Zijn Zoon en is het schijnsel daarvan al zichtbaar ten tijde van een wereld die in duisternis lag en ook in de wet van God zijn beslag kreeg, een wet die het volk moest houdeneen goede zondag